Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

01 april 2019 Toezicht Toezichtlabel Factsheet

Dit betreft een toelichting op de kwartaalrapportage renterisico in het bankenboek in DLR die van toepassing is per 30 juni 2019. De kwartaalrapportage renterisico heeft betrekking tot banken met zetel in Nederland, zoals bedoeld in artikel 3:72 Wet financieel toezicht.

Op grond van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft 2011 dienen banken op kwartaalbasis te rapporteren over hun renterisico. Deze rapportage maakt het voor DNB mogelijk om (i) een eerste beoordeling van het renterisico van banken te maken en (ii) een consistente vergelijking van het renterisico van banken onderling uit te voeren.

Banken rapporteren de kengetallen in de rapportage op basis van hun interne systemen. Per rapportageveld wordt kort uiteengezet wat er met het betreffende kengetal wordt bedoeld en in welke vorm dit dient te worden gerapporteerd.

Algemeen

  1. Rapporteer alle bedragen in eenheden.

  2. Converteer naar euro tegen de wisselkoers op de referentiedatum.

  3. Rapporteer percentages in decimalen. Dat wil zeggen 11,25% wordt gerapporteerd als 0,1125 en 150% is 1,50.

  4. Rapporteer alle uitgaven, kosten en verliezen met een minteken. Uitzondering hierop vormt PV01 waar het teken overeenkomt met het teken van de duration.

  5. Rapporteer elke significante valuta in euro tegenwaarde. Onder een significante valuta wordt verstaan een valuta die meer dan 5% uitmaakt van activa buiten de handelsportefeuille (materiële vaste activa niet meegerekend) of passiva buiten de handelsportefeuille, of minder dan 5% als de som van de in de berekening opgenomen activa of passiva minder bedraagt dan 90% van de totale financiële activa (materiële vaste activa niet meegerekend) of passiva buiten de handelsportefeuille (materiële posities).

  6. Informatie over de verplichte templates en filing indicatoren staat hier vermeld.

Invoersheet R01.01

Present value van 1 basispunt (PV01)
De 'Present Value van 1 basispunt (PV01)' is de waardeverandering van het eigen vermogen uitgedrukt in euro's als gevolg van een parallelle verandering van de rentetermijnstructuur met één basispunt. Het teken van PV01 dient overeen te komen met het teken van de duration1. Een positieve PV01 valt samen met een positieve duration waarbij een rentestijging leidt tot een daling van de marktwaarde van het eigen vermogen. Een negatieve PV01 valt samen met een negatieve duration waarbij een rentestijging leidt tot een stijging van de marktwaarde van eigen vermogen.

R01.01 Eigen vermogen
Onder het Eigen vermogen wordt verstaan ‘Own funds’ zoals bedoeld in artikel 72 van de verordening kapitaalvereisten (CRR).

Invoersheet R02.01

Geprognosticeerde netto rente-inkomsten en eigen vermogen onder het basis rentescenario

Netto rente-inkomsten (NII) 1 en 2 jaar
'Netto rente-inkomsten 1 jaar' zijn de verwachte netto rente-inkomsten onder het basis rentescenario gedurende 1 jaar vanaf de verslagdatum. 'Netto rente-inkomsten 2 jaar' zijn de verwachte cumulatieve netto rente-inkomsten onder het basis rentescenario over een 2-jaars periode vanaf de verslagdatum.

In het 'basis scenario' herprijzen alle toekomstige kasstromen (hoofdsommen en rentestromen) volgens de forward rentes uit de rentetermijnstructuur op de verslagdatum. De toekomstige ontwikkeling van balansvolumes en van de commerciële marge toegepast in het basis scenario dienen aan te sluiten bij een realistisch en actueel business plan. De minimum vereiste voor de balansontwikkelingen en de commerciële marge is de aanname van een constante balans. In dit scenario worden aflopende transacties vervangen door transacties met identieke kenmerken wat betreft instrument type, volume en oorspronkelijke looptijd.

Economische waarde van het eigen vermogen (EVE)
De economische waarde van het eigen vermogen in het bankenboek wordt per materiële valuta bepaald als de contante waarde van de activa in de betreffende valuta minus de contante waarde van de passiva in de betreffende valuta plus/minus de contant waarde van de buiten-balansposten in de betreffende valuta tegen de renteomstandigheden op de verslagdatum. CET 1 kernkapitaalinstrumenten en ander eeuwigdurend eigen vermogen zonder enige vervaldatum zijn uitgesloten van de berekening van EVE.

Geleidelijke parallelle verschuiving yieldcurve (mutatie NII)

200 bps omhoog/omlaag, mutatie NII 1 jaar
Onder deze posten dient de impact op de netto rente-inkomsten als gevolg van een opwaartse c.q. neerwaartse geleidelijke parallelle verschuiving van de rentetermijnstructuur te worden gerapporteerd. Deze verschuiving bedraagt 200 basispunten (bps) over 1 jaar ten opzichte van het basisscenario, gerekend vanaf de verslagdatum. De parallelle verschuiving wordt dus toegepast op de forward rentetermijnstructuur gebruikt in het basisscenario. DNB verstaat onder een geleidelijke parallelle verschuiving dat elke achtereenvolgende dag de rente wordt veranderd met dezelfde stap. Op deze manier wordt de renteverandering van 200 bps ten opzichte van spot rentes binnen 1 jaar doorgeprijsd.

200 bps omhoog/ omlaag, mutatie NII 2 jaar
De verschuiving van de rentetermijnstructuur ten opzichte van het basisscenario voltrekt zich eveneens geleidelijk over de periode van één jaar. Na de parallelle verschuiving in het eerste jaar blijft de rente voor het tweede jaar constant. Het gerapporteerde bedrag betreft de totale impact over de 2-jaarsperiode.

De 2-jaars cijfers betreffen aldus de cumulatieve impact op de netto-rente-inkomsten over 2 jaar.

Geleidelijke parallelle verschuiving yieldcurve

Plotselinge parallelle verschuiving yieldcurve (mutatie EVE)

200 bps omhoog/omlaag, mutatie EVE
Onder deze posten dient de waardemutatie van het eigen vermogen als gevolg van een opwaartse c.q. neerwaartse parallelle verandering van de rentetermijnstructuur met 200 basispunten te worden gerapporteerd. De verschuiving van de rentetermijnstructuur betreft een onmiddellijke renteschok op de verslagdatum.

DNB verwacht dat bij het berekenen van de mutatie van EVE banken rekening houden met de convexiteit in de marktwaardemutatie van de instrumenten ten gevolge van een renteverandering (curveconvexiteit). Daarnaast verwacht DNB dat banken daarbij ook rekening houden met de waardemutatie van alle opties in het bankenboek inclusief gedrag-gedreven opties (bijv. vervroegde aflossingen bij hypotheken of opname van direct opvraagbaar spaargeld). Door het meenemen van de curveconvexiteit en van de waardemutatie van alle opties, komt de convexiteit van het bankenboek adequaat tot uiting in deze maatstaaf. Ten slotte verwacht DNB dat de beginselen uit par. 115 van de EBA guidelines zijn toegepast voor de berekening van de mutatie in EVE.

Presentatiesheet

Outlier criterium
Het outlier criterium wordt in DLR automatisch berekend aan de hand van de meest negatieve (i.e. < 0) geaggregeerde waardemutatie van het eigen vermogen veroorzaakt door de 200 basispunten opwaartse en neerwaartse parallelle renteschokken (zie boven). De geaggregeerde waardemutatie is de som van alle waardemutaties per valuta voor eenzelfde renteschok. Positieve waardemutaties krijgen een weging van 50%. Het outlier criterium is de absolute waarde van het quotiënt van deze meest negatieve waardemutatie en het Eigen vermogen.

Voorbeeld berekening Outlier criterium
  Valuta A Valuta B Valuta C Geaggregeerd
200 bps omhoog 50 70 -560 -500
200 bps omlaag -40 -60 100 -50
Meest neerwaartse waardemutatie -500
Eigen Vermogen 4.000
Outlier criterium 12,5%

[1] De duration van het eigen vermogen in het bankenboek wordt bepaald als een restpost zodanig dat de gemiddelde duration van de activa gelijk is aan de gemiddelde duration van de passiva. In deze vergelijking zijn de durations van activa en passiva de bekenden en de duration van eigen vermogen de onbekende. Bij het berekenen van de duration van het eigen vermogen worden alle activa in het bankenboek meegenomen en worden geen aannames over de duration van het eigen vermogen gemaakt.

Sector(en)

  • Banken