Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

16 oktober 2014 Toezicht

Toezicht

Het beleggerscompensatiestelsel (BCS) heeft –samengevat- tot doel om personen en “kleine” ondernemingen die, op grond van een beleggingsdienst, geld en/of financiële instrumenten (bijvoorbeeld effecten of opties) hebben toevertrouwd aan een vergunninghoudende bank beleggingsonderneming of financiële instelling, te compenseren indien de betreffende financiële onderneming niet in staat is om te voldoen aan haar verplichtingen die voortvloeien uit vorderingen die verband houden met die beleggingsdienst.

Wie kunnen een beroep doen op het BCS?

Kort gezegd kan een beroep op het BCS worden gedaan door personen (beleggers) en kleine ondernemingen (te weten ondernemingen die een verkorte balans mogen publiceren), die op grond van een beleggingsdienst zoals gedefinieerd in artikel 1:1 Wft of een dienst zoals vermeld in bijlage 1, deel B, punt 1 van de Europese Mifid-richtlijn 2004/39/EU, geld of financiële instrumenten aan een bank, beleggingsonderneming of financiële instelling hebben toevertrouwd. Uitgezonderd zijn onder meer bestuurders, beheerders en hoofdelijk aansprakelijke vennoten van de financiële onderneming en personen die voor ten minste 5% in het kapitaal van deze onderneming deelnemen. Professionele marktpartijen en professionele beleggers zoals banken, verzekeraars, pensioenfondsen en overheidslichamen kunnen geen beroep doen op het BCS. Voor een volledig overzicht zie (de bijlagen bij) het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft.

Maximumdekking BCS

Het BCS garandeert een bedrag van maximaal 20.000 euro per persoon per instelling.

Welke vorderingen vallen onder het BCS?

Voor voldoening ingevolge het BCS komen in aanmerking vorderingen, die verband houden met het verlenen van bepaalde beleggingsdiensten zoals gedefinieerd in artikel 1:1 Wft. Het gaat daarbij om geld en/of financiële instrumenten die een belegger op grond van een beleggingsdienst heeft toevertrouwd aan een financiële onderneming en die, ingeval van betalingsonmacht van de financiële onderneming, niet aan de belegger kunnen worden teruggegeven. Schade ten gevolge van beleggingsverliezen geleden op financiële instrumenten zelf komt niet voor vergoeding in aanmerking.

Welke financiële ondernemingen nemen deel aan het BCS?

De volgende financiële ondernemingen nemen deel aan het BCS.

  • Banken die over een bankvergunning beschikken van DNB en aan welke het is toegestaan om beleggingsdiensten te verlenen.

  • Beleggingsondernemingen met een vergunning van de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor het verlenen van beleggingsdiensten.

  • ICBE beheerders met een vergunning van de AFM, voor zover het betreft het beheren van individuele vermogens; en beheerders met een vergunning van de AFM voor het beheren van beleggingsinstellingen, voor zover zij de beleggingsdiensten zoals vermeld onder artikel 2:67a lid 2 Wft mogen aanbieden, waaronder vermogensbeheer.

  • Financiële instellingen die een verklaring van onder toezichtstelling hebben en die beleggingsdiensten mogen aanbieden.

  • Overige instellingen, zoals bepaalde financiële instellingen uit Nederland met een bijkantoor in een andere lidstaat en, voor zover van toepassing, bijkantoren in Nederland van banken en beleggingsondernemingen (zie hierna).

Voor Nederlandse bijkantoren van in de Europese Economische Ruimte – EER (de EU en Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) gevestigde banken en beleggingsondernemingen geldt het BCS van het land van herkomst. Volgens de EU Richtlijn Beleggerscompensatie dient onder het BCS minimaal een bedrag van 20.000 euro gegarandeerd te zijn.

Bijkantoren in Nederland van banken en beleggingsondernemingen uit de EER kunnen kiezen voor aanvullende deelname aan het Nederlandse BCS indien hun eigen BCS een beperktere dekking heeft. Bijkantoren in Nederland van banken of beleggingsondernemingen die hun zetel niet in de EER hebben, kunnen eveneens kiezen voor (aanvullende) deelname aan het Nederlandse BCS. Dit kan wanneer op deze bijkantoren geen BCS van toepassing is waarvan de dekking gelijkwaardig is aan de binnen de EER geldende minimumregels. Bijkantoren in Nederland van buitenlandse banken of beleggingsondernemingen die aanvullend willen deelnemen aan het Nederlandse BCS dienen aan specifieke voorwaarden te voldoen.

Het BCS is niet van toepassing op financiële ondernemingen die uitsluitend beleggingsactiviteiten verrichten (handelen voor eigen rekening, exploiteren multilaterale handelsfaciliteit) en/of die uitsluitend beleggingsdienst (adviseren over financiële instrumenten) verlenen.

Uitvoering van het BCS

DNB voert het Nederlandse BCS uit. Dit houdt in dat DNB het stelsel activeert, als zij geconstateerd heeft dat er sprake is van betalingsonmacht bij een financiële onderneming die onder het BCS valt. DNB maakt dan onder meer op haar website en via advertenties bekend hoe beleggers aanspraak kunnen maken op een vergoeding ingevolge het BCS. DNB zorgt voor de vaststelling en uitbetaling van de uitkeringen onder het BCS, welke zo veel mogelijk vergoed worden uit het zogenaamde beleggerscompensatiefonds. Voorts is er een Stichting Beleggers Compensatiefonds, die zorgdraagt voor het beheer en de instandhouding van het beleggerscompensatiefonds.

Wie betaalt het BCS?

Het BCS wordt op twee manieren gefinancierd, hetgeen afhankelijk is van het type financiële onderneming dat betalingsonmachtig is:

  1. Bij betalingsonmacht van een bank die tevens beleggingsdiensten verricht wordt het bedrag dat uit hoofde van het BCS wordt uitgekeerd omgeslagen over de banken volgens een procedure vergelijkbaar met de omslag uit hoofde van het depositogarantiestelsel.

  2. Bij betalingsonmacht van een financiële onderneming die geen bank is zoals een beleggingsonderneming wordt het BCS gefinancierd via een beleggerscompensatiefonds dat is bestemd voor het aan DNB vergoeden van bedragen die deze heeft uitgekeerd ingevolge het BCS. Deze aan het BCS deelnemende instellingen zijn verplicht jaarlijks een bijdrage te leveren aan het compensatiefonds. De jaarlijkse bijdrage valt uiteen in een vaste heffing en een variabele heffing; de laatste is afhankelijk van het aantal niet-professionele klanten van de beleggingsonderneming. De jaarlijkse heffing wordt uitsluitend in rekening gebracht voor zover het doelvermogen van 11,3 mio Euro van het beleggerscompensatiefonds niet is bereikt. Nieuwe financiële ondernemingen die tot het BCS toetreden, dienen een toegangsbijdrage te betalen. Als het fonds ontoereikend is slaat DNB het meerdere om over de deelnemers in het stelsel, naar rato van hun bedrijfsomvang. De Stichting Beleggers Compensatiefonds draagt zorg voor het beheer en de instandhouding van het beleggerscompensatiefonds.

Relevant wettelijk kader:

  • Richtlijn 97/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 maart 1997 inzake de BCS.
  • Wet op het financieel toezicht (Wft) : Paragraaf 3.5.6.1.; specifiek artikel 3:258 - 3:265 Wft.
  • Besluit bijzondere prudentiële maatregelen beleggerscompensatie en depositogarantiestelsel Wft: specifiek Hoofdstuk 6. Artikelen 8 t/m 17, 24 t/m 29 en 29a t/m 29j.