Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

16 januari 2015 Toezicht

Toezicht

De waarde van aandelen en vastgoed kan fluctueren. Pensioenfondsen die een deel van hun vermogen in dergelijke zakelijke waarden of hieraan gerelateerde instrumenten hebben belegd, lopen hierdoor risico. In het standaardmodel is een risicoscenario voor het aandelen- en vastgoedrisico (S2) voorgeschreven.

Aandelen- en vastgoedrisico (verder aandelenrisico) is aanwezig bij alle beleggingen waarvan de waarde gevoelig is voor schommelingen in beursgraadmeters. Dit zijn niet alleen aandelen, maar onder andere ook direct en indirect vastgoed, beleggingen in niet-beursgenoteerde fondsen, convertibles, equity notes, total return swaps, en sommige derivaten.

Berekening van S2
De bepaling van S2 vindt plaats op basis van een scenario waarin de waarde van de beleggingen in aandelen en vastgoed daalt. Dit scenario bestaat uit een algehele waardedaling van aandelen, etc. ten bedrage van een vast percentage. S2 is de waardedaling van het surplus als gevolg van dit scenario.

Bij de vaststelling van S2 wordt onderscheid gemaakt naar de volgende beleggingscategorieën:

S2A - Aandelen ontwikkelde markten, inclusief beursgenoteerd vastgoed;
S2B - Aandelen opkomende markten;
S2C - Niet-beursgenoteerde aandelen;
S2D - Niet-beursgenoteerd vastgoed.

Ieder van deze klassen kent een ander risicoscenario. Deze risicoscenario’s zijn gebaseerd op breed gespreide beleggingsportefeuilles.

De impact van het risicoscenario hangt af van de samenhang van de waarde van de beleggingen, waaronder derivaten, met de waardeverandering van aandelen of vastgoed in het risicoscenario. De berekening van het aandelen- en vastgoedrisico houdt rekening met een zekere diversificatie tussen de verschillende aandelencategorieën. Het totale aandelen- en vastgoedrisico (S2) wordt berekend door middel van een wortelformule, waarbij een correlatie van 0,75 wordt verondersteld tussen de genoemde beleggingscategorieën.

Aandelen ontwikkelde markten (S2A)
Het risicoscenario voor aandelen in ontwikkelde markten (mature markets) gaat uit van een vastgestelde daling van 30% van de waarde van deze beleggingen. Deze aandelencategorie betreft beursgenoteerde aandelen in stabiele economische omgevingen, inclusief beleggingen in beursgenoteerd vastgoed.

Aandelen opkomende markten (S2B)
Het risicoscenario voor beleggingen in opkomende markten (emerging markets) gaat uit van een vastgestelde daling van 40% van de waarde van deze beleggingen.

Niet-beursgenoteerde aandelen (S2C)
Het risicoscenario voor niet-beursgenoteerde aandelen gaat uit van een waardedaling van 40% van deze beleggingen. Het gaat hier alleen om beleggingen in ontwikkelde markten.

Niet-beursgenoteerd vastgoed (S2D)
Het risicoscenario voor niet-beursgenoteerde aandelen gaat uit van een waardedaling van 15% van deze beleggingen. Dit risicoscenario wordt toegepast op de exposure voor vastgoed, dat wil zeggen de marktwaarde van de portefeuille aangepast voor financiering met vreemd vermogen.

Correlatie met andere risico’s
Bij de aggregatie van S1 t/m S10 tot het vereist eigen vermogen wordt eveneens uitgegaan van een wortelformule. Dit is een andere wortelformule dan de bovenstaande wortelformule voor S2. In de berekening van het vereist eigen vermogen wordt uitgegaan van een correlatie van 0,4 tussen neerwaartse renteschokken en aandelenrisico en een correlatie van 0,5 tussen kredietrisico en aandelenrisico. Met de andere risicocategorieën wordt geen correlatie verondersteld.