Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

28 januari 2019 Toezicht Toezichtlabel Factsheet

Proces beoordeling door De Nederlandsche Bank van een collectieve waardeoverdracht van een pensioeninstelling uit een andere lidstaat naar een Nederlands pensioenfonds of premiepensioeninstelling.

In deze factsheet geeft De Nederlandsche Bank (DNB) een toelichting op het proces van de beoordeling door DNB van een voorgenomen internationale collectieve waardeoverdracht (CWO) door een pensioeninstelling in een andere lidstaat naar een Nederlands pensioenfonds of premiepensioeninstelling (ppi).

Bevoegdheid om mee te werken, maar voorafgaande goedkeuring van De Nederlandsche Bank vereist

Artikel 92a Pensioenwet (Pw) bepaalt onder welke voorwaarden een pensioenfonds of ppi bevoegd is om mee te werken aan een CWO van een pensioeninstelling uit een andere lidstaat naar het pensioenfonds of de ppi. Artikel 92a Pw is ingevoerd als gevolg van de implementatie van de EU Richtlijn (EU 2016/2341) betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. Hiermee werden de bestaande voorwaarden voor een internationale CWO verduidelijkt en aangevuld.

De bevoegdheid voor een pensioenfonds om mee te werken aan een collectieve waardeoverdracht van een pensioenregeling waarop het sociaal- en arbeidsrecht van een andere lidstaat van toepassing is, bestaat overigens alleen indien het pensioenfonds beschikt over een vergunning in de zin van artikel 125 Pensioenwet. Zie voor meer informatie de Q&A Grensoverschrijdende activiteiten Nederlandse pensioenfondsen.

Bij een CWO van een pensioeninstelling uit een andere lidstaat naar een pensioenfonds of ppi is in ieder geval zowel voorafgaande toestemming vereist van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling uit de andere lidstaat haar zetel heeft als van DNB. Ook dient de meerderheid van de deelnemers en gewezen deelnemers waarvan de pensioenaanspraken of –rechten worden overgedragen en de meerderheid van de pensioengerechtigden in te stemmen met de CWO, of in een voorkomend geval een meerderheid van hun vertegenwoordigers. Hoe die meerderheid er uit hoort te zien, wordt bepaald door de lidstaat waarvandaan de CWO afkomstig is. Daarnaast kan de wetgeving van de lidstaat waar de overdragende pensioeninstelling haar zetel heeft mogelijk nog aanvullende instemmingseisen bevatten van belanghebbenden en/of werkgever(s).

Bij een CWO van een pensioeninstelling uit een andere lidstaat naar een pensioenfonds of ppi gelden nog aanvullende eisen en voorwaarden. Zie hiervoor de Q&A Uitgangspunten beoordeling internationale collectieve waardeoverdracht van een pensioeninstelling uit een andere lidstaat naar een pensioenfonds of premiepensioeninstelling. In deze Q&A leest u welke onderbouwing DNB verwacht te ontvangen van de betrokken pensioenuitvoerders bij de aanvraag tot goedkeuring van een voorgenomen CWO.

Proces op hoofdlijnen van een aanvraag tot goedkeuring van een CWO van een pensioeninstelling uit een andere lidstaat naar een Nederlands pensioenfonds of ppi

1.De aanvraag tot goedkeuring van een voorgenomen CWO van een pensioeninstelling uit een andere lidstaat naar een pensioenfonds of ppi wordt bij DNB ingediend door het pensioenfonds of de ppi.

2.DNB stuurt de aanvraag tot goedkeuring en de daarbij verstrekte informatie onverwijld door naar de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaat.

3.De bevoegde autoriteiten van de andere lidstaat moeten binnen acht weken aan DNB melden of zij roestemming verlenen voor de CWO.

4.Indien de bevoegde autoriteiten van die andere lidstaat geen toestemming verlenen voor de CWO, zal DNB goedkeuring voor de CWO weigeren.

5.Indien de bevoegde autoriteiten wel toestemming verlenen, is de beoordeling van DNB bepalend: afhankelijk van de beoordeling van DNB wordt het verzoek goedgekeurd of afgewezen. De toestemming van de bevoegde autoriteiten uit de andere lidstaat leidt dus niet automatisch tot een goedkeuring door DNB van de CWO.

6.Het schriftelijk besluit van DNB met de goedkeuring of afwijzing van de aanvraag wordt binnen drie maanden na indiening van de (volledige) aanvraag naar het pensioenfonds of de ppi gestuurd.

Vooroverleg met DNB is vaak behulpzaam

Een CWO is een complex besluit en proces voor een pensioenfonds, dat binnen een korte periode door DNB moet worden beoordeeld. Die complexiteit neemt nog verder toe als een niet in Nederland gevestigde pensioeninstelling bij de CWO betrokken is.

Uit ervaring bij nationale CWO’s blijkt dat vooroverleg met DNB behulpzaam is ter voorbereiding op de formele aanvraag en het beoordelingsproces door DNB. DNB raadt pensioenfondsen of ppi’s die overwegen mee te werken aan een internationale collectieve waardeoverdracht daarom sterk aan al ruim voor de formele aanvraag tot goedkeuring met DNB in overleg te treden. Dan kan in overleg worden bepaald welke informatie of stukken verstrekt moeten worden om een goed oordeel te kunnen vellen. Ook bestaat er dan voldoende tijd om over vragen of documenten met DNB in overleg te treden.

Bij de aanvraag tot goedkeuring door het pensioenfonds of ppi moet bepaalde informatie worden verstrekt. De minimaal te verstrekken informatie zal veelal niet voldoende zijn om een volledig beeld en duidelijk inzicht te krijgen van de gevolgde besluitvorming bij het pensioenfonds of ppi (inclusief de evenwichtige belangenafweging bij deze besluitvorming) en of sprake is van een adequate risicobeheersing in het geval van een transitie. Zie hiervoor in meer detail de Q&A Uitgangspunten beoordeling collectieve waardeoverdracht van een pensioeninstelling uit een andere lidstaat naar een pensioenfonds of premiepensioeninstelling.

Als de verstrekte informatie of toelichting niet voldoende is om goedkeuring te verlenen, zal DNB binnen de daarvoor geldende termijn van drie maanden het verzoek om goedkeuring van de CWO afwijzen.

sector

  • Pensioenfondsen
  • Premiepensioeninstellingen