Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

29 juni 2018 Toezicht Toezichtlabel Factsheet

De Europese pensioenrichtlijn bevat regels die voor álle pensioeninstellingen in Europa gelden, ongeacht hun naam of (juridische) vorm. Deze richtlijn bepaalt onder meer dat pensioeninstellingen pensioenregelingen kunnen uitvoeren van werkgevers uit een andere lidstaat. Deze richtlijn is een herziening van de richtlijn uit 2003 (2003/41/EG).

Richtlijn 2003/41/EG

Sinds de pensioenrichtlijn in 2003 in werking trad, kunnen pensioenfondsen pensioenregelingen uit andere lidstaten van de Europese Unie (EU) uitvoeren. De richtlijn bevat regels over grensoverschrijdende activiteiten van pensioeninstellingen. Zo is het prudentieel toezicht – het toezicht op de financiële positie van de pensioeninstelling – van toepassing van het land waar deze is gevestigd, ook als deze een regeling uit een ander land uitvoert. Anderzijds blijven het fiscaal recht en het sociale- en arbeidsrecht van het werkland van de werknemers van toepassing op de pensioenregeling die in een andere lidstaat is ondergebracht.

Voor beleggingsvoorschriften van pensioeninstellingen geldt de ‘prudent person regel’. Dat komt erop neer dat de pensioeninstelling moet handelen zoals een voorzichtig, verstandig en zorgvuldig handelend vermogensbeheerder zou doen die in vergelijkbare omstandigheden verkeert. Het betreft open normen, die lidstaten verschillend uitleggen. België, Luxemburg en Ierland hanteren meer kwalitatieve vereisten, terwijl Nederland overwegend kwalitatieve normen stelt. Deze zijn uitgewerkt in het financieel toetsingskader.

Richtlijn (EU) 2016/2341

De belangrijkste wijzigingen voor Nederland als gevolg van de nieuwe richtlijn zijn gelegen in versterking van de governance, verduidelijking van grensoverschrijdende waardeoverdrachten en aanvullende informatievoorschriften.

Governance

De versterking van de governance betreft het vereiste van integraal risicomanagement, de introductie van sleutelfuncties voor risicobeheer, actuariële functie en interne audit (i.e. de expliciete scheiding van uitvoering en controle op de uitvoering), en de toevoeging van een verplichte, minimaal driejaarlijks uit te voeren eigenrisicobeoordeling;

Grensoverschrijdende waardeoverdrachten

De verduidelijking van het proces van grensoverschrijdende waardeoverdrachten versterkt de bescherming van de rechten van werknemers. Zo introduceert de richtlijn criteria waarmee DNB een collectieve waardeoverdracht van een Nederlandse pensioenregeling naar een pensioeninstelling in een andere lidstaat kan toetsen en zo nodig tegenhouden. Dat kan wanneer: 

  • de rechten worden aangetast van deelnemers van wie de aanspraken worden overgedragen;
  • de rechten van de achterblijvende deelnemers na de overdracht onvoldoende zijn beschermd, dan wel door die overdracht worden aangetast;
  • de regeling zich in onderdekking bevindt op basis van het Nederlandse financieel toetsingskader.

Ook moet een meerderheid van de deelnemers en pensioengerechtigden of hun vertegenwoordigers instemmen met een collectieve waardeoverdracht naar een andere lidstaat.

Informatievoorschriften

Daarnaast introduceert de richtlijn enkele aanvullende informatievoorschriften en moeten zaken als beloningsbeleid, eventuele sancties door de toezichthouder en het melden van uitbestede taken en ernstige misstanden aan de toezichthouder, openbaar worden gemaakt. Deze richtlijn moet voor 13 januari 2019 in de Nederlandse wet- en regelgeving zijn geïmplementeerd.

Zie voor meer informatie de tijdelijke pagina op Open Boek Toezicht over de implementatie van deze richtlijn. Op deze tijdelijke pagina komen de DNB nieuwsberichten en beleidsuitingen inzake de implementatie van de richtlijn te staan.

sector

  • Pensioenfondsen