Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

11 november 2019 Toezicht Toezichtlabel Factsheet

Het transactiemonitoringsproces dient risico-gebaseerd ingericht te zijn en herleidbaar tot de uitkomsten van de integriteitsrisicoanalyse. Risico-gebaseerd wil in dit verband zeggen dat het transactiemonitoringsproces aantoonbaar is afgestemd op de risicogevoeligheid voor witwassen of financiering van terrorisme van het type cliënt, product of transactie.

DNB verwacht van aanbieders van cryptodiensten dat zij van alle cliënten bij onboarding een profiel, inclusief verwacht transactiegedrag, opstellen. Afwijkingen van dit profiel en verwacht verdrag kunnen een aanleiding zijn om een transactie te analyseren om te beoordelen of deze moet worden aangemerkt als ongebruikelijk.

De bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft bevat een lijst met indicatoren, die wordt gebruikt ten behoeve van de beoordeling of een transactie vervolgens ook als ongebruikelijk moet worden aangemerkt. Dit besluit wordt momenteel herzien. Bij het detecteren van transacties moet worden gelet op de volgende indicatoren:

De objectieve indicator beschrijft een situatie waarin een transactie altijd moet worden gemeld. In de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit wordt vermeld welke indicatoren dat zijn voor aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en aanbieders van bewaarportemonnees. Zodra dit besluit definitief is zal hier een link worden geplaatst.

De subjectieve indicator verplicht een instelling om een transactie te melden indien er aanleiding is om te veronderstellen dat de transactie verband kan houden met witwassen of financiering van terrorisme. Deze indicator is van toepassing voor elke instelling die onder de Wwft valt. De instelling zal daarom moeten beoordelen of een bepaalde transactie wellicht gemeld moet worden omdat er mogelijk sprake is van witwassen of financieren van terrorisme.

Op de website van de FIU is meer informatie te vinden over indicatoren die bij virtuele valuta kunnen leiden tot de kwalificatie ‘ongebruikelijk’.

Om te herkennen wat ongebruikelijk is, is kennis van de marktomstandigheden en de risico’s nodig. De risico’s zijn voor ieder type product anders en kunnen ook variëren naar gelang de cliënt en de omvang van de activiteiten. Van aanbieders van cryptodiensten wordt in ieder geval verwacht dat zij bekend zijn met ontwikkelingen in de markt van de producten. Zo zullen zij op de hoogte moeten zijn van de specifieke kenmerken van coins waarin zij diensten aanbieden en in het bijzonder bekend zijn met ‘besmette’ coins en met (verwachte) ontwikkelingen zoals ‘forks’, zodat zij ook op basis van die kennis transacties kunnen aanmerken als ‘ongebruikelijk’.

sector

  • Aanbieders cryptodiensten