Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

04 februari 2019 Toezicht Toezichtlabel Q&A

Vraag:

Mag de risicohouding voor een premieregeling of een variabele uitkering per leeftijdscohort worden vastgelegd?

Antwoord:

Ja, het is tegen de achtergrond van artikel 102a Pensioenwet en artikel 1a van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen toegestaan de risicohouding vast te leggen per leeftijd of leeftijdscohort.

Toelichting:

De risicohouding is een belangrijk uitgangspunt voor het beleggingsbeleid (ingeval van een regeling met één beleggingsprofiel) of het default beleggingsprofiel (ingeval van een premieregeling met meerdere beleggingsprofielen). De risicohouding is de mate waarin de pensioenuitvoerder beleggingsrisico wil en kan nemen met oog op het pensioen van de betreffende deelnemers. Een pensioenuitvoerder stelt de risicohouding vast voor een groep deelnemers, bijvoorbeeld de deelnemers in een pensioenfonds of voor deelnemers en pensioengerechtigden in een toedelingskring voor een variabele uitkering. De risicohouding voor een premieregeling komt in de opbouwfase tot uitdrukking in de maximaal aanvaardbare afwijking van het pensioen (op pensioendatum) in een pessimistisch scenario ten opzichte van het verwachte pensioen in een verwacht scenario.

Risicohouding per leeftijdscohort in de opbouwfase is toegestaan

Pensioenuitvoerders kunnen de risicohouding vastleggen als een voor alle leeftijden gelijke bandbreedte voor de maximaal aanvaardbare afwijking van het pensioen, maar mogen ook kiezen voor vastlegging van een leeftijdsspecifieke risicohouding, bijvoorbeeld per leeftijd of leeftijdscohort. De risicohouding moet passend zijn voor de gehele groep deelnemers.

In de opbouwfase heeft een leeftijdsspecifieke risicohouding als voordeel dat sprake is van een concreter uitgangspunt voor de door de pensioenuitvoerder vast te stellen life-cycle in het beleggingsbeleid of het default beleggingsprofiel. Vastlegging per leeftijd of leeftijdscohort is niet verplicht, maar kan helpen om de risicohouding beter af te stemmen op de deelnemers in de regeling.

Dit komt doordat het risico in de hoogte van het pensioen (op pensioendatum) in het algemeen groter is voor jongere dan voor oudere deelnemers. Dit is het gevolg van de lange beleggingshorizon tot pensioenleeftijd voor jonge deelnemers en omdat op grond van het life-cycle beginsel in het algemeen risicovoller wordt belegd voor jonge deelnemers. Bij een uniforme bandbreedte voor de risicohouding kan aldus de situatie ontstaan dat de gekozen bandbreedte teveel knelt voor jonge deelnemers of juist te ruim is voor deelnemers vlak voor pensioeningang.

Een pensioenuitvoerder kan overigens ook op een andere wijze dan via een life-cycle in het beleggingsbeleid, het risico voor de deelnemer verminderen in de periode voor pensioeningang, mits hij onderbouwt dat de deelnemer effectief wordt beschermd tegen negatieve beleggingsresultaten zonder dat anderen worden benadeeld. Ook in die situatie kan het wenselijk zijn (en is het mogelijk) de risicohouding per leeftijd of leeftijdscohort vast te stellen.

Variabele uitkering

Ook voor de periode na pensioeningang kan voor een variabele uitkering een leeftijdsafhankelijke risicohouding worden vastgelegd, bijvoorbeeld met het uitgangspunt dat vanaf een afgesproken leeftijd het beleggingsrisico wordt verminderd.

Relevant voor:

  • Pensioenfondsen