Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

27 oktober 2020 Toezicht

Toezicht

Vraag:

Welke prudentiële incidenten en signalen bij beleggingsondernemingen en (beheerders van) beleggingsinstellingen/icbe’s moeten accountants melden? Waar en hoe kunnen deze meldingen plaatsvinden (meldingsplicht)? En wat houdt de plicht van de accountant in tot het verstrekken van inlichtingen (informatieplicht)?

Antwoord:

Meldingsplicht 

Op basis van artikel 3:88 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) heeft een accountant enkele meldplichten. De hieronder genoemde meldplichten gelden voor de accountant van (onder andere) een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland, van een beheerder met zetel in Nederland van een ICBE, van een ICBE met zetel in Nederland, van een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling, of van een Nederlandse beleggingsinstelling.

Indien de beleggingsonderneming of de (beheerder van de) icbe of beleggingsinstelling een organisatie van openbaar belang [OOB] is, gelden tevens meldingsplichten op grond van artikelen 7 en 12 van Verordening (EU) 537/2014. In artikel 7 gaat het om vermoedens dat onregelmatigheden, waaronder fraude met betrekking tot de financiële overzichten van de gecontroleerde entiteit, kunnen plaatsvinden of hebben plaatsgevonden en waar de gecontroleerde entiteit de opdracht van de controlerend accountant om daar onderzoek naar te doen en maatregelen te treffen niet opvolgt. In tegenstelling tot artikel 3:88 Wft die enkel betrekking heeft op prudentiële zaken, gaat het in artikel 12 van de betreffende verordening ook over ‘materiële inbreuk op de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die, in voorkomend geval, de voorwaarden voor toelating regelen of die specifiek de activiteiten van de organisaties van openbaar belang regelen’ en/of ‘een materiële bedreiging voor of twijfel over de continue werking van de organisatie van openbaar belang’ en/of ‘een weigering om een auditoordeel uit te brengen over de financiële overzichten of het afgeven van een afkeurende verklaring met voorbehoud.

Ten eerste geldt [op basis van artikel 3:88 lid 1 Wft] dat een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een beleggingsonderneming of een (beheerder van een) beleggingsinstelling/icbe, dan wel van de staten van een financiële onderneming met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 3:72, eerste of derde lid, van de Wft De Nederlandsche Bank N.V. [DNB] zo spoedig mogelijk kennisgeeft van elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die:

a. in strijd is met de ingevolge het prudentiële deel van de Wft (deel 3) opgelegde verplichtingen; of
b. het voortbestaan van die financiële onderneming bedreigt.

Een tweede meldplicht [op basis van artikel 3:88 lid 2 Wft] houdt in dat een accountant die het onderzoek uitvoert van de staten van een financiële onderneming met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 3:72, eerste of derde lid, van de Wft DNB zo spoedig mogelijk kennisgeeft van elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die leidt tot weigering van het afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid of tot het maken van voorbehouden.

Bovenstaande tweede meldplicht (aan DNB) geldt uitsluitend voor de beleggingsonderneming (en niet voor (beheerders) van icbe’s of beleggingsinstellingen). Op grond van artikel 3:72 lid 7 kan DNB bepalen dat staten, verstrekt door een beleggingsonderneming en beheerder, voorzien zijn van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant. Echter de accountant van een (beheerder van een) icbe of beleggingsinstelling zal de staten niet voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid op grond van de bepaling in artikel 133 Bpr:

“(…) De Nederlandsche Bank stelt regels waarin wordt bepaald welke staten door de accountant in zijn onderzoek worden betrokken, met dien verstande dat een beheerder die een maal per jaar een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening verstrekt daarmee voldoet aan de verplichting als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, van de wet. (…)”.]

Beide meldplichten zijn daarnaast van overeenkomstige toepassing op een accountant die naast het onderzoek van de jaarrekening van de financiële onderneming ook het onderzoek uitvoert van de jaarrekening of de staten van een persoon waarmee een financiële onderneming in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden [op grond van artikel 3:88 lid 3 Wft].

De externe accountant behoeft op grond van de meldingsplichten geen andere werkzaamheden te verrichten dan de werkzaamheden die op grond van de opdracht tot controle van de jaarrekening zullen worden uitgevoerd. Dit impliceert dat de werkzaamheden van de accountant niet zijn gericht op een systematische vaststelling dat aan alle wet- en regelgeving wordt voldaan. De controle van de jaarrekening is gericht op de getrouwheid daarvan en om die reden bestaat geen zekerheid dat de toezichthouders alle voor hen belangrijke omstandigheden (tijdig) krijgen gemeld.

In het kader van deze meldplichten voor de accountant gelden enkele procedurele voorschriften en waarborgen. DNB stelt de financiële onderneming in de gelegenheid aanwezig te zijn bij de kennisgeving of het verstrekken van inlichtingen door de accountant [art. 3:88 lid 5]. Ook geldt dat de accountant die tot een melding of het verstrekken van inlichtingen aan DNB is overgegaan, niet aansprakelijk is voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat, gelet op alle feiten en omstandigheden, door de accountant in redelijkheid niet tot kennisgeving of tot het verstrekken van inlichtingen had mogen worden overgegaan [art. 3:88 lid 6].

Plicht tot het verstrekken van inlichtingen (informatieplicht) 

In artikel 136 van het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr) is uitgewerkt welke inlichtingen aan DNB dient te verstrekken ten behoeve van het toezicht op de beleggingsonderneming.

De op basis van artikel 136 Bpr te verstrekken gegevens zijn:
a. het accountantsverslag aan de bestuurders en de raad van commissarissen;
b. de directiebrieven;
c. overige correspondentie tussen de accountant en de financiële onderneming die rechtstreeks betrekking heeft op de verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening of de staten van de financiële onderneming; en
d. indien DNB daarom verzoekt, een nadere toelichting op de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met c.

NB1: Artikel 136 Bpr verwijst terug naar de accountant bedoeld in artikel 3:88, tweede lid Wft. Dat is de accountant die de staten controleert. De accountant van een (beheerder van een) icbe of beleggingsinstelling zal de staten echter niet voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid op grond van de bepaling in artikel 133 Bpr.

NB2: Deze informatie verstrekt de accountant van een (beheerder van een) icbe of beleggingsingstelling op basis van artikel 4:27, lid 4 Wft juncto artikel 107, lid 1 van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft aan de AFM (primaire toezichthouder).

In artikel 137 Bpr zijn voorts enkele nadere procedurele voorschriften en waarborgen opgenomen. De accountant die voornemens is gegevens als bedoeld in artikel 136 Bpr te verstrekken, stelt de financiële onderneming daarvan in kennis. Indien de financiële onderneming dat wenst, kan zij zelf de gegevens aan DNB verstrekken. In dat laatste geval stelt de financiële onderneming de accountant daarvan in kennis en vergewist de accountant zich ervan dat DNB de gegevens heeft ontvangen en dat de inhoud van de gegevens hem geen aanleiding geeft alsnog zelf gegevens aan DNB te verstrekken. Indien de accountant schriftelijk gegevens verstrekt aan DNB, zendt hij onverwijld aan de financiële onderneming een afschrift van die gegevens en, indien van toepassing, van de begeleidende brief.

Contactgegevens voor het doen van meldingen 

Voor het melden van signalen en/of prudentiële incidenten en voor het stellen van vragen over dit onderwerp kunt u rechtstreeks contact opnemen met de uitvoerende toezichthouders op beleggingsondernemingen en (beheerders van) beleggingsinstellingen, per e-mail natin-bobi@dnb.nl. Uw melding wordt vertrouwelijk behandeld.