Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

23 november 2020 Toezicht

Toezicht

Er bestaat op dit moment onzekerheid over het voortbestaan van het nationale prudentiële regime voor beleggingsondernemingen die kwalificeren als “local firm”. De European Banking Authority (EBA) zal eind september 2017 advies uitbrengen aan de Europese Commissie over een nieuw, geharmoniseerd prudentieel regime voor alle beleggingsondernemingen in de Europese Unie, dat ook zal gelden voor deze handelaren voor eigen rekening. Dit nieuwe raamwerk kan leiden tot aangepaste kapitaalvereisten en kan tevens leiden tot wijzigingen in de toepassing van beloningsregels op handelaren voor eigen rekening.

In het factsheet Prudentieel kader voor beleggingsondernemingen die kwalificeren als “local firm”, voor het laatst geactualiseerd op 24 november 2015, is informatie opgenomen over het nationale prudentiële regime voor beleggingsondernemingen die enkel de beleggingsactiviteit “handelen voor eigen rekening” verrichten en daarbij hun werkzaamheden beperken tot die van plaatselijke ondernemingen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt (4) van de Verordening kapitaalvereisten (Verordening (EU) nr. 575/2013). DNB past dit nationale prudentiële kader sinds 1 januari 2014 toe.

DNB wijst bestaande marktpartijen en potentiële nieuwe markttoetreders erop dat er op dit moment onzekerheid bestaat over het voortbestaan van dit nationale prudentiële regime. Deze onzekerheid houdt verband met de ontwikkeling van een nieuw prudentieel regime voor beleggingsondernemingen door de European Banking Authority (EBA), waarover de EBA eind september 2017 een advies en een rapport zal uitbrengen aan de Europese Commissie.

De Europese Commissie zal vervolgens, mede op basis van dit advies van EBA, een wetgevend voorstel opstellen voor een nieuw geharmoniseerd prudentieel raamwerk, dat zal gelden voor alle niet-systeemrelevante MiFID beleggingsondernemingen in de Europese Unie, waaronder de handelaren voor eigen rekening die nu nog onder het nationale prudentiële regime vallen. Dit kan leiden tot aangepaste kapitaalvereisten, onder meer met betrekking tot het minimum eigen vermogen en de solvabiliteit, en kan daarnaast gevolgen hebben voor de toepassing van de beloningsregels ingevolge hoofdstuk 1.7 van de Wft op handelaren voor eigen rekening.

Bestaande marktpartijen en potentiële nieuwe markttoetreders wordt verzocht om de hierboven genoemde onzekerheid over het voortbestaan van dit nationale prudentiële regime in te calculeren bij beslissingen over – bijvoorbeeld – hun businessmodel, bedrijfsvoering of vestigingsplaats.