Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

02 oktober 2014 Toezicht

Toezicht

Verzekeraars met hypotheekportefeuilles waarderen hun hypotheekleningen ten behoeve van de jaarverslaggeving en, voor zover deze leningen dienen tot dekking van de technische voorzieningen, ten behoeve van de toereikendheidstoets. In de balans kunnen deze leningen op de geamortiseerde kostprijs (amortised cost) grondslag worden gewaardeerd, terwijl in de toelichting op de balans en voor de toereikendheidstoets een actuele waarde (fair value) waardering moet worden bepaald. Deze factsheet geeft aan welke bepalingen in de wet- en regelgeving en de externe verslaggeving relevant zijn en welke aspecten een rol spelen bij de waardering van hypothekenportefeuilles

Verzekeraars die onder IFRS rapporteren volgen de bepalingen van IAS 39 om tot waarderingsgrondslagen voor hypotheekleningen te komen. In de praktijk wordt vaak de geamortiseerde kostprijs grondslag gebruikt. Als deze grondslag wordt gebruikt dan schrijft IFRS 7.25 voor dat ook de actuele waarde van de hypotheeklening wordt berekend en in de toelichting op de balans wordt gepubliceerd. De marktwaarde van hypotheekleningen speelt daarnaast ook een rol bij de toereikendheidstoets (Bpr 121, derde lid) en voor verzekeraars die de meerwaarde overeenkomstig Bpr 97, eerste lid, deel a, betrekken bij de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge. De Nederlandsche Bank heeft de mogelijkheid om in individuele gevallen te besluiten dat de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen tegen een lager bedrag worden gewaardeerd. (Bpr Art. 122b lid 3). De prudentiële verslagstaten van DNB zijn gebaseerd op de financiële jaarrekening (eensporige verslaggeving conform Bpr, artikel 130, derde lid, deel a). De in de toereikendheidstoets en solvabiliteitsberekeningen gebruikte actuele waarden van hypotheekleningen is derhalve dezelfde als de actuele waarde die is gepubliceerd in (de toelichting van) de jaarrekening.

De actuele waarde waardering van hypotheekleningen die op de balans op geamortiseerde kostprijs staan wordt ontleend aan bepalingen van het BW en IFRS (in het bijzonder IFRS 13). Dit betekent dat de actuele waarde van een hypotheeklening op een waarderingsdatum gelijk is aan de waarde waarvoor het op die datum kan worden verkocht tussen ter zake goed geïnformeerde marktpartijen die tot een transactie bereid zijn en onafhankelijk van elkaar zijn (“Orderly transaction”, IFRS 13.9). De actuele waarde bepalingen richten zich op een inschatting van een verkoopprijs (exit price) ongeacht de aanwending van de hypotheekportefeuille door de eigenaar van die portefeuille (bijvoorbeeld conform een hold-to-collect business model). Bij de bepaling van de actuele waarde waardering wordt op basis van IFRS 13 rekening gehouden met de zogeheten “fair value hiërarchie”. Er zijn drie niveaus binnen de “fair value hiërarchie”. De niveaus zijn als volgt:

  • Niveau 1: genoteerde prijzen (niet aangepast) in een actieve markt voor identieke activa;
  • Niveau 2: waarderingstechnieken waarbij alle invoergegevens anders dan genoteerde prijzen zijn gebaseerd op waarneembare marktgegevens (observable inputs) ;
  • Niveau 3: waarderingstechnieken waarbij invoergegevens zijn gebaseerd op niet-waarneembare marktgegevens (unobservable inputs).

Het uitgangspunt is om met de actuele waarde waardering altijd te starten in niveau 1; zo wordt er zoveel mogelijk gebruik gemaakt van genoteerde prijzen in actieve markten. Wanneer er onvoldoende informatie voorhanden is om een niveau 1 fair value waardering te maken wordt er achtereenvolgens overgestapt naar niveau 2. Alleen wanneer er onvoldoende waarneembare en relevante marktgegevens zijn om een volledige waardering uit te voeren komt niveau 3 in aanmerking om de actuele waarde op basis van niet-waarneembare marktgegevens vast te stellen.

In de praktijk komt het regelmatig voor dat informatie over de kredietwaardigheid van de debiteur bij langlopende hypotheekleningen is gericht op de specifieke informatie over die debiteur. De bepalingen om tot een actuele waarde voor leningen te komen verplichten verzekeraars om op zoek te gaan naar aanvullende marktinformatie. IFRS 13.17 geeft aan dat er geen uitputtende zoektocht hoeft te worden gedaan naar zoveel mogelijk marktinformatie. Dit betekent echter niet dat informatie, die redelijkerwijs beschikbaar is, zal mogen worden genegeerd. Bij het bepalen van marktwaarden is het vaak relevant om naar transactieprijzen van vergelijkbare leningen (met hypothecair onderpand) te kijken. Daarnaast is het relevant om naar de kasstroom van de lening te kijken en naar relevante indicatoren van een passende discontovoet. De kasstroomprojecties en de keuze van de discontovoet dienen een reflectie te zijn van de risicokarakteristieken van de desbetreffende lening.