Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

29 januari 2019 Toezicht

Toezicht

Met ingang van 1 juli 2018 zijn de rekenmethodieken voor weergave van ouderdomspensioen in scenario’s in werking getreden. Deze rekenmethodieken zijn zowel van belang voor de vaststelling van de risicohouding bij premieovereenkomsten, premieregelingen en variabele uitkeringen door pensioenuitvoerders (pensioenfonds, verzekeraar of premiepensioeninstelling) als voor de communicatie door pensioenuitvoerders.

Risicohouding

Voor de vaststelling van de risicohouding van een pensioenuitvoerder voor premieovereenkomsten, premieregelingen en variabele uitkeringen, geldt dat de rekenmethodieken voor weergave van ouderdomspensioen in scenario’s vanaf 1 juli 2018 van toepassing zijn. De scenariobedragen houden niet alleen rekening met de door de pensioenuitvoerder toekomstig te verlenen toeslagen en eventuele kortingen maar ook met de toekomstige inflatie in de scenario’s.

Pensioenuitvoerders mochten tot 1 januari 2019 nog gebruik maken van de tijdelijke regeling van artikel 36b Besluit FTK. Per 1 januari 2019 komt deze mogelijkheid te vervallen. Dat is zo geregeld in een Besluit van 6 september 2018. Vanaf 1 januari 2019 moeten de rekenmethodieken voor weergave van ouderdomspensioen in scenario’s worden gebruikt bij de vaststelling van de risicohouding.

Rekenmethodieken

Het tonen van verschillende, zo realistisch mogelijke, uitkomsten van het pensioen met behulp van scenariobedragen helpt om de risico’s individueel inzichtelijk en voor de deelnemer relevant te maken. De Pensioenwet (en Wet verplichte beroepspensioenregeling) schrijft daarom voor dat pensioenuitvoerders de indicatie van het pensioen voor de deelnemer inzichtelijk maken in drie pensioenbedragen, gebaseerd op een optimistisch, verwacht en pessimistisch scenario.

Bij de berekening van deze scenariobedragen wordt vooruit gekeken. Een pensioenuitvoerder maakt voor de berekening gebruik van de scenarioset die DNB elk kwartaal publiceert op de website van De Nederlandsche Bank (DNB). De scenariobedragen houden niet alleen rekening met de door de pensioenuitvoerder toekomstig te verlenen toeslagen en eventuele kortingen maar ook met de toekomstige inflatie in de scenario’s.

Er zijn drie rekenmethodieken. De pensioenuitvoerder kiest de rekenmethode die passend is gegeven de kenmerken van de pensioenuitvoerder en de pensioenregelingen die worden uitgevoerd. Voor meer toelichting op de rekenmethodieken verwijzen wij naar de toelichting op de regelgeving omtrent de rekenmethodieken.

De omschrijving van de rekenmethodes in de regelgeving geeft aan op welke wijze pensioenuitvoerders berekeningen moeten uitvoeren om te komen tot scenariobedragen die gebruikt moeten worden bij verschillende vormen van pensioencommunicatie met deelnemers.

In het kader van de rekenmethodieken zijn in het verleden twee rapporten door SZW gepubliceerd. Een rapport uit 2013: Cijfers voor pensioencommunicatie, een uniforme rekenmethodiek voor koopkracht en risico’s van pensioen. En een aanvulling op het hiervoor genoemde rapport: Aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid uniforme rekenmethodiek voor koopkracht en risico’s van pensioen.

Communicatie

Voor de communicatie door pensioenuitvoerders geldt een getrapte invoering. Met ingang van 1 januari 2019 geldt dat pensioenuitvoerders voor de informatieverstrekking bedoeld in de artikelen 44a en 63b Pensioenwet (Pw), de rekenmethodieken voor weergave van ouderdomspensioen in scenario’s moeten hanteren. Voor de informatieverstrekking uit hoofde van de artikelen 45, 46 en 51 Pw geldt dat de rekenmethodieken voor weergave van ouderdomspensioen in scenario’s per 30 september 2019 van toepassing zijn. Dat is zo geregeld in een Besluit van 6 september 2018.

Voor vragen over de informatieverstrekking kunt u zich wenden tot de Autoriteit Financiële Markten: www.afm.nl