Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

16 januari 2015 Toezicht

Toezicht

Het verzekeringstechnisch risico (S6) als onderdeel van het vereist eigen vermogen heeft betrekking op alle verzekeringstechnische grondslagen die voor het fonds een materieel risico vormen. In beginsel worden voor de vaststelling van het verzekeringstechnisch risico alleen risico’s meegenomen die verband houden met sterfte, tenzij ook andere verzekeringstechnische risico’s zoals arbeidsongeschiktheidsrisico binnen het kader van het standaardmodel een materieel effect kunnen hebben op het vereist eigen vermogen.

Voor de bepaling van het vereist vermogen voor het verzekeringstechnisch risico (S6) zijn geen berekeningen voorgeschreven. Fondsen moeten in het standaardmodel zelf de omvang van het verzekeringstechnisch risico vaststellen. De Nederlandsche Bank (DNB) biedt de fondsen echter wel een methode als handreiking voor het maken deze inschatting.

Voor het sterfterisico wordt onderscheid gemaakt tussen procesrisico, trendsterfteonzekerheid (TSO) en negatieve stochastische afwijkingen (NSA). Het procesrisico wordt bepaald op een 1-jaarshorizon en een zekerheidsniveau 97,5%. TSO en NSA beslaan de gehele looptijd van de verplichtingen en worden vastgesteld als verschil (groter dan of gelijk aan nul) tussen het 75e percentiel van de verdeling van de waarde van de verplichtingen en de verwachtingswaarde hiervan.

Procesrisico
Het vereist eigen vermogen voor procesrisico is nodig voor mogelijke abnormale nadelige variaties in verzekeringstechnische resultaten, gegeven de technische voorziening op actuele waarde. Het betreft hier alleen de mogelijke negatieve effect van mutaties in het deelnemersbestand op een tijdshorizon van één jaar bij een zekerheidsniveau van 97,5%. Dit risico, uitgedrukt als percentage van de technische voorzieningen, is afhankelijk van het aantal deelnemers in het fonds en de mate waarin het fonds het kortlevenrisico heeft afgedekt.

Trendsterfte onzekerheid (TSO)
Het vereist eigen vermogen voor trendsterfte onzekerheid (TSO) is nodig voor de gevoeligheid van het eigen vermogen van het fonds voor de onzekerheid gerelateerd aan de langleventrend. Daarbij geldt: hoe lager de gemiddelde leeftijd binnen het fonds, hoe hoger de trendsterfte onzekerheid. De TSO wordt bepaald voor de gehele looptijd van de verplichtingen.

Negatieve stochastische afwijkingen (NSA)
Het vereist eigen vermogen voor negatieve stochastische afwijkingen (NSA) is nodig voor de gevoeligheid van het eigen vermogen van het fonds voor het risico dat de gemiddelde leeftijd bij overlijden van deelnemers afwijkt van de grondslagen voor de waardering van de technische voorzieningen. NSA heeft betrekking op de gehele looptijd van de verplichtingen.

Correlatie
In de wortelformule van het standaardmodel wordt geen correlatie (0) tussen het verzekeringstechnisch risico (S6) en de andere risico’s verondersteld.