Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

30 april 2015 Toezicht Toezichtlabel Q&A

Vraag:

Moeten verzekeraars in hun interne modellen rekening houden met een volatiliteitsaanpassing (VA) die niet verandert in de tijd of is het verzekeraars toegestaan de VA dynamisch te modelleren?

Antwoord:

Voor het berekenen van de kapitaalvereisten met een intern model moeten verzekeraars onder meer de technische voorzieningen schatten 1 jaar na rapportagedatum. Een verzekeraar mag bij deze berekening gebruik maken van een VA in de rentecurve en zal deze dan op een bepaalde wijze in een intern model moeten modelleren. Ten aanzien van de modellering staat DNB zowel een constante als een dynamische VA toe. Bij een dynamische VA, waarbij de VA meebeweegt met de relevante spreads, stelt DNB voorwaarden.

Het spreekt voor zich dat DNB bij een aanvraag voor een intern model case-by-case zal beoordelen of een verzekeraar voldoet aan alle vereisten en Good Practices van de Richtlijn Solvabiliteit-II met betrekking tot interne modellen.

In het algemeen zal DNB wat betreft de VA beoordelen of alle risico’s en onzekerheden met betrekking tot de modellering, de brongegevens en de parameters rond de VA en de resulterende kapitaalvereisten (SCR) adequaat worden meegenomen in de modellering en het risicobeheer. Een aanvraag voor een intern model moet aantonen dat deze risico’s en onzekerheden expliciet zijn meegenomen of ten minste impliciet door bijvoorbeeld de beperking van (de applicatieratio van) de VA. Alle modelonderdelen rond de VA moeten hierbij worden betrokken.

DNB zal bij de beoordeling van de VA tevens de modellering van risico’s voortvloeiend uit staatsobligaties betrekken. Uitgangspunt is dat een verzekeraar in zijn intern model risico's voortvloeiend uit staatsobligaties ('sovereign exposures') betrekt en daarbij rekening houdt met de wijze waarop de VA is gemodelleerd. Indien een verzekeraar kiest voor een intern model met een dynamische VA dan dient hij in het intern model alle risico’s voortvloeiend uit staatsobligaties en andere spreadgevoelige beleggingen volledig mee te nemen.

In het bijzonder zal DNB beoordelen of de volgende punten in de modellering, het risicobeheer en de publieke rapportage rond de VA op passende wijze zijn betrokken.

Modellering

  • De verzekeraar onderbouwt en kwantificeert de schattingen die hij toepast in de verwachtingen van de VA in de verschillende scenario’s (waaronder de aanpassing voor kredietrisico (CRA)).
  • De verzekeraar betrekt in de modellering alle onderdelen van een dynamische VA op adequate wijze, zoals vereist door de gebruikstest en de statistische kwaliteitsnormen van het interne model, en in het bijzonder de volgende onderdelen:
    • de gehanteerde correlaties tussen kredietrisico en andere risicofactoren in de verschillende scenario’s zoals spread narrowing en spread widening; en
    • de representatieve portefeuille van vastrentende waarden en de referentieportefeuille van indices voor het berekenen van de VA, rekening houdend met verschillen met de eigen portefeuille, en rekening houdend met mogelijke veranderingen in deze portefeuilles (‘flight to quality’) die in uitzonderlijke omstandigheden kunnen ontstaan.

Risicobeheer

  • De verzekeraar beschikt over een adequate rechtvaardiging dat de modellering van de VA prikkels bevat voor goed risicobeheer en een toelichting op de wijze waarop de verzekeraar deze prikkels betrekt in het risicobeheer.
  • De verzekeraar betrekt in zijn risicobeheer op consistente wijze de risico’s voortvloeiend uit de eigen beleggingen en de risico’s voortvloeiend uit de representatieve portefeuille en de referentieportefeuille die worden gebruikt om de VA te berekenen.
  • De verzekeraar valideert de modellering van de VA mede aan de hand van een voldoende granulaire bronnenanalyse, inclusief een kwantificering van het verschil van een dynamische VA en een constante VA.
  • De verzekeraar beschouwt een verandering in de modellering van de VA als een ingrijpende wijziging in de zin van artikel 114(2)(b) van de Richtlijn Solvabiliteit-II.
  • De verzekeraar houdt in zijn risicobeheer expliciet rekening met de situatie dat de verlaging van de VA tot nul zou resulteren in niet-naleving van de SCR, en beschikt over een analyse van de maatregelen die de verzekeraar kan nemen om in een dergelijke situatie het niveau van het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van de SCR te herstellen of het risicoprofiel te verlagen om de naleving van de SCR te herstellen.
  • De verzekeraar licht de gevoeligheid van de technische voorzieningen en in aanmerking komend eigen vermogen toe voor de aannames van de berekening van de VA, en het mogelijke effect van een gedwongen verkoop van activa op het in aanmerking komend eigen vermogen.

Publieke rapportage

  • De verzekeraar licht in de publieke rapportage toe:
    • het effect van de VA, inclusief het effect op de omvang van de technische voorzieningen, de SCR, de MCR, het in aanmerking komend eigen vermogen; en
    • de methode en onderliggende aannames van een dynamische VA.

Overeenkomstig artikel 37(1)(d) van de Richtlijn Solvabiliteit-II kan DNB, als zij tot de conclusie komt dat het risicoprofiel van de verzekeraar significant afwijkt van de aannames die ten grondslag liggen aan de volatiliteitsaanpassing, op grond hiervan een kapitaalopslagfactor overwegen.

Grondslagen:

  • Artikel 37 (Kapitaalopslagfactor), Richtlijn Solvency II
  • Artikel 44 (Risicobeheer), Richtlijn Solvency II
  • Artikel 51 (Publieke rapportage), Richtlijn Solvency II
  • Artikel 114 (Wijzigingen interne modellen), Richtlijn Solvency II
  • Artikel 120 (Gebruikstest intern model), Richtlijn Solvency II
  • Artikel 121 (Statistische kwaliteitsnormen intern model), Richtlijn Solvency II

Relevant voor:

  • Verzekeraars