Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

01 januari 2007 Toezicht

Toezicht

Pensioenfondsen kunnen een intern model hanteren ter bepaling van het vereist eigen vermogen. Ze moeten daarvoor eerst toestemming DNB vragen en voldoen aan een aantal kwalificatie-eisen. Een fonds kan ook (met toestemming van DNB) kiezen voor één of meer partiële modellen ter aanvulling op het standaardmodel, indien het risicoprofiel van het fonds niet voldoende aansluit op de uitgangspunten van het standaardmodel.

Fondsen kunnen met een intern model op professionele wijze invulling geven aan de beheersing van financiële risico’s. Een goed intern model sluit per definitie beter aan bij het risicoprofiel van het fonds dan het standaardmodel (en het vereenvoudigd model). Het is namelijk op maat gemaakt. Het interne model, de onderliggende aannames en organisatorische aspecten als de inbedding in de organisatie worden door DNB getoetst. Een intern model wordt niet alleen ontwikkeld voor de toezichthouder, maar vormt een integraal onderdeel van het dagelijkse risicobeheer.

Uitgangspunten intern model 

Een intern model neemt alle relevante risicofactoren mee. Hierbij kan het fonds gebruikmaken van intern ontwikkelde methodes en technieken. Elementen uit het standaard model of benaderingstechnieken mogen gebruikt worden mits deze een getrouw beeld geven van de werkelijke risico’s. Een intern model onderscheidt zich vooral doordat stochastische modellering de basis is. Met name de samenhang tussen risicofactoren wordt hierdoor nauwkeurig in kaart gebracht.

Organisatorische inbedding 

Voor de beoordeling door DNB van de organisatorische inbedding van het interne model zijn er diverse aandachtsgebieden te onderscheiden, welke op hoofdlijnen zijn vastgelegd in een Ministeriële Regeling. De onderstaande principes zijn hierbij leidend:

  • geïntegreerd risico management
    Het intern model is een integraal onderdeel van het risicomanagement van het pensioenfonds. Hierbij wordt het hoogste beleidsbepalende orgaan volledig geïnformeerd over de resultaten van het intern model. Parameters en uitkomsten van het model vormen een leidraad voor besluitvorming van het fonds. Er worden nieuwe berekeningen uitgevoerd telkens als gewijzigde (risico)posities daarom vragen.
  • onafhankelijk risicobeheer
    Het fonds kent een onafhankelijke risicobeheerfunctie, belast met de verantwoordelijkheid voor het ontwerp, de implementatie en het onderhoud van het intern model. De verantwoordelijkheden bij de toepassing van het intern model zijn helder en op een logische plaats in de organisatie belegd.
  • aanwezige kennis
    De intern aanwezige kennis stelt het fonds in staat om de karakteristieken, aannames en tekortkomingen van het model te doorgronden. Het fonds is voorts in staat om de consistentie van besluitvorming ten aanzien van het gebruik van verschillende modellen te waarborgen.
  • datamanagement
    Inputgegevens dienen uit betrouwbare en actuele bestanden te komen. Door duidelijke procedures en verdeling van verantwoordelijkheden is er zicht op de kwaliteit, tijdigheid en volledigheid van de inputgegevens. Kennis van systemen en software is verspreid over meerdere personen om achtervang te creëren.
  • documentatie
    Het pensioenfonds hanteert duidelijke procedures voor de documentatie van alle aspecten van het interne model, daaronder begrepen de verantwoordelijkheidsstructuur. Dit omvat in ieder geval een gedetailleerde beschrijving van de theoretische basis, de empirische onderbouwing en de werking van de modellen. Daarnaast zijn de afhankelijkheden tussen diverse modellen en het gebruik van output in de vorm van (risico)maatstaven in (risicobeheersings)rapportages alsmede de resultaten van het validatieproces gedocumenteerd.
  • validatie
    Het fonds voert een onafhankelijk validatieproces uit. Validatie vindt plaats bij ingebruikneming van het model, telkens als er relevante wijzigingen in het model plaats hebben en op periodieke basis. Resultaten van het validatieproces worden gebruikt om de kwaliteit van de modellen te verbeteren. Uitkomsten van het validatieproces worden aan DNB gerapporteerd.

Technische aspecten 

Fondsen zijn grotendeels vrij in de keuze van het interne model en kunnen ook externe partijen inschakelen bij de ontwikkeling ervan. DNB stelt voorwaarden aan de technische aspecten van de modellen, welke op hoofdlijnen zijn vastgelegd in een Ministeriële Regeling. Beoordeling van interne modellen is maatwerk. De onderstaande principes zijn bij beoordeling leidend:

  • data passen bij het risicoprofiel
    De data die gebruikt worden bij de schatting van de parameters van het model brengen het risicoprofiel en de bijbehorende stochastiek goed in beeld. De keuze voor data is zodanig dat alle relevante risico’s op de korte termijn (1 jaar) goed in kaart worden gebracht. Er is consistentie van de data met de stochastiek op langere termijn. Alle gebruikte data vormen een realistische benchmark voor de karakteristieken van het fonds.
  • modelaannames zijn onderbouwd
    Er is voldoende onderbouwing voor de keuzes die ten grondslag liggen aan het model, in het bijzonder de relevante risico’s, gebruikte variabelen, veronderstelde correlaties, kansverdelingen en grondslagen van technische voorzieningen. De gemaakte keuzes en de (wijze) van parameterschattingen dienen stabiel te zijn in de tijd.
  • model reflecteert het fonds
    Het model reflecteert de opzet en structuur van het fonds, als mede de omvang en complexiteit ervan. Er is verankering van alle relevante risico’s op kwantitatieve of kwalitatieve wijze in het model.
  • meerdere modellen zijn mogelijk
    Fondsen kunnen gebruikmaken van een intern model dat bestaat uit meerdere (sub) interne modellen. Deze dienen onderling logisch verbonden te zijn. Ook indien een fonds gebruikt maakt van modellen die niet voor bepaling van het vereist eigen vermogen dienen (b.v. economic capital modellen), dienen deze modellen een plausibele relatie met het intern model te hebben.

Rapportage aan de toezichthouder 

Fondsen die een intern model hanteren dienen DNB jaarlijks te informeren over de resultaten. Hierbij wordt een verschillenanalyse ingediend. Deze laat de verandering door de tijd heen zien, als gevolg van veranderde posities, kwaliteit van modellering, modelaannames en inputdata. De analyse geeft inzicht in de effecten van beleidswijzigingen van het fonds. Pensioenfondsen die een intern model toepassen, worden niet meer gevraagd om uitkomsten op basis van het standaardmodel te rapporteren. Wel zullen zij de uitkomsten van beide methoden inclusief een verschillenanalyse moeten rapporteren ten behoeve van het periodieke beoordelingsproces door DNB (bijvoorbeeld eens in de drie jaar).

Toestemming

DNB kan als overgangsmaatregel een pensioenfonds toestemming verlenen voor het toepassen van het interne model nog voordat aan alle kwalificerende uitgangspunten is voldaan. Een fonds kan hiervoor in aanmerking komen als naar het oordeel van DNB de tekortkomingen niet een voorlopig gebruik van het interne model in de weg staan. Bovendien moet de verwachting zijn dat binnen twee jaren wel aan de kwalificerende uitgangspunten is voldaan. Voor zover tijdens het overgangstraject de modellering incompleet is, kan voor de ontbrekende onderdelen zolang gebruik worden gemaakt van een prudente bijschatting. Gebruikmaking van onderdelen van het standaardmodel is daarbij toegestaan. Voor zover tijdens dit overgangstraject de organisatorische inbedding nog niet volledig is, werkt het fonds volgens een goed plan om dat alsnog binnen door DNB gestelde termijnen te bewerkstelligen.

Concreet zijn de mogelijke uitkomsten van het beoordelingtraject:

  • toestemming voor het gebruik, zonder additionele afspraken
  • toestemming voor het gebruik, met afspraken over een groeipad met betrekking tot de organisatorische inbedding
  • toestemming voor het gebruik, met afspraken over verbetering van de technische aspecten van het interne model
  • geen toestemming voor het gebruik (dus het standaardmodel moet worden gebruikt)

Eventuele toestemming voor het gebruik van een bepaald intern model is altijd tijdelijk. DNB zal periodiek (bijvoorbeeld eens in de drie jaar) de interne modellen methode van een bepaald fonds in zijn geheel evalueren om vast te stellen of ongewijzigde toepassing nog gerechtvaardigd is.