Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

02 april 2015 Toezicht

Toezicht

Het eigen vermogen van een pensioenfonds wordt voornamelijk gevormd door reserves. Achtergestelde leningen kunnen evenwel ook een bestanddeel zijn waaruit het eigen vermogen wordt gevormd. Dit vloeit voort uit artikel 132 Pensioenwet over Vereist Eigen Vermogen (VEV) en artikel 5 van het Besluit ftk over de samenstelling van het vereist eigen vermogen.

Achtergestelde leningen tellen niet altijd volledig mee bij het bepalen van eigen vermogen. Dat is geregeld in artikel 8 van het Besluit ftk. Achtergestelde leningen tellen niet langer volledig mee indien een pensioenfonds niet langer beschikt over het VEV respectievelijk het Minimum vereist eigen vermogen (MVEV). Indien de technische voorzieningen niet langer gedekt worden door waarden, tellen de achtergestelde leningen zelfs helemaal niet mee in de dekkingsgraad. Hieronder is schematisch uiteengezet wanneer achtergestelde leningen (met of zonder vaste looptijd) mee mogen tellen bij het bepalen van het eigen vermogen van een pensioenfonds. In het schema wordt bij wijze van voorbeeld uitgegaan van een MVEV van 5% en een VEV van 30% van de technische voorzieningen.

Een achtergestelde lening is een verplichting die is achtergesteld op de pensioenverplichtingen. Dit betekent onder andere dat deze lening omgezet moet worden in een storting indien het fonds daardoor een korting kan voorkomen (zie Q&A Achtergestelde leningen en herstelplan). Het aan het fonds geleende geld hoeft dan dus nooit meer te worden terugbetaald. Een achtergestelde lening moet overigens op actuele waarde worden gewaardeerd (zie de Aanwijzingen invulling rapportagekader pensioenfondsen).

Schematische weergave artikel 8 besluit FTK: achtergestelde leningen (AL)



Wetgeving

Omvang
eigen vermogen

Eigen vermogen te financieren door achtergestelde lening (AL)

Soort AL ****

AL met vaste looptijd (van oorspronkelijk meer dan 5 jaar)***

AL zonder vaste looptijd met opzegtermijn** van minimaal 5 jaar of met bepaling aflossing slechts na toestemming DNB

PW art.
131 e.v.

Negatief

Nihil

N.v.t.

N.v.t.

PW art 131 e.v. en
Besluit FTK art.8 lid 1

Tussen 0 en MVEV
(tussen 0% en 5% van de TV)

Max 50% van EV
(max 50% van 5% = 2,5% van de TV)

Max 25% van EV
(max 25% van 5% = 1,25% van de TV)

Max 50% van EV
(max 50% van 5% = 2,5% van
de TV) *****

PW art. 131 en 132
Besluit FTK art. 8 lid 2

Tussen MVEV en VEV
(tussen 5% en 30% van de TV)

Max 50% van EV
(max 50% van 30% = 15% van de TV)

Max 25% van EV
(max 25% * 30% = 7,5% van de TV)

Max 50% van EV
(max 50% van 30% = 15% van de TV)

 

Hoger dan VEV*
(meer dan 30% van de TV)

Max 50% van VEV*
(max 50% van 30% = 15% van de TV)

Max 25% van VEV*
(max 25% * 30% = 7,5% van de TV)

Max 50% van VEV*
(max 50% van 30% = 15% van de TV)

* Dan wel MVEV als dat hoger is dan het VEV.

** Zodra de lening (gedeeltelijk) wordt opgezegd wordt (het opgezegde deel van) deze lening aangemerkt als achtergestelde lening met vaste looptijd
*** De hoogte tot welke de achtergestelde lening wordt meegeteld als onderdeel van het eigen vermogen wordt lineair verlaagd gedurende ten minste de 5 jaar die voorafgaan aan de datum van aflossing
**** Met inachtneming van de voorwaarden uit Besluit FTK artikel 8 lid 3 tot en met 8.
***** Indien wordt gewerkt met AL met vaste looptijd worden deze in mindering gebracht op het maximum van AL met onbepaalde looptijd, zodat het totaal van de achtergestelde leningen nooit meer bedraagt dan 50% van het (M)VEV.