Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

26 januari 2015 Toezicht

Toezicht

Vraag:

Hoe wordt de minimale OC van 105% getoetst?

Antwoord:

De uitgevende bank dient elk kwartaal aan De Nederlandsche Bank (DNB) aan te tonen dat de totale waarde van de dekkingsactiva minimaal 105% is van de nominale waarde van de uitstaande geregistreerde gedekte obligaties.

Om DNB in staat te stellen te kunnen controleren of de uitgevende bank voldoet aan de minimale OC van 105% conform artikel 40f lid 1 van het Besluit prudentiële regels dient de uitgevende bank het databestand op lening-bij-lening basis aan DNB aan te leveren. Ten behoeve van de controle van de kwaliteit op de onderliggende data dient een externe accountant jaarlijks op basis van een steekproef van de onderliggende lening documentatie de kwaliteit van de onderliggende data te verifiëren.

Bij de berekening van de totale waarde van de dekkingsactiva dient de uitgevende bank de volgende bedragen in mindering te brengen van het nominale bedrag van de primaire dekkingsactiva:

  • Dekkingsactiva waar sprake is van wanbetaling conform artikel 178 CRR;
  • Dit betreft dekkingsactiva die 90 dagen in achterstand zijn of waarvan het onwaarschijnlijk is dat de debiteur zal betalen.
  • Naar rato, dekkingsactiva waartoe een derde partij gerechtigd is;
  • Dit betreft de situatie waarin een derde partij op grond van de wet of op grond van een rechtshandeling zodanige rechten heeft ten aanzien van dat specifieke dekkingsactivum, dat hij tenminste gedeeltelijk als ‘economisch eigenaar’ moet worden aangemerkt. Het betreft dan rechten die (a) betrekking hebben op een specifiek dekkingsactivum (een algemeen verhaalsrecht op het vermogen van de rechtspersoon die rechthebbende is van de dekkingsactiva is onvoldoende); en (b) gelijk of hoger gerangschikt zijn vergeleken met de aanspraken van de obligatiehouders. Dit doet zich in de praktijk voor wanneer de rechtspersoon die rechthebbende is van de dekkingsactiva een overeenkomst aangaat met een bank of verzekeraar waarin wordt afgesproken dat die bank of verzekeraar obligatoir gerechtigd wordt tot een deel van de opbrengst van een individuele hypotheeklening. Als tegenprestatie verplicht de bank of verzekeraar zich veelal om aan de rechtspersoon die rechthebbende is van de dekkingsactiva te betalen de (opgebouwde of periodieke) betalingen van de consumenten aan wie een hypotheeklening is verstrekt uit hoofde van een bankspaardeposito eigen woning of een spaarverzekering waarmee die consument een aanspraak opbouwt voor de aflossing van zijn hypotheeklening. Als de betreffende hypotheeklening wordt afgelost (al dan niet in geval van uitwinningen), is de rechtspersoon die rechthebbende is van de dekkingsactiva veelal verplicht de bank of verzekeraar bij voorrang een deel van die aflossing te betalen ter grootte van de aanspraak van de bank of verzekeraar. Voor de dekkingsactiva waarin de bank of verzekeraar inderdaad bij voorrang gerechtigd is, is een aftrek op grond van deze bepaling voorgeschreven.
  • Blootstellingen met betrekking tot de uitgevende bank.
  • Dit betreft bijvoorbeeld giraal geld dat door de covered bond company wordt aangehouden bij (een entiteit uit de groep van) de uitgevende bank of aan obligaties van (een entiteit uit de groep van) de uitgevende bank.

Indien de bank naast primaire dekkingsactiva ook andere activa, bijvoorbeeld staatsobligaties, aanhoudt ter dekking van de gedekte obligaties dan dienen deze dekkingsactiva op marktwaarde gewaardeerd te worden.

Hieronder wordt een voorbeeld gegeven voor een covered bond programma met residentiële hypotheekvorderingen als primaire dekkingsactiva.

Nominaal uitstaande hoofdsom van de hypotheekvorderingen (primaire dekkingsactiva): € 1,500 (A);

  • Het totaal van € 1,500 is opgebouwd uit 15 individuele hypotheekvorderingen met een nominaal uitstaande hoofdsom van €100 met elk een onderpand wat gewaardeerd op €100.

Giraal geld aangehouden bij de uitgevende bank (niet-primaire dekkingsactiva): € 50 (B);
Hypotheekvorderingen die meer dan 90 dagen in achterstand zijn: € 100 (C);
Spaardelen van hypotheekvorderingen waartoe een derde partij gerechtigd is: € 80 (D);
Totale uitstaande gedekte obligaties: € 1,000 (E);

De totale waarde van de hypotheekvorderingen wordt berekend door de som van de waarde van alle individuele hypotheekvorderingen. Hierbij is het niet mogelijk dat hypotheekvorderingen een negatieve waarde krijgen door bedragen die afgetrokken dienen te worden van de nominale hoofdsom in het geval van achterstanden van meer dan 90 dagen en wanneer een derde partij deels gerechtigd is tot een dekkingsactiva.

Totale waarde van de dekkingsactiva conform 40f lid 1 van het Besluit prudentiële regels: € 1,340
OC = totale waarde van de dekkingsactiva conform 40f lid 1 van het Besluit prudentiële regels / totale uitstaande gedekte obligaties = € 1,340 / € 1,000 = 134%.
Hiermee voldoet de uitgevende bank aan het minimale OC vereiste van 105%.
In de berekening van de minimale OC vormt de waarde van derivaten geen onderdeel van de berekening van de minimale OC. De covered bond company mag alleen derivatencontracten aangaan uit het oogpunt van risicobeheersing en waarvan naar het oordeel van DNB continuïteit van de derivaten voldoende gewaarborgd is in het geval van verlies van kredietwaardigheid of insolventie van de uitgevende bank.