Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

25 juli 2014 Toezicht

Toezicht

De eerste pilaar van Solvency II richt zich op de economische balans, het resulterend aanwezig eigen vermogen en een risico-gebaseerd vereist eigen vermogen. Dit vereist eigen vermogen wordt bepaald via de Standaardformule van Solvency II of met een intern model.

De economische balans neemt marktwaardering als uitgangspunt. Daar waar marktwaardering niet direct mogelijk is, wordt gestreefd om dit via modelbouw na te bootsen. Dit doet zich in het bijzonder voor bij de waardering van de technische voorzieningen.

Overzicht Pilaar 1

Het aanwezig eigen vermogen bestaat uit twee componenten: het kern eigen vermogen en het aanvullend vermogen. Het kern eigen vermogen wordt berekend door de verplichtingen van de activa af te trekken en de achtergestelde verplichtingen hierbij op te tellen. Het aanvullend vermogen wordt gevormd door opvraagbare bestanddelen ter dekking van verliezen.

Het standaardmodel voor het risico-gebaseerd vereist eigen vermogen heeft een modulaire opbouw. Elke module richt zich op een specifieke groep van risico’s, die vaak zelf ook weer op submodule-niveau verder worden verfijnd. In eerste instantie valt hierbij te denken aan risico’s verbonden aan de omvang en samenstelling van de beleggingsportefeuille van een verzekeraar en anderzijds de omvang en samenstelling van de verzekeringsportefeuille. Daarnaast komen ook het catastroferisico, het tegenpartijkredietrisico en het operationeel risico aan bod. Belangrijk onderdeel van het standaardmodel is het via correlaties benoemen van de samenhang tussen de diverse (sub)modules. Deze correlaties hebben hun plek in de aggregatieprocedure om tot één enkele kapitaalseis te komen.

Het vereiste eigen vermogen is ook door een intern model te berekenen, dat een verzekeraar dan zelf moet ontwikkelen. Informatie uit eigen gegevensbestanden is nodig om parameters te onderbouwen die in de formules van dit intern model een rol spelen. Dit geldt voor alle parameters, niet alleen die voor volatiliteiten maar ook voor correlaties.
Het intern model is niet alleen bedoeld om de kapitaalseis vast te stellen maar speelt ook op andere terreinen van de bedrijfsvoering een rol. Te denken valt aan zaken als premiestelling, herverzekeringsbeleid en beloningsbeleid.

Het intern model doorloopt een aanvraag- en goedkeuringsprocedure bij de toezichthouder. Het kan zijn dat een intern model niet goedgekeurd wordt. Verder is er ook ruimte voor een gedeeltelijk intern model, dat zich richt op een deelgebied van de risico’s.

Het beoogde zekerheidsniveau van de zo vastgestelde kapitaaleis is daarbij gesteld op 99,5% over een horizon van één jaar. Dit betekent grofweg dat een specifieke verzekeraar die precies voldoet aan de kapitaaleis, eens in de 200 jaar in de problemen komt.