Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

21 januari 2019 Toezicht Toezichtlabel Q&A

Vraag:

Vanaf welk moment moet een pensioenfonds een korting verwerken in de technische voorzieningen?

Antwoord:

Een pensioenfonds dient uiterlijk binnen drie maanden na de datum van het tekort in de zin van artikel 138, lid 1 Pensioenwet dan wel 138, lid 7 Pensioenwet, het (geactualiseerde) herstelplan in bij De Nederlandsche Bank (artikel 138, lid 2 en artikel 139, lid 1 Pensioenwet). Vanaf het moment waarop het (geactualiseerde) herstelplan is ingediend verwerkt het pensioenfonds een eventuele eerste korting uit het herstelplan in de technische voorzieningen. Deze lijn sluit aan bij de algemene beleidslijn van accountants. Volgens deze beleidslijn van accountants moet een besluit dat door een bestuur van een organisatie is genomen, meteen in rapportages worden meegenomen, ook als dat besluit op een later moment zijn beslag krijgt.

De eerste korting heeft het karakter van een onvoorwaardelijke korting en moet worden doorgevoerd. Zie ook de Q&A Doorvoeren eerste korting uit herstelplan.

Aangekondigde kortingen voor de hersteljaren na het eerste hersteljaar, zijn nog voorwaardelijk. Bij de jaarlijkse actualisatie van een herstelplan beoordeelt het pensioenfonds opnieuw of kortingen nodig zijn en zo ja hoe hoog ze moeten zijn. Kortingen die opgenomen zijn in latere hersteljaren worden daarom niet verwerkt in de technische voorzieningen.

Het betreft in deze Q&A kortingen die benodigd zijn om binnen de hersteltermijn van het herstelplan te beschikken over het vereist eigen vermogen. Voor kortingen in verband met de maatregel minimaal vereist eigen vermogen, zie specifiek de uitleg die gegeven wordt in de Q&A Maatregel minimaal vereist eigen vermogen.

sector

  • Pensioenfondsen