Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

05 maart 2019 Toezicht Toezichtlabel Factsheet

DNB houdt, samen met de AFM, toezicht op de naleving van de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Pensioenwet (Pw), de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en verder op de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018), en de Sanctiewet 1977 (Sw) en alle daaruit voortvloeiende nadere regels. DNB heeft een aantal instrumenten tot haar beschikking om de toezichtwetten en de daaruit voortvloeiende regels te handhaven. Een van die instrumenten is een last onder dwangsom.

Wat is een last onder dwangsom?

Een last onder dwangsom is een herstelsanctie waarmee een (rechts)persoon wordt opgedragen (gelast) om iets te doen of na te laten. De last kan strekken tot het ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding.

In het besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom wordt een termijn genoemd waarbinnen de overtreding of de gevolgen daarvan ongedaan gemaakt kunnen worden (ook wel ‘begunstigingstermijn’ genoemd). Indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd ontstaat de verplichting tot het betalen van een geldsom (ook wel ‘verbeuren van een dwangsom’ genoemd). Een dwangsom kan worden vastgesteld op een bedrag ineens, op een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd of op een bedrag voor iedere overtreding van de last. Er wordt tevens een maximum vastgesteld waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd.

DNB heeft de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te kunnen leggen naar aanleiding van een geconstateerde overtreding van alle voorschriften gesteld bij de hierboven genoemde toezichtwetten of alleen van specifiek in een wet genoemde bepalingen. Een last kan ook worden opgelegd voor alle uit de wet voortvloeiende regels. Deze bevoegdheid is te vinden in:

  • artikel 1:79 Wft;
  • artikel 175 Pw;
  • artikel 170 Wvb;
  • Artikel 48 Wtt 2018;
  • artikel 29 Wwft; en
  • artikel 10c Sw 1977

Aan wie kan een last onder dwangsom worden opgelegd?

DNB kan aan iedereen, die een bepaling (of bepalingen) van de hierboven genoemde wetten en de daaruit voortvloeiende nadere regels waarop zij toezicht houdt overtreden, een last onder dwangsom opleggen.

Procedure

Wanneer DNB voornemens is om een last onder dwangsom op te leggen, is DNB op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het merendeel van de gevallen verplicht om de betrokkene vooraf de gelegenheid te geven zijn zienswijze naar voren te brengen. Dit kan mondeling en/of schriftelijk. Met inachtneming van een eventuele zienswijze beslist DNB of al dan niet een last onder dwangsom zal worden opgelegd.

Indien betrokkene niet binnen de begunstigingstermijn aan de last voldoet, dan worden er één of meerdere dwangsommen verbeurd. Voor het innen daarvan zal DNB een invorderingsbeschikking sturen.

Tegen een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom kan binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt bezwaar worden gemaakt. (Dit kan elektronisch via: https://www.dnb.nl/contact/wegwijs-binnen-dnb/bezwaarformulier/ of per post.) DNB zal dan het besluit heroverwegen.

Wordt het bezwaar afgewezen, dan kan daartegen beroep worden ingesteld bij de rechtbank Rotterdam. Tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Een bezwaarschrift tegen een last onder dwangsom heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat ook tijdens de bezwaar- en beroepsfase dwangsommen kunnen worden verbeurd en/of betaald moeten worden.

Openbaarmaking

Openbaarmaking op grond van de Wft en de Wtt 2018

DNB dient alle besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom openbaar te maken wanneer deze onherroepelijk zijn geworden alsmede, voor zover van toepassing, de uitkomst van een bezwaar of beroep dat daaraan vooraf is gegaan. Daarnaast zal DNB het besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom zo spoedig mogelijk openbaar maken indien een dwangsom wordt verbeurd.

De openbaarmaking van de last onder dwangsom blijft achterwege indien de openbaarmaking van een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom:

  • onevenredig zou zijn gezien de geringe ernst van de overtreding;
  • niet in overeenstemming is met het doel van de opgelegde bestuurlijke sanctie, of
  • de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou brengen.

De openbaarmaking van het besluit wordt uitgesteld of geschiedt in een zodanige vorm dat het besluit niet herleidbaar is tot afzonderlijke personen, indien voorafgaand aan openbaarmaking door DNB kan worden vastgesteld dat bij volledige openbaarmaking:

  • voor zover de last onder dwangsom wordt opgelegd aan een natuurlijk persoon, bekendmaking van zijn persoonlijke gegevens onevenredig zou zijn;
  • betrokken partijen in onevenredige mate schade zou worden berokkend;
  • een lopend strafrechtelijk onderzoek of een onderzoek van de toezichthouder zou worden ondermijnd; of
  • de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou worden gebracht.

Openbaarmaking op grond van de Pw

De openbaarmaking wordt uitgesteld, vindt niet plaats of geschiedt in een zodanige vorm dat het besluit niet herleidbaar is tot afzonderlijke personen, indien:

  • de openbaarmaking een lopend strafrechtelijk onderzoek of een lopend onderzoek door de toezichthouder naar mogelijke overtredingen ondermijnt.

  • de openbaarmaking de stabiliteit van de financiële markten in gevaar brengt; of

  • de openbaarmaking van de identiteit van de rechtspersoon of van de identiteit of de persoonlijke gegevens van een natuurlijk persoon onevenredig wordt geacht;

Openbaarmaking op grond van de Wwft

De openbaarmaking van de last onder dwangsom blijft achterwege indien de openbaarmaking van een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom:

  • onevenredig zou zijn gezien de geringe ernst van de overtreding; of
  • de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou brengen.

De openbaarmaking van het besluit wordt uitgesteld of geschiedt in een zodanige vorm dat het besluit niet herleidbaar is tot afzonderlijke personen, indien voorafgaand aan openbaarmaking door DNB kan worden vastgesteld dat bij volledige openbaarmaking:

  • voor zover de last onder dwangsom wordt opgelegd aan een natuurlijk persoon, bekendmaking van zijn persoonlijke gegevens onevenredig zou zijn;

  • betrokken partijen in onevenredige mate schade zou worden berokkend;

  • een lopend strafrechtelijk onderzoek of een onderzoek van de toezichthouder zou worden ondermijnd; of

  • de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou worden gebracht.

De openbaarmaking van het besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de bekendmaking van dit (openbaarmakings)besluit aan de betrokkene. Indien in deze periode wordt verzocht om een voorlopige voorziening dan wordt de openbaarmaking van het besluit opgeschort totdat er een uitspraak is van de voorzieningenrechter van de rechtbank. In spoedeisende gevallen kan DNB de last onder dwangsom meteen openbaar maken, zonder de wachttermijn van vijf werkdagen in acht te nemen.

sector

  • Aanbieders cryptodiensten
  • Afwikkelondernemingen
  • Banken
  • Beleggingsinstellingen
  • Beleggingsondernemingen
  • Betaalinstellingen
  • Clearinginstellingen
  • Elektronischgeldinstellingen
  • Pensioenfondsen
  • Premiepensioeninstellingen
  • Trustkantoren
  • Verzekeraars
  • Wisselinstellingen