Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

14 april 2021 Toezicht Toezichtlabel Factsheet

Pensioenfondsen lopen het risico dat creditspreads wijzigen en daarmee de waarde van beleggingen waarvoor sprake is van kredietrisico, zoals bedrijfsobligaties of gestructureerde producten. Het standaardmodel geeft een berekening voor de gevoeligheid van het eigen vermogen voor kredietrisico (S5).

Het risicoscenario voor de berekening van het kredietrisico gaat uit van een stijging van de creditspread van kredietgevoelige beleggingen. Het scenario maakt onderscheid naar ratingklasse:

  • instrumenten met een AAA of equivalente rating: +60 basispunten
  • instrumenten met een AA of equivalente rating: +80 basispunten
  • instrumenten met een A of equivalente rating: +130 basispunten
  • instrumenten met een BBB of equivalente rating: +180 basispunten
  • instrumenten met een lagere rating of instrumenten zonder rating: +530 basispunten

Fondsen lopen het risico dat creditspreads stijgen. Bijvoorbeeld door een verslechterd vooruitzicht van de economische groei. Bij een toename van de creditspread neemt de waarde van de beleggingen af. Naast bedrijfsleningen kunnen onder meer ook gestructureerde producten, vorderingen op een tegenpartij of onderhandse derivatencontracten blootstaan aan kredietrisico.

Bij de berekening van het vereist eigen vermogen mag het kredietrisico gelijk aan nul worden verondersteld voor Europees staatspapier met een AAA of equivalente rating.

Creditspread

Kredietrisico komt tot uitdrukking in de rentemarge van kredieten, de zogenoemde creditspread. Dit is het verschil tussen het effectieve rendement op een verzameling kasstromen waarvan de uitkering afhangt van de kredietwaardigheid van tegenpartijen, en het effectieve rendement op dezelfde verzameling kasstromen als die met volledige zekerheid tot uitkering zouden komen.

Ratingklasse

De ratingklasse wordt zoveel mogelijk bepaald op basis van het oordeel van een gekwalificeerde derde partij. De Nederlandsche Bank kan hierover nadere regels stellen, bijvoorbeeld over de manier waarop het fonds omgaat met ratings van externe partijen, en over de manier waarop het fonds zelf tot een beoordeling van de ratingklasse komt, bijvoorbeeld voor een specifieke kredietportefeuille. De voorkeur gaat uit naar het vaststellen van de kredietklasse op basis van een externe rating. Is er geen externe rating beschikbaar of is deze van onvoldoende kwaliteit? Dan kan het fonds ook zelf een rating vaststellen op basis van een eigen risicoanalyse. Is dit laatste ook niet goed mogelijk? Dan past het risicoscenario een schok toe van 530 basispunten op de creditspread.

Berekening S5

Het kredietrisico (S5) wordt bepaald aan de hand van scenario’s die behoren bij verschillende ratingklassen. De fondsen lopen het risico dat creditspreads wijzigen en daarmee de waarde van beleggingen. Bij een toename van creditspreads neemt de waarde van de beleggingen doorgaans af. De risicoscenario’s gaan daarom uit van een absolute stijging van creditspreads. De mate waarin een pensioenfonds gevoelig is voor een verandering van creditspreads hangt onder meer af van de looptijdkarakteristieken van de kasstromen van instrumenten in de portefeuille.

Correlaties

Bij de aggregatie van verschillende risicofactoren gaat het risicoscenario uit van verschillende correlaties:

  • 0,40 tussen het renterisico en het kredietrisico als het scenario voor het renterisico is gebaseerd op een rentedaling
  • nihil tussen het renterisico en het kredietrisico als het scenario voor het renterisico is gebaseerd op een rentestijging
  • 0,50 tussen het aandelen- en vastgoedrisico enerzijds en het kredietrisico anderzijds

Andere kredietrisico’s

De scenario’s voor kredietrisico zijn gebaseerd op bepaalde kenmerken van de beleggingen van pensioenfondsen. Uitgangspunten zijn:

  • fondsen lopen alleen systematisch kredietrisico
  • beleggingen zijn goed gespreid naar looptijd, regio’s en sectoren

Wijken de beleggingen van een pensioenfonds materieel af van deze veronderstellingen? Dan kan het pensioenfonds meer risico lopen dan verondersteld wordt in het standaardmodel. Een partieel intern model kan dan nodig zijn.

sector

  • Pensioenfondsen