Toezicht op financiële ondernemingen in de BES

In juni 2009 heeft het ministerie haar visie voor het toezicht op de BES eilanden neergelegd in het "consultatiedocument". In dit document wordt onder andere overwogen dat de financiële sector in de BES erg klein is en dat een groot deel van de financiële producten en diensten in de BES wordt aangeboden door bijkantoren van banken en verzekeraars met hoofdvestiging in Curaçao of Sint Maarten.

De geringe omvang en de sterke verwevenheid met de financiële sector in Curaçao en Sint Maarten vragen om daarop afgestemde regelgeving en toezicht. Invoering van de Nederlandse regelgeving zou niet passend zijn. Op het consultatiedocument zijn diverse reacties binnengekomen, die uiteraard worden betrokken bij de verdere uitwerking van de beleidsvoornemens.

Overgangsrecht en vrijstellingen

Overgangsrecht zorgt ervoor dat, ter wille van een soepele overgang naar de nieuwe staatkundige structuur, financiële ondernemingen die in de BES gevestigd zijn en daar al actief zijn, van rechtswege een vergunning krijgen om hun bestaande activiteiten in de BES na transitie te kunnen voortzetten. Zij behoeven voor die activiteiten dus geen nieuwe vergunning aan te vragen. Wel zullen zij uiteraard aan de dan geldende regelgeving moeten voldoen.
In de BES gevestigde bijkantoren van banken en verzekeraars zullen worden vrijgesteld van een groot deel van de toezichtregels. Het zou voor hen onevenredig belastend zijn zelfstandig aan alle van toepassing zijnde regels inzake bestuur, eigen vermogen en bedrijfsvoering te moeten voldoen. Zij zullen wel de regels gericht op het bestrijden van witwassen en financieren van terrorisme moeten naleven, evenals (in het eindmodel; zie onder) bepaalde gedragsregels. Voor het overige zal het toezicht de facto bij de Bank van de Nederlandse Antillen (blijven) berusten.
De vrijstelling geldt niet voor grote bijkantoren. Deze zullen zich moeten omvormen tot zelfstandige entiteiten en volledig aan alle toezichteisen moeten voldoen. Een bijkantoor geldt als groot als de som van de toevertrouwde gelden (rekening-courant, spaartegoeden en deposito’s) groter is dan 90 mln USD (banken), respectievelijk als de bruto premie-inkomsten groter zijn dan 5 mln USD (verzekeraars). Op dit moment is er geen bijkantoor in de BES dat volgens deze criteria als groot is aan te merken.

Wet- en regelgeving in de overgangsfase

De wetgeving in de overgangsfase zal bestaan uit de relevante, in BES-wetten omgezette, Antilliaanse landsverordeningen. Ook de lagere regelgeving is in die fase gebaseerd op de Antilliaanse landsbesluiten en ministeriële beschikkingen. Een duidelijk overzicht van het toepasselijke recht voor de financiële markten is te vinden in de oorspronkelijke bijlage bij de Invoeringswet BES, onderdeel Minister van Financiën.

Onderstaande tabel bevat verder een overzicht van de bij de verschillende toezichtwetten behorende algemene maatregelen van bestuur. Zodra beschikbaar zullen hier de doorlopende teksten van de in de rechterkolom weergegeven besluiten te vinden zijn. 

Wet- en regelgeving in de eindfase

De bovenstaande BES-wetten zullen van kracht zijn gedurende de overgangsfase, dat wil zeggen de periode meteen na de transitie. Het ministerie streeft ernaar deze wetten al snel – zo mogelijk met ingang van 2012 – te vervangen door meer definitieve wetgeving: het zogenoemde eindmodel. Het eindmodel zal in beginsel uit twee wetten bestaan: de Wet financiële markten BES (Wfm BES) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES (Wwft BES). De Wwft BES zal bestaan uit een samenvoeging van de Wet identificatie bij dienstverlening BES, de Wet melding ongebruikelijke transacties BES en de Wet grensoverschrijdende geldtransporten BES. De overige (toezicht)wetten worden gebundeld in de Wfm BES.

De Wfm BES zal ten opzichte van de wetten in de overgangsfase een aantal aanvullingen en aanscherpingen bevatten, en ook leiden tot een nadere afstemming tussen de regels voor de verschillende sectoren. De aanvullingen zullen vooral betrekking hebben op nieuw in te voeren gedragsregels voor het omgaan met consumenten: denk aan informatieverschaffing, regels inzake kredietverstrekking, behandeling van klachten, en dergelijke. Een aanscherping op prudentieel terrein is bijvoorbeeld de introductie van (onderdelen van) Basel II in het solvabiliteitstoezicht op banken. Veel van de beoogde aanpassingen komen overeen met soortgelijke voornemens van de Antilliaanse regering.