Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

26 januari 2015 Toezicht Toezichtlabel Q&A

Vraag:

Hoe wordt de minimale liquiditeitsbuffer getoetst?

Antwoord:

De uitgevende bank dient elk kwartaal aan De Nederlandsche Bank (DNB) aan te tonen dat de totale waarde van de liquide activa van de covered bond company voldoende is om voor een periode van zes maanden rente en verplichte aflossingen aan de obligatiehouders te voldoen.

Voor de verplichte aflossingen wordt gekeken naar de juridische einddatum van de gedekte obligaties, dat wil zeggen dat voor gedekte obligaties uitgeven met een extensieperiode van meer dan 6 maanden (soft-bullet covered bonds en conditional pass-through covered bonds) uitgevende banken niet zorg hoeven te dragen dat de covered bond company liquide activa aanhoudt voor aflossingen.

De uitgevende bank dient de volgende informatie aan te leveren aan DNB zodat DNB kan controleren of de minimale liquiditeitsbuffer aangehouden wordt door de covered bond company:

A. Instroom
Rente- en hoofdsom betalingen uit de onderliggende activa waartoe de covered bond company contractueel gerechtigd is voor een periode van 6 maanden, i.e. vervroegde aflossingen worden niet meegenomen.

Indien de covered bond company derivaten heeft afgesloten ten behoeve van mitigatie van het rente- en/of kredietrisico dan dient de door de wederpartij aan de covered bond company te betalen kasstroom voor de komende zes maanden als instroom meegenomen te worden.

Wanneer de instroom gebaseerd is op een marktrente, zoals Euribor, dient de uitgevende bank de laatst vastgestelde relevante marktrente van de onderliggende hypotheek of het onderliggende derivaat aan te nemen als het marktrente tarief voor de komende zes maanden voor de berekening van de instroom.

B. Uitstroom
Betalingen van rente- en hoofdsom aan obligatiehouders, die de covered bond company, in geval van insolventie van de uitgevende bank, contractueel zou moeten voldoen voor een periode van zes maanden.

Indien de covered bond company derivaten heeft afgesloten ten behoeve van mitigatie van het rente- en/of kredietrisico dan dient de door de covered bond company aan de wederpartij te betalen kasstroom voor de komende zes maanden als uitstroom meegenomen te worden.

De kosten voor hoger gerangschikte verplichtingen ten opzichte van de betalingen aan de obligatiehouders dienen meegenomen te worden voor de uitstroom. Hierbij dient gedacht te worden aan de kosten voor de servicer en de trustee van de covered bond company. De uitgevende bank dient hiertoe een schatting van de kosten voor de komende zes maanden te maken op basis van de contracten die de covered bond company heeft afgesloten met deze partijen.

Wanneer de uitstroom gebaseerd is op een marktrente, zoals Euribor, dient de uitgevende bank de laatst vastgestelde relevante marktrente van de geregistreerde gedekte obligatie of het onderliggende derivaat aan te nemen als het marktrente tarief voor de komende zes maanden voor de berekening van de uitstroom.

C. Liquide activa
De liquide activa dienen door de covered bond company aangehouden te worden. Hiervoor kwalificeren ook gelden op rekening van de uitgevende of een derde bank mits deze voldoen aan de minimale kredietwaardigheid zoals beschreven in Artikel 129 CRR lid 1.

Bij de toetsing van de minimale liquiditeitsbuffer dienen de instroom over een periode van zes maanden en de liquide activa minimaal gelijk te zijn aan de uitstroom over een periode van zes maanden.

sector

  • Banken