Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

07 november 2019 Toezicht Toezichtlabel Q&A

Vraag:

Moeten Betaalinitiatiediensten (Dienst 7) voldoen aan de vereisten van cliëntonderzoek?

Antwoord:

Ja. Voor Payment Initiation Service Providers (PISPs) geldt dat zij cliëntonderzoek moeten uitvoeren om te voorkomen dat hun diensten kunnen worden gebruikt voor witwassen of financieren van terrorisme. Dit onderzoek dient te zijn vastgelegd in een cliëntendossier en omvat de volgende onderdelen:

Identificatie cliënt 

Betaalinitiatiedienstverleners dienen op grond van artikel 3 lid 2 sub a Wwft hun (veelal zakelijke) cliënten te identificeren. Voor identificatie geldt dat dit vormvrij is. Deze informatie kan tevens worden gebruikt voor screening tegen relevante sanctielijsten.

Verificatie cliënt 

Betaalinitiatiedienstverleners dienen op grond van artikel 3 lid 2 sub a Wwft de identiteit van hun cliënten te verifiëren. Verificatie kan risico-gebaseerd plaatsvinden. DNB acht het in beginsel noodzakelijk dat gebruik wordt gemaakt van meerdere onafhankelijke en betrouwbare bronnen. Hierbij valt te denken aan (persoons)gegevens vanuit de bank-API, maar daarnaast bijvoorbeeld ook informatie uit een KvK-uittreksel (gewaarmerkt of via een API met de KVK verkregen) of een paspoortscan.

Doel en aard van de zakelijke relatie

Betaalinitiatiedienstverleners dienen op grond van artikel 3 lid 2 sub c Wwft het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen. Bij consumentrelaties mag dit doel worden verondersteld; ‘betalingen van retail/e-commerce aankopen’. Bij initiaties ten behoeve van rechtspersonen dient de Betaalinitiatiedienstverlener verdergaand onderzoek te doen naar het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie en tijdens de relatie uitgevoerde transacties. Het doel hiervan is om te monitoren of het gedrag van de cliënt past bij deze verklaringen.

Onderzoek naar PEPs

Op grond van artikel 8 lid 5 Wwft dienen Betaalinitiatiedienstverleners te beschikken over passende risicobeheersystemen, waaronder op risico gebaseerde procedures, om te bepalen of de cliënt of de UBO van de cliënt een PEP is. In praktijk moet dit ertoe leiden dat een Betaalinitiatiedienstverlener bij het aangaan van de zakelijke relatie of enige tijd na het aangaan van de zakelijke relatie, bijvoorbeeld wanneer bepaalde risicofactoren toenemen of een bepaald tijdslimiet is verstreken, een PEP-onderzoek uitvoert. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van externe bronnen of hulpmiddelen.

Onderzoek naar de vertegenwoordiger 

Wanneer een natuurlijke persoon beweert als vertegenwoordiger van een cliënt op te treden, stellen instellingen ook vast of deze persoon vertegenwoordigingsbevoegd is. Bij een rechtspersoon zijn de vertegenwoordigers vaak de bestuurders. Wanneer een natuurlijke persoon stelt dat hij indirect een rechtspersoon vertegenwoordigt (waarbij geldt dat de rechtspersoon de cliënt is), wordt ook de keten van vertegenwoordigingsbevoegdheid vastgesteld. Dit kan bijvoorbeeld door uittreksels uit het handelsregister. Als deze bevoegdheid is vastgesteld, dan is de cliënt het onderwerp van het cliëntenonderzoek zoals voorgeschreven in artikel 3 Wwft. De natuurlijke persoon die optreedt als vertegenwoordiger dient ook te worden geïdentificeerd en zijn identiteit geverifieerd. Verificatie dient te geschieden door middel van twee onafhankelijke en betrouwbare bronnen. Bijvoorbeeld een uittreksel van de KvK en iDIN.

UBO onderzoek 

Een Betaalinitiatiedienstverlener verricht cliëntenonderzoek wat de instelling in staat stelt om de UBO (de uiteindelijk belanghebbende) van de cliënt te identificeren. Verder treft de Betaalinitiatiedienstverlener redelijke maatregelen om deze identiteit te verifiëren, en indien de cliënt een rechtspersoon is, redelijke maatregelen te nemen om inzicht te krijgen in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt. Identificatie is vormvrij, maar kan geschieden middels een zogenaamde UBO-verklaring of een structuurtekening. Verificatie van de UBO kan risico-gebaseerd plaatsvinden. Een en ander mag er niet toe leiden dat verificatie van de identiteit van de UBO achterwege blijft.

Relevant voor:

  • Banken
  • Betaalinstellingen
  • Elektronischgeldinstellingen
  • Wisselinstellingen