Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

29 mei 2012 Toezicht Toezichtlabel

Het is verboden om zonder vergunning van DNB het bedrijf uit te oefenen van betaaldienstverlener. Het verbod is opgenomen in artikel 2:3a van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Het vergunningvereiste en het toezicht op betaaldienstverleners is gebaseerd op de Europese Richtlijn betaaldiensten (2007/64/EG). Het verbod ziet op diensten aan betaaldienstgebruikers waarbij door de betaaldienstverlener voor of aan cliënten: betaalrekeningen worden geëxploiteerd, geld wordt overgemaakt, geld wordt gedeponeerd of opgenomen, en/of betaalinstrumenten worden uitgegeven of aanvaard. Het gaat hierbij steeds om dienstverlening aan cliënten die ook eindgebruiker zijn. Dat wil zeggen: diensten die worden verleend aan de betaler en/of de betalingsbegunstigde. De betaaldienstverlener vervult daarbij een intermediaire rol.

De Wft onderscheidt zeven soorten betaaldiensten. Deze kunnen zowel zelfstandig als in combinatie met elkaar voorkomen. De betaaldiensten worden opgesomd in de bijlage bij de Europese richtlijn voor betaaldiensten (2007/64/EG). Het gaat om de volgende betaaldiensten:

  1. Diensten waarbij de mogelijkheid wordt geboden contanten op een betaalrekening te plaatsen alsook alle verrichtingen die voor het exploiteren van een betaalrekening vereist zijn.

    Dit betreft de dienst waarbij de mogelijkheid wordt geboden om contant geld (munten of bankbiljetten) op een betaalrekening bij de aanbieder van deze dienst te plaatsen. Een onderneming die als product een betaalrekening voert waarbij contant geld op die rekening kan worden gestort, biedt deze dienst aan.
  2. Diensten waarbij de mogelijkheid wordt geboden contanten van een betaalrekening op te nemen alsook alle verrichtingen die voor het beheren van een betaalrekening vereist zijn.

    Bij deze dienst gaat het om de mogelijkheid om (giraal) geld dat wordt aangehouden op een betaalrekening bij de aanbieder van de dienst, in contanten op te nemen. Een onderneming die als product een betaalrekening voert met een betaalinstrument (zoals een betaalpas) waarmee contant geld van die rekening kan worden opgenomen, biedt deze dienst aan.
  3. Uitvoering van betalingstransacties, met inbegrip van geldovermakingen, op een betaalrekening bij de betaaldienstverlener van de gebruiker of bij een andere betaaldienstverlener

    - uitvoering van automatische debiteringen, met inbegrip van eenmalige automatische debiteringen;
    - uitvoering van betalingstransacties via een betaalkaart of een soortgelijk instrument;
    - uitvoering van overmakingen, met inbegrip van automatische betalingsopdrachten.
    Deze betaaldienst ziet op de uitvoering van de betalingstransacties, dat wil zeggen: de uitvoering van een opdracht tot overmaken, deponeren of opnemen van geld van een betaalrekening. Het maakt niet uit of het een betaalrekening betreft bij de aanbieder van deze dienst of een betaalrekening bij een andere betaaldienstverlener.
    Als een onderneming een dienst verleent die meebrengt dat hij in opdracht van een ander geld overmaakt tussen betaalrekeningen, is sprake van dienst 3. Hoe die opdracht er precies uitziet en in welke vorm die wordt gegeven is niet van belang. Het maakt niet uit of de opdracht wordt geïnitieerd met behulp van een betaalpas of door middel van een schriftelijke machtiging of via een elektronische kanaal of zelfs mondeling wordt gegeven. Ook is niet van belang of het een eenmalige opdracht betreft dan wel een doorlopende opdracht om op bepaalde momenten een vast of variabel bedrag over te maken.
    Van dienst 3 is sprake in geval van een onderneming die aan (web)winkeliers diensten verleent ter zake van de acceptatie van betaalinstrumenten, zoals debet- of creditcards, en waarbij door tussenkomst van de betaaldienstverlener betalingstransacties tot stand komen.
    Een onderneming die consumenten in staat stelt producten of diensten van derden te kopen en in dat kader gelden van die consumenten in ontvangst neemt ter doorbetaling aan die derden, verleent eveneens deze betaaldienst.
    De onderneming die zelf een betaalinstrument uitgeeft (dienst 5) waarmee geld kan worden overgemaakt, opgenomen of gedeponeerd, verleent in dat geval ook dienst 3. Hetzelfde geldt in het algemeen voor ondernemingen die betaalrekeningen als product voeren (dienst 1/2).
    Een onderneming die diensten verleent inzake het storten en/of opnemen van contant geld en waarbij de tegenwaarde wordt bij- of afgeschreven op een bankrekening, verleent eveneens dienst 3. Dergelijke dienstverlening ziet immers op het uitvoeren van betalingstransacties. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de exploitatie van een afstortautomaat of een geldautomaat. Overigens kent de Wft een uitzondering voor exploitanten van geldautomaten die naast de exploitatie van de geldautoma(a)t(en) geen andere betaaldiensten verlenen.
  4. Uitvoering van betalingstransacties waarbij de geldmiddelen zijn gedekt door een kredietlijn die aan de betaaldienstgebruiker wordt verstrekt

    - uitvoering van automatische debiteringen, met inbegrip van eenmalige automatische debiteringen;
    - uitvoering van betalingstransacties via een betaalkaart of een soortgelijk instrument;
    - uitvoering van overmakingen, met inbegrip van doorlopende opdrachten.
    Dienst 4 ziet in beginsel op hetzelfde als dienst 3 met dien verstande dat bij dienst 4 sprake is van een kredietlijn. Daarbij kan worden gedacht aan de situatie waarbij het te betalen bedrag door de betaaldienstverlener wordt voorgeschoten of dienstverlening ter zake van het voeren van een betaalrekening (dienst 1/2) waarop roodstand is toegestaan.
    Dienst 4 is aan de orde zodra bij de uitvoering van een betalingstransactie door een betaaldienstverlener wordt betaald vanuit een door hem verstrekt krediet.
    Voor het overige kan worden verwezen naar hetgeen hiervoor is gesteld bij dienst 3.
  5. Uitgifte en/of aanvaarding van betaalinstrumenten 

    Een betaalinstrument is een middel of methode waarmee een opdracht tot betaling kan worden gegeven. Debitcards en creditcards zijn voorbeelden daarvan. Het instrument kan een fysiek voorwerp zijn, zoals een pas, óf een logische procedure voor communicatie op afstand, zoals een password of ‘TAN-code’.
    Exploitatie van een betaalrekening (dienst 1/2) gaat doorgaans samen de uitgifte van een betaalinstrument.
    Van aanvaarding van een betaalinstrument is sprake als een onderneming als tussenliggende partij betaalinstrumenten (ongeacht de uitgever ervan) aanvaardt – niet voor zich zelf maar voor een ander – en de betaling doorsluist naar de uiteindelijk begunstigde.
    Bij ondernemingen die aan (web)winkeliers diensten verlenen ter zake van de acceptatie van betaalmiddelen is sprake van dienst 5.
  6. Geldtransfers

    Van het verlenen van de dienst ‘geldtransfer’ is sprake als, zonder dat een rekening wordt geopend, van een betaler geld wordt ontvangen met als enig doel het daarmee corresponderende bedrag over te maken rechtstreeks aan een begunstigde dan wel aan een andere betalingsdienstverlener die de gelden aan de uiteindelijk begunstigde uitkeert.
    Geldtransfers (of moneytransfers) worden in de praktijk vooral verleend ten behoeve van het overmaken van geld naar begunstigden in het buitenland, met name naar landen met een minder ontwikkeld banksysteem en waar het gebruik van bankrekeningen minder voorkomt. Ook voor onverwachte spoedbetalingen wordt wel van geldtransfers gebruik gemaakt.
    Diensten die in de periode voorafgaand aan de implementatie van de richtlijn betaaldiensten als geldtransfer in de zin van de Wet inzake de geldtransactiekantoren werden aangemerkt, vallen onder dienst 6.
  7. Uitvoering van betalingstransacties waarbij de instemming van de betaler met een betalingstransactie wordt doorgegeven met behulp van een telecommunicatie-, digitaal of IT-instrument en de betaling rechtstreeks geschiedt aan de exploitant van de telecommunicatiediensten, het IT-systeem of het netwerk, die louter optreedt als intermediair tussen de betalingsdienst-gebruiker en de persoon die de goederen levert of de diensten verricht.

    Deze dienst heeft alleen betrekking op betaaldiensten die worden verleend door een telecommunicatie-, IT- of netwerkexploitant. Voorbeelden van dergelijke exploitanten zijn een telecomprovider, een kabelexploitant of een internetprovider.
    De exploitant verleent deze dienst als hij betalingstransacties aanvaardt waartoe door een betaaldienstgebruiker opdracht wordt gegeven door middel van een telefoon of computer en waarbij direct wordt betaald aan de exploitant. De exploitant is dus de derde partij die zich bevindt tussen betaaldienstgebruiker en de leverancier van de goederen of diensten waarvoor wordt betaald.
    Dienst 7 is alleen aan de orde als de exploitant uitsluitend optreedt als tussenpartij in verband met de onderliggende transactie tussen betaler en betalingsbegunstigde. Alleen als de exploitant uitsluitend optreedt als intermediair voor betalingen, en zelf geen toegevoegde waarde levert, wordt deze aangemerkt als dienstverlener van betaaldienst 7. Voegt de aanbieder waarde toe aan de goederen of diensten waar voor wordt betaald, bijvoorbeeld in de vorm van toegangs-, distributie- of zoek­mogelijkheden, dan is dienst 7 niet aan de orde.
    Bij de toepasselijkheid van dienst 7 moet worden gelet op de uitzondering voor diensten van telecommunicatie en informatietechnologie (zieBetaaldiensten uitgezonderd van de Wft).

sector

  • Betaalinstellingen