Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

21 maart 2018 Toezicht

Toezicht

Vraag:

In welk geval moet een HER een herstelplan indienen bij DNB en waaraan moet dit herstelplan voldoen?

Antwoord:

In verband met de wijziging per 13 november 2017 van het prudentiële regime voor HER die onder de CRR door DNB werden aangemerkt als ‘plaatselijke onderneming’ (‘local firm’), heeft DNB een overgangstraject ingesteld. Dit overgangstraject houdt in dat HER tot 31 maart 2018 de gelegenheid krijgen om te voldoen aan de geldende vereisten van de CRR. Uiterlijk op 14 mei 2018 dienen HER aan DNB te rapporteren over hun kapitaalpositie, berekend op basis van de per 31 maart 2018 op hen van toepassing zijnde kapitaalvereisten uit de CRR (zie ook de sectorbrief van DNB van 13 november 2017). Bij de berekening van de kapitaalpositie per 31 maart 2018 moeten ook de toepasselijke kapitaalbuffervereisten van de CRD worden meegenomen; zie hierover ook onderdeel (2) van deze Q&A – Kapitaalbuffervereisten op grond van de CRD.

Als een HER niet aan de kapitaalvereisten van de CRR voldoet, voldoet zij ook niet aan de kapitaalbuffervereisten van de CRD. Omdat het noodzakelijk is een eventueel kapitaaltekort op te lossen alvorens een kapitaalbuffertekort kan worden opgelost, moet een HER zowel bij een kapitaaltekort als een kapitaalbuffertekort een herstelplan bij DNB indienen. Er zijn dan drie situaties mogelijk:

  1. een HER voldoet per 31 maart 2018 aan zowel de kapitaalvereisten van de CRR als aan de kapitaalbuffervereisten van de CRD: dan is geen herstelplan nodig;
  2. een HER voldoet wel aan de kapitaalvereisten van de CRR, maar niet aan de kapitaalbuffervereisten van de CRD: in dit geval is een herstelplan nodig dat voldoet aan de eisen voor een kapitaalconserveringsplan;
  3. een HER voldoet noch aan de kapitaalvereisten van de CRR, noch aan de kapitaalbuffervereisten van de CRD: in dit geval is een herstelplan nodig.

Een herstelplan moet ter goedkeuring aan DNB worden voorgelegd, binnen vijf werkdagen nadat de HER een kapitaaltekort en/of een kapitaalbuffertekort heeft geconstateerd; DNB kan deze termijn verlengen tot tien werkdagen. Uitgaande van de uiterste indieningsdatum van de rapportages over het eerste kwartaal van 2018, te weten 14 mei 2018, moet een HER het herstelplan uiterlijk op dinsdag 22 mei 2018 bij DNB aanleveren.

Een herstelplan dient erin te voorzien dat de HER binnen een zo kort mogelijke termijn, maar uiterlijk op 31 december 2019, voldoet aan de kapitaalvereisten van de CRR en/of de kapitaalbuffervereisten van de CRD. DNB zal het herstelplan goedkeuren als aannemelijk is dat de maatregelen in dit plan de betrokken HER binnen een zo kort mogelijke termijn in staat stellen om weer te voldoen aan de prudentiële vereisten (zie onderdeel (1) van deze Q&A voor de Kapitaalvereisten op grond van de CRR en onderdeel (2) van deze Q&A voor de Kapitaalbuffervereisten op grond van de CRD).

Indien DNB een herstelplan niet goedkeurt, kan zij op basis van artikel 3:62a lid 6 Wft de onderneming verplichten om (i) uiterlijk op een voorgeschreven datum te beschikken over een toetsingsvermogen van een voorgeschreven omvang of (ii) een door DNB te bepalen gedragslijn te volgen ten aanzien van het doen van winstuitkeringen voor zover die zouden leiden tot een aantasting van het kapitaal, het toekennen of uitkeren van variabele beloningen of aanspraken daarop dan wel het doen van betalingen op kapitaalinstrumenten. Ook kan een herstelplan voor DNB aanleiding zijn om een of meer van de maatregelen op te leggen als bedoeld in artikel 104 CRD (zoals dat is geïmplementeerd in artikel 3:111a lid 2 Wft).

DNB verwacht van een HER dat een door haar ingediend herstelplan ten minste de volgende elementen omvat:

  1. Schattingen van inkomsten en uitgaven en een opgave van de te verwachten balanspositie;
  2. Maatregelen ter verhoging van de kapitaalratio’s. Hierbij dient de HER per maatregel inzicht te geven in de kwantitatieve impact van de maatregel op de kapitaalratio’s en de mate van uitvoerbaarheid van de maatregel; en
  3. Een plan en een tijdschema voor de verhoging van het eigen vermogen met het oog op de volledige naleving zowel de kapitaalvereisten als het gecombineerd buffervereiste.

DNB verwacht van een HER, in het kader van de te nemen maatregelen ter verhoging van de kapitaalratio’s (zie punt b hierboven), dat deze in het herstelplan expliciet ingaat op beperkingen op uitkeringen, dat wil zeggen beperkingen ten aanzien van: het doen van winstuitkeringen, het toekennen of uitkeren van variabele beloningen of aanspraken daarop, en het doen van betalingen op kapitaalinstrumenten. Indien dergelijke beperkingen op uitkeringen niet zijn meegenomen in de door een HER voorgenomen maatregelen ter verhoging van de kapitaalratio’s, dient het herstelplan zwaarwegende argumenten te bevatten waarom de HER meent dat hij dergelijke beperkingen op uitkeringen redelijkerwijs niet kan of niet hoeft te treffen. Voorbeelden van additionele maatregelen die de HER kan treffen om binnen een zo kort mogelijke termijn volledig aan de kapitaalvereisten en het gecombineerd buffervereiste te voldoen, zijn: het afbouwen van handelsposities, het wijzigen van handelsstrategieën, of het aantrekken van additioneel kapitaal.