Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

22 november 2011 Toezicht

Toezicht

Een entiteit voor risico-acceptatie moet bij een vergunningaanvraag en bij het verrichten van haar werkzaamheden aan allerlei in de Wet op het financieel toezicht (Wft) verankerde eisen voldoen. Die eisen zijn gericht op het bevorderen van de soliditeit van de entiteiten voor risico-acceptatie en daarmee ook op het beschermen van de belanghebbenden tegen het verliesrisico als gevolg van een tekortschietende solvabiliteit of liquiditeit. De Nederlandsche Bank (DNB) ziet erop toe dat een entiteit voor risico-acceptatie de wettelijke eisen naleeft.

De Wft en de daarop gebaseerde lagere regelgeving stelt aan een entiteit voor risico-acceptatie met name eisen omtrent onder andere de volgende onderwerpen:

  • Betrouwbaarheid en deskundigheid (mede-)beleidsbepalers (Hoofdstuk 2 Bpr)
    Bij de aanvraag dienen ingevulde formulieren betrouwbaarheidstoetsing inclusief bijlagen te worden ingediend. Deze moeten worden ingevuld door het bestuur en de raad van commissarissen. Daarnaast dienen degenen die het (dagelijks) beleid van de entiteit voor risico-acceptatie, of de groep waartoe de entiteit voor risico-acceptatie behoort, bepalen of mede bepalen het formulier in te vullen.
  • Integere uitoefening van het bedrijf (Hoofdstuk 3 Bpr)
    Hierbij gaat het onder meer over het tegengaan van belangenverstrengeling, wetsovertredingen en/of andere handelingen die maatschappelijk ongewenst zijn. Deze handelingen kunnen het vertrouwen in de entiteit voor risico-acceptatie schaden.
  • Beheerste uitoefening van het bedrijf (Hoofdstuk 4 Bpr)
    Het gaat hier om het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico's bij de bedrijfsvoering.
  • Minimum eigen vermogen (Hoofdstuk 9 Bpr)
    Het minimum bedrag aan eigen vermogen van een entiteit voor risico-acceptatie bedraagt een door DNB te bepalen bedrag, dat niet hoger is dan EUR 1 miljoen. DNB bepaalt het bedrag aan de hand van het risico-profiel van de entiteit voor risico-acceptatie
  • Solvabiliteit (Hoofdstuk 10 Bpr)
    Ingevolge artikel 59, tweede lid, Bpr is de solvabiliteit van een entiteit voor risico-acceptatie voldoende indien de aanwezige solvabiliteit gelijk is aan het minimumbedrag van het garantiefonds.

Deze eisen houden rekening met de verschillende risico’s die worden gelopen alsmede met verschillen in aard, omvang en complexiteit van een entiteit voor risico-acceptatie. De uitgewerkte eisen komen voor een groot deel voort uit de internationale harmonisatie van toezichteisen, via de implementatie van EU-richtlijnen in de Nederlandse wet- en regelgeving.