Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

02 april 2015 Toezicht

Toezicht

Vraag:

Hoe kunnen verzekeraars in hun risicobeheerrapportage van de Preparatory Phase en onder Solvabiliteit II inzicht geven in de UFR-gevoeligheden?

Antwoord:

Onder Solvabiliteit II beoordelen verzekeraars in het kader van het risicobeheer periodiek de gevoeligheid van de technische voorzieningen en eigen vermogen voor de veronderstellingen voor de extrapolatie van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur. Deze veronderstellingen omvatten onder meer het UFR-niveau, het laatste liquide punt, de toegepaste Smith-Wilson extrapolatiemethode en een eventueel toegepaste volatiliteitsaanpassing.

Verzekeraars dienen vanaf 1 januari 2016 jaarlijks het verslag van deze beoordeling in bij DNB als onderdeel van de kwalitatieve toezichtrapportage. Hierin verwacht DNB dat de kwantitatieve uitkomsten van de gevoeligheden zijn opgenomen. Voor de Preparatory Phase ontvangt DNB graag een toelichting op deze beoordeling in de kwalitatieve rapportage onder het onderdeel Risicobeheer.

DNB verwacht dat verzekeraars in deze beoordeling onder meer de wijze betrekken waarop het afdekkingsbeleid (als onderdeel van het risicobeheer) is ingericht in relatie tot de gevoeligheid van de technische voorzieningen en eigen vermogen en de veronderstellingen van de extrapolatie en dit toelichten in de risicobeheerrapportage.

Verzekeraars kunnen in het kader van het risicobeheer vereiste beoordeling gebruik maken van een rentecurve met een door DNB opgestelde alternatieve extrapolatiemethode die op zijn verzoek aan de verzekeraar te beschikking kan worden gesteld. Verzekeraars kunnen hiervoor bij hun accounttoezichthouder terecht.

Deze vereiste vloeit voort uit artikel 44(2a)(a) van de Solvabiliteit II-richtlijn die vanaf 1 januari 2016 van kracht is.