Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

16 juni 2021 Toezicht Toezichtlabel Q&A

Vraag 1:

Kunnen beleggingsondernemingen voor bepaalde blootstellingen een ontheffing verkrijgen, als bedoeld in artikel 41, lid 2, IFR, van de toepassing van de concentratierisicolimieten?

Antwoord:

Ja, voor blootstellingen op gedekte obligaties verleent DNB, op aanvraag, een ontheffing voor 80% van de nominale waarde. Voor intragroep blootstellingen kan een ontheffing aangevraagd worden (zie volgende vraag).

Op grond van artikel 41, lid 2, IFR kan DNB bepaalde blootstellingen geheel of gedeeltelijk uitzonderen van de toepassing van de limieten zoals gespecificeerd in artikel 37 IFR. Het gaat om blootstellingen op (i) gedekte obligaties; en (ii) blootstellingen die een beleggingsonderneming heeft op haar moederonderneming, andere dochters van de moederonderneming, of haar eigen dochterondernemingen (oftewel intragroep blootstellingen).

Vraag 2:

Hoe kan een beleggingsonderneming een ontheffing verkrijgen van de toepassing van concentratierisicolimieten voor intragroep blootstellingen?

Antwoord:

Op grond van artikel 41, lid 2, sub b IFR kan DNB voor de berekening van de concentratierisicolimieten voor intragroep blootstellingen een ontheffing verlenen aan beleggingsondernemingen, mits aan beide voorwaarden in artikel 41, lid 2, sub b IFR wordt voldaan. DNB verwacht dat bij een aanvraag voor een dergelijke ontheffing de volgende documentatie wordt bijgevoegd.

  1. Een actueel organogram van de groep en de identificatie van de entiteiten die gebruik willen maken van de intragroep uitzondering;

  2. een beschrijving van het beleid en de controlemaatregelen op het gebied van risicobeheer en de wijze waarop deze centraal geformuleerd en toegepast worden;

  3. de eventuele contractuele grondslag van het risicobeheerskader voor de gehele groep, alsmede aanvullende documentatie, zoals het risicobeleid van de groepsmaatschappijen op het gebied van krediet-, markt-, liquiditeits- en operationeel risico;

  4. een beschrijving van de mogelijkheden die de moederinstelling/-onderneming heeft om groepsbreed risicobeheer te handhaven;

  5. een beschrijving van het mechanisme dat prompte overdracht van eigen vermogen en de terugbetaling van passiva door een van de groepsentiteiten waarborgt in het geval van financiële moeilijkheden;

  6. een brief die conform het toepasselijk recht is ondertekend door een wettelijke vertegenwoordiger van de moederonderneming, met goedkeuring van het leidinggevend orgaan, en waarin wordt gesteld dat de beleggingsonderneming op groepsniveau voldoet aan alle in artikel 41(2) IFR bedoelde voorwaarden;

  7. een door het leidinggevend orgaan van de moederonderneming goedgekeurd juridisch advies dat door een onafhankelijke, externe derde of een interne juridische afdeling is uitgebracht, waaruit blijkt dat er, buiten de in het vennootschapsrecht opgelegde beperkingen, voor de overdracht van vermogen of de terugbetaling van passiva door de moederonderneming geen belemmeringen bestaan op grond van toepasselijke wet- en regelgeving (inclusief belastingwetten) of juridisch bindende overeenkomsten;
    viii. een verklaring die is ondertekend door de wettelijke vertegenwoordigers en goedgekeurd door de leidinggevende organen van de moederonderneming en de groepsentiteiten die voornemens zijn artikel 41(2) IFR toe te passen, en waarin zij stellen dat er geen praktische belemmeringen bestaan voor de financiering van overdrachten of de terugbetaling van passiva.

DNB zal toetsen of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden van in artikel 41, lid 2, IFR en op basis daarvan besluiten of er een ontheffing kan worden verleend aan de beleggingsonderneming. Definitieve besluiten over dergelijke aanvragen worden genomen vanaf het moment dat de IFR daadwerkelijk van toepassing is.

Vraag 3:

Hoe kan een beleggingsonderneming toestemming vragen om de concentratierisicolimieten tijdelijk te overschrijden en de limieten binnen een beperkte termijn alsnog na te leven, als bedoeld in artikel 38, lid 2, van de IFR?

Antwoord:

Op grond van artikel 38, lid 2, IFR kan DNB een tijdelijke toestemming verlenen aan beleggingsondernemingen die de concentratierisicolimieten, als bedoeld in artikel 37 van de IFR, overschrijden om de limieten binnen een beperkte termijn alsnog na te leven. DNB zal de tijdelijke vrijstelling verlenen indien i) de blootstellingen niet zijn ontstaan uit reguliere transacties waarbij sprake is van kredietrisico en ii) de blootstellingen niet groter zijn dan 100% van het toetsingsvermogen. Om te toetsen of aan de voorwaarden wordt voldaan, verwacht DNB dat bij een aanvraag de volgende documentatie wordt bijgevoegd:

  1. een overzicht van de grootte van de blootstellingen, de (groep van verbonden) cliënten waaraan de beleggingsonderneming is blootgesteld en het toetsingsvermogen van de beleggingsonderneming;

  2. Een toelichting waarom de overschrijding tot stand is gekomen en waarom de beleggingsonderneming de overschrijding niet had kunnen voorzien en derhalve niet had kunnen voorkomen;

  3. een overzicht van historische overschrijdingen van de limieten inclusief de (groep van verbonden) cliënten waaraan de beleggingsonderneming was blootgesteld;

  4. Een plan waarin de beleggingsonderneming aantoont hoe zij binnen afzienbare tijd weer aan de limieten zal voldoen.

DNB zal toetsen of de aanvraag voldoet aan deze voorwaarden en op basis daarvan besluiten of er toestemming wordt verleend aan de beleggingsonderneming. Definitieve besluiten over dergelijke aanvragen worden genomen vanaf het moment dat de IFR daadwerkelijk van toepassing is.

Let op: deze Q&A heeft betrekking op bepalingen uit de IFR/IFD die per 26 juni 2021 van toepassing worden. De Q&A is onder voorbehoud van eventuele wijzigingen in het wettelijk en regelgevend kader. Meer informatie hierover.

sector

  • Beleggingsondernemingen