Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

24 maart 2015 Toezicht

Toezicht

Vraag:

Waar let DNB op bij de beoordeling van aanvragen voor de toepassing van de matchingopslag?

Antwoord:

Onder Solvency II hebben verzekeraars de mogelijkheid om een matchingopslag voor een bepaalde portefeuille van verzekeringsverplichtingen toe te passen. Hiervoor kunnen verzekeraars vanaf 1 april 2015 een aanvraag indienen bij DNB. Meer informatie over de aanvraagprocedure kunt u binnenkort vinden op Open Boek Toezicht.

De Solvency II richtlijn bevat een normenkader voor de toepassing van de matchingopslag (artikel 77 ter). Een verzekeraar moet aantonen dat hij voldoet aan de wettelijke normen en in sommige gevallen kan daar op verschillende wijzen invulling aan worden geven (de zogenoemde open normen). DNB zal beoordelen of de wijze waarop de verzekeraar invulling geeft aan de open normen binnen het wettelijk kader past. DNB vult de bestaande open normen niet verder in. Eerdere in impact assessments gehanteerde invullingen ten aanzien van de open normen zijn – voor zover deze niet tot het wettelijk kader behoren of daaruit voortvloeien – niet van toepassing.

Hieronder gaat DNB in op verschillende vragen die kunnen leven omtrent de toepassing van de matchingopslag.

Voldoen direct ingaande lijfrenteverzekeringscontracten aan de criteria voor de toepassing van de matchingopslag (artikel 77 ter)?

Een verzekeraar dient voor elk verzekeringscontract waarop de matchingopslag van toepassing is aan te tonen dat voldaan wordt aan de criteria voor de matchingopslag. Direct ingaande lijfrenteverzekeringscontracten bevatten doorgaans geen bepalingen die tegenstrijdig zijn met de criteria voor de toepassing van de matchingopslag. DNB verwacht derhalve dat directe ingaande lijfrenteverzekeringscontracten geschikt zouden kunnen zijn voor de toepassing van de matchingopslag.

Wat is de definitie van het verzekeringscontract ingeval van collectieve pensioenverzekeringscontracten en hoe dienen de criteria voor de matchingopslag te worden toegepast (artikel 77 ter (1)(i))?

De criteria voor de matchingopslag zijn van toepassing op het niveau van het verzekeringscontract. Dit betekent dat een verzekeraar moet aantonen dat op het niveau van het verzekeringscontract voldaan wordt aan de criteria voor toepassing van de matchingopslag (artikel 77 ter). Volgens artikel 77 ter (1)(i) mag voor toepassing van de matchingopslag een verzekeringscontract niet worden onderscheiden in verschillende delen. Dit betekent dat een pensioenverzekeringscontract dat is gesloten met een werkgever voor de toepassing van de matchingopslag niet worden gesplitst naar individuele deelnemers of afzonderlijke dekkingen.

De criteria voor toepassing van de matchingopslag moeten dus worden toegepast op het niveau van de werkgever. Zo voldoet een pensioenverzekeringscontract met toekomstige premiebetalingen niet aan de wettelijke criteria van de matchingopslag, overeenkomstig artikel 77 ter (1)(d).

Als er geen sprake is van toekomstige premiebetalingen dan zou de matchingopslag mogelijk kunnen worden toegepast, indien de verzekeraar aantoont dat ook voldaan is aan de overige criteria voor de matchingopslag. De verzekeraar moet dan onder meer aantonen dat er op het niveau van de werkgever geen opties aanwezig zijn anders dan een afkoopoptie waarvan de afkoopwaarde lager is dan de actuele waarde van de beleggingen, overeenkomstig artikel 77 ter (1)(g). Hij moet daarnaast aantonen dat de kasstromen van beleggingen de kasstromen van de verplichtingen repliceren en dat eventuele mismatches niet leiden tot materiele risico’s. De eventueel op deelnemer niveau aanwezige opties kunnen worden betrokken in de context van de daaruit voortvloeiende mismatches en risico’s. Deze opties zijn in dit geval niet dezelfde als de opties op contractniveau waar artikel 77 ter (1)(g) op doelt.

Kunnen de criteria voor de toepassing van de matchingopslag ingeval van collectieve pensioenverzekeringscontracten worden toegepast op het niveau van de deelnemers?

Theoretisch zou een verzekeraar de criteria van de matchingopslag ook kunnen toepassen op het niveau van deelnemers, bijvoorbeeld wanneer de pensioenvoorwaarden in het pensioenverzekeringscontract afzonderlijk zijn vastgelegd voor verschillende typen deelnemers, zoals actieven, slapers en pensioengerechtigden. In deze gevallen zou de verzekeraar op het niveau van elk type deelnemer moeten aantonen dat wordt voldaan aan de criteria voor toepassing van de matchingopslag, waarbij ook rekening gehouden dient te worden met een eventuele afkoopoptie op het niveau van de werkgever. De beoordeling van de opties die aanwezig zijn op het niveau van de deelnemer staat in deze gevallen los van de materialiteit van mismatches en risico’s voortvloeiend uit deze opties. In dit geval zijn de op deelnemer niveau aanwezige opties dezelfde als de opties waar artikel 77 ter (1)(g) op doelt en dient een verzekeraar te kunnen aantonen dat er geen opties zijn. Aangezien pensioenverzekeringscontracten veelal voorzien in (wettelijke) opties voor deelnemers, zoals waardeoverdracht, uitruil en verevening bij echtscheiding, verwacht DNB dat de matchingopslag in het algemeen niet kan worden toegepast als de criteria worden beoordeeld op het niveau van de deelnemer.

Hoe kan een verzekeraar aantonen dat de afkoopwaarde (zoals individuele waardeoverdracht of collectieve waardeoverdracht) niet hoger is dan de waarde van de tegenoverstaande beleggingen (artikel 77 ter (1)(g))?

Indien de voorwaarden voor collectieve waardeoverdracht zijn vastgelegd in de pensioenverzekeringscontracten en geen discretionaire onderdelen bevatten dan dient de verzekeraar op basis van deze voorwaarden aan te tonen dat de afkoopwaarde op het moment dat de afkoopoptie wordt uitgeoefend niet hoger is dan de waarde van de activa die beschikbaar zijn ter dekking van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen conform artikel 77 ter (1)(g).

In het geval dat de voorwaarden niet volledig zijn vastgelegd en/of discretionaire onderdelen bevatten dan moet de verzekeraar tenminste

  • de mate van afkooprisico uitvoerig beoordelen en toelichten;
  • aantonen dat geen van de pensioenverzekeringscontracten een materieel verlies op afkoop kan veroorzaken, ook onder uitzonderlijke marktomstandigheden; en
  • toelichten hoe de grondslagen van de afkoopwaarde zijn bepaald en op welke wijze het risico van verlies op afkoop wordt beheerd.

Dergelijke pensioenverzekeringscontracten komen op grond hiervan mogelijk niet in aanmerking voor toepassing van de matchingopslag.

Bovenstaande geldt overeenkomstig voor individuele waardeoverdrachten.

Kan een verzekeraar aantonen dat directe Nederlandse hypotheekleningen voldoen aan de criteria voor de toepassing van de matchingopslag?

Directe Nederlandse hypotheekleningen zijn niet toegestaan als mogelijke activa voor de toepassing van de matchingopslag. Nederlandse hypotheekleningen mogen immers jaarlijks met tien procent van de oorspronkelijke hoofdsom worden afgelost. Daarnaast mogen hypotheekleningen doorgaans volledig worden afgelost bij verhuizing. Vanwege deze opties voldoen Nederlandse hypotheekleningen niet aan de criteria voor de toepassing van de matchingopslag (artikel 77 ter (1)(h)).

Voorstellen om gestructureerde hypotheekleningen in aanmerking te laten komen voor de toepassing van de matchingopslag, zal DNB beoordelen aan de hand van de wettelijke criteria.

Hoe kan een verzekeraar aantonen dat de mismatch tussen de kasstromen van de beleggingen en de verplichtingen geen aanleiding geeft tot materiële risico’s (artikel 77 ter (1)(c))?

DNB verwacht dat een verzekeraar aantoont dat hij voldoet aan de vereisten voor matching overeenkomstig artikel 77 ter (1)(c).

Dit artikel is een voorbeeld van een open norm in de wet. DNB geeft geen invulling aan deze norm. Verzekeraars kunnen op verscheidene manieren aantonen dat voldaan is aan de vereisten, waarbij niet één specifiek criterium bepalend is voor het oordeel van DNB.

Om aan te tonen dat aan de vereisten van artikel 77 ter (1)(c) is voldaan, dient een verzekeraar tenminste het volgende aan te leveren:

  • de kasstroomprojectie met het kasstroomtekort of –surplus op basis van het kleinst mogelijke en beschikbare tijdsinterval;
  • een toelichting op de verdeling van de kasstromen binnen het gekozen tijdsinterval;
  • een toelichting van de voorgenomen acties om onverwachte mismatch te beperken; en
    een kwantitatieve analyse van rente-, valuta-, inflatie- en andere relevante risico’s die het gevolg kunnen zijn van de kasstroommismatch en een beoordeling van de materialiteit van deze risico’s.