Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

25 april 2018 Toezicht

Toezicht

Vraag:

Wanneer kwalificeert een HER voor de definitie van ‘plaatselijke onderneming’ (‘local firm’) als bedoeld in Art. 4(1)(4) CRR?

Antwoord:

NB: geactualiseerde tekst

Van de definitie van ‘beleggingsonderneming’ in artikel 4(1)(2)(b) CRR zijn ‘plaatselijke ondernemingen’ (‘local firms’) als bedoeld in artikel 4(1)(4) CRR uitgezonderd. Op grond van artikel 4(1)(4) CRR wordt voor de toepassing van deze verordening verstaan onder “plaatselijke onderneming”: een onderneming die op de markten voor financiële futures, voor opties of voor andere afgeleide instrumenten en op de contante markten, uitsluitend om posities op markten voor afgeleide instrumenten af te dekken, voor eigen rekening of voor rekening van andere leden van die markten handelt, en die door clearing members van dezelfde markten wordt gegarandeerd, waarbij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de door dergelijke ondernemingen gesloten contracten berust bij clearing members van dezelfde markten.

Een onderneming die handelt voor eigen rekening (proprietary trading firm) kwalificeert alleen als ‘plaatselijke onderneming’, indien zij kan aantonen dat zij voldoet aan de strikte definitie in artikel 4(1)(4) CRR. Dat wil zeggen dat deze handelaar voor eigen rekening moet kunnen aantonen dat hij voldoet aan de volgende voorwaarden:

  1. hij handelt uitsluitend voor eigen rekening of voor rekening van andere partijen die lid zijn van dezelfde derivaten- of contante markten;
  2. hij handelt op markten voor financiële futures, opties of andere derivaten;
  3. hij handelt op contante markten (of spot markten), uitsluitend om posities op derivatenmarkten af te dekken (‘for the sole purpose of hedging positions on derivatives markets’); en
  4. de posities worden door clearing members van dezelfde markten gegarandeerd, waarbij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de gesloten contracten berust bij clearing members van dezelfde markten.

Ten aanzien van punt (3) geldt dat een ‘plaatselijke onderneming’ actief mag zijn op zowel de derivatenmarkten als de contante markten, maar enkel indien de beleggingsactiviteit voor wat betreft de contante markten is gelimiteerd tot transacties die dienen ter afdekking van voorafgaande en direct gerelateerde transacties op de derivatenmarkten. Een beleggingsonderneming die transacties op de contante markten verricht die niet dienen ter afdekking van daaraan voorafgaande en direct daaraan gerelateerde derivatentransacties, valt dus buiten de reikwijdte van de definitie van ‘plaatselijke onderneming’ in de CRR.

Indien een handelaar voor eigen rekening meent dat hij voldoet aan de definitie van ‘plaatselijke onderneming’, dient hij dit met voldoende bewijs aan te tonen. In dat kader dient de betrokken handelaar voor eigen rekening ten minste het volgende aan te leveren:

  1. een door het bestuur van de onderneming en, voor zover van toepassing, haar moederonderneming goedgekeurde en ondertekende verklaring dat de handelaar voor eigen rekening voldoet en kan blijven voldoen aan de definitie van ‘plaatselijke onderneming’ in artikel 4(1)(4) CRR;
  2. een door het bestuur van de onderneming en, voor zover van toepassing, haar moederonderneming goedgekeurd juridisch advies (‘legal opinion’) dat door een onafhankelijke, externe derde of een interne juridische afdeling is gegeven, waaruit blijkt dat de handelaar voor eigen rekening voldoet en kan blijven voldoen aan de definitie van ‘plaatselijke onderneming’ in artikel 4(1)(4) CRR; en
  3. voldoende bewijs van de verankering van de voorwaarden waaraan de handelaar voor eigen rekening moet voldoen om te kwalificeren als ‘plaatselijke onderneming’ in interne beleidsstukken (zoals de handelsstrategie, de hedging en off-setting strategieën en het beleggingsbeleid).

DNB zal op basis van bovenstaande documentatie beoordelen of de handelaar voor eigen rekening inderdaad kwalificeert als ‘plaatselijke onderneming’ als bedoeld in artikel 4(1)(4) CRR. Voor zover het business model van de handelaar voor eigen rekening voorziet in transacties op de contante (of spot) markten, zal DNB daarbij toetsen of voldoende is aangetoond dat doorlopend wordt voldaan aan de voorwaarde dat die transacties op de contante markten uitsluitend dienen ter afdekking van een daaraan voorafgaande en direct daaraan gerelateerde derivatentransactie. DNB kan aanvullende documentatie of bewijs verlangen om deze beoordeling te kunnen maken.

Indien de HER kwalificeert alt ‘plaatselijke onderneming’ als bedoeld in artikel 4(1)(4) CRR, maar nadien haar handelsstrategie zodanig wijzigt – of voorziet te wijzigen – dat niet meer wordt voldaan aan voorgenoemde definitie van plaatselijke onderneming, dient deze HER dit onverwijld kenbaar te maken aan DNB.

Gerelateerde websites