Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

23 maart 2015 Toezicht Toezichtlabel Q&A

Vraag:

Hoe beoordeelt DNB de actuele waarde van hypotheekleningen die de verzekeraar betrekt bij de toereikendheidstoets?

Antwoord:

In de toereikendheidstoets betrekken verzekeraars het verschil tussen de actuele waarde en de balanswaarde van de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen (overeenkomstig artikel 121, derde lid, Besluit prudentiële regels). DNB gaat bij de beoordeling van de actuele waarde van hypotheekleningen uit van de definitie van het begrip marktwaarde in Besluit actuele waarde artikel 4 (overeenkomstig Besluit actuele waarde artikel 1) dat overeenkomt met het begrip fair value zoals gedefinieerd in IFRS 13.9. Onder marktwaarde wordt verstaan het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen terzake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn.

De bijlage beschrijft welke aspecten DNB weegt bij haar oordeel over de waardering en het waarderingsproces (conform artikel 17, derde lid, Besluit prudentiële regels) met betrekking tot hypotheekleningen.

Belang juiste waardering hypotheekleningen

De actuele waarde van hypotheekleningen speelt een rol bij het uitvoeren van de toereikendheidstoets (artikel 121, derde lid Besluit prudentiële regels) en voor verzekeraars die in het bezit zijn van een meerwaardebeschikking (artikel 97, eerste lid, Besluit prudentiële regels) bij de berekening van de solvabiliteit van de verzekeraar. Een onjuiste actuele waarde van de hypotheekleningen kan leiden tot foute uitkomsten bij de toereikendheidstoets en daarmee mogelijk tot een onjuiste weergave van de solvabiliteit van de verzekeraar.

Marktinformatie

Op het moment dat er geen waarneembare prijzen voor de hypotheekleningen op de balans van een verzekeraar beschikbaar zijn, dienen verzekeraars conform IFRS 13.3 bij de bepaling van de actuele waarde van hypotheekleningen zoveel mogelijk gebruik te maken van relevante informatie uit de markt. IFRS 13 schrijft voor dat indien een directe marktwaardering (level 1) op basis van prijzen in een actieve markt niet mogelijk is, zoals het geval is bij hypotheekleningen, er eerst gebruik gemaakt dient te worden van waarneembare marktnoteringen van soortgelijke marktinstrumenten (level 2), alvorens gebruik mag worden gemaakt van waardering op basis van niet waarneembare parameters met behulp van waarderingsmodellen (level 3).

Solvabiliteit II

Vanaf 1 januari 2016 geldt voor de bepaling van de waarde van hypotheekleningen artikel 75 van de Solvabiliteit II richtlijn (2009/138/EG). Dit artikel schrijft voor dat activa (waaronder hypotheekleningen) van verzekeraars gewaardeerd moeten worden tegen het bedrag waarvoor ze kunnen worden verhandeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn.

Artikel 75 Solvabiliteit II richtlijn (2009/138/EG)

Waardering van activa en passiva

  • De lidstaten zorgen ervoor dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, tenzij anders vermeld, activa en passiva als volgt waarderen:
    • activa worden gewaardeerd tegen het bedrag waarvoor ze kunnen worden verhandeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn;
    • passiva worden gewaardeerd tegen het bedrag waarvoor ze kunnen worden overgedragen of afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn.
      Bij de waardering van de onder b) bedoelde passiva wordt niet gecorrigeerd voor de eigen kredietwaardigheid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
  • De Commissie stelt overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vast ter bepaling van de methoden en aannames die moeten worden gebruikt bij de waardering van activa en passiva als beschreven in lid 1.
  • Om een consistente harmonisatie met betrekking tot de waardering van activa en passiva te waarborgen, werkt de EIOPA, behoudens artikel 301 ter, ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere invulling van:
    • de mate waarin de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen het gebruik behoeven van internationale boekhoudstandaarden voor jaarrekeningen zoals goedgekeurd door de Commissie in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1606/2002, de consistentie van die standaarden met de waarderingsmethoden van activa en passiva als bedoeld in de leden 1 en 2;
    • de te gebruiken methoden en aannames indien er geen marktnoteringen voorhanden zijn of wanneer de door de Commissie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 vastgestelde internationale boekhoudstandaarden voor jaarrekeningen hetzij tijdelijk, hetzij permanent inconsistent zijn met de in de leden 1 en 2 vastgelegde beoogde waardering van activa en passiva;
    • de methoden en aannames die moeten worden gebruikt bij de waardering van activa en passiva als vastgesteld in lid 1, indien de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen het gebruik van alternatieve waarderingsmethoden toestaan.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

sector

  • Verzekeraars