Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

14 mei 2018 Toezicht

Toezicht

Vraag

Dienen rekeninginformatiedienstverleners (AISP, Dienst 8) cliëntenonderzoek uit te voeren?

Antwoord

Ja. Voor Rekeninginformatiedienstverleners (AISPs) geldt dat zij cliëntenonderzoek moeten uitvoeren om te voorkomen dat hun diensten worden gebruikt voor witwassen of het financieren van terrorisme. Dit onderzoek dient te zijn vastgelegd in een cliëntendossier en omvat de volgende onderdelen:

Identificatie cliënt

Rekeninginformatiedienstverleners dienen op grond van artikel 3 lid 2 sub a Wwft hun cliënten te identificeren. Voor identificatie geldt dat dit vormvrij is. Deze informatie kan tevens worden gebruikt voor screening tegen relevante sanctielijsten.

Verificatie cliënt

Rekeninginformatiedienstverleners dienen op grond van artikel 3 lid 2 sub a Wwft de identiteit van hun cliënten te verifiëren. Verificatie kan risico-gebaseerd plaatsvinden. Gelet op het inherent lage risico op witwassen en terrorismefinanciering bij rekeninginformatiedienstverleners kan gebruik worden gemaakt van minimaal één onafhankelijke en betrouwbare bron. Hierbij valt te denken aan (persoons)gegevens vanuit de bank-API en gegevens uit het KvK. Dit minder strenge vereiste voor AISP’s is een afwijking ten opzichte van overige betaaldienstverleners waarvoor strengere verificatie-eisen gelden.

Doel en aard van de zakelijke relatie

Rekeninginformatiedienstverleners dienen op grond van artikel 3 lid 2 sub c Wwft het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen. Bij elke koppeling van een nieuwe rekening aan het rekeningoverzicht dient de AISP te vragen of de rekening staat op:

  • Eigen naam (bedrijf)
  • Een gedeelde rekening
  • Naam van een derde (bijv. een vereniging).

Deze informatie dient te worden gebruikt om kennis van de cliënt te krijgen en het risicoprofiel van de cliënt vast te stellen, maar ook om adequaat transactiemonitoring uit te voeren.

Wanneer een AISP, in geval van consumentrelaties, alleen rekeningen op eigen naam accepteert hoeft u deze vragen niet te stellen en kunt u het doel en aard van de relatie veronderstellen: ‘het aanbieden van rekeningoverzichten’.

Onderzoek naar Politically Exposed Persons (PEPs)

Op grond van artikel 8 lid 5 Wwft dienen Rekeninginformatiedienstverleners te beschikken over passende risicobeheersystemen, waaronder op risico gebaseerde procedures, om te bepalen of de cliënt of de UBO van de cliënt een PEP is. In de praktijk moet dit ertoe leiden dat een Rekeninginformatiedienstverlener bij het aangaan van de zakelijke relatie of enige tijd na het aangaan van de zakelijke relatie, bijvoorbeeld wanneer bepaalde risicofactoren toenemen of wanneer een tijdslimiet is verstreken, een PEP-onderzoek uitvoert. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van externe bronnen of hulpmiddelen.

Onderzoek naar de vertegenwoordiger

Wanneer een natuurlijke persoon beweert als vertegenwoordiger van een cliënt op te treden, stellen instellingen ook vast of deze persoon vertegenwoordigingsbevoegd is. Bij een rechtspersoon zijn de vertegenwoordigers vaak de bestuurders. Wanneer een natuurlijke persoon stelt dat hij indirect een rechtspersoon vertegenwoordigt (waarbij geldt dat de rechtspersoon de cliënt is), wordt ook de keten van vertegenwoordigingsbevoegdheid vastgesteld. Dit kan bijvoorbeeld door uittreksels uit het handelsregister. Als deze bevoegdheid is vastgesteld, dan is de cliënt het onderwerp van het cliëntenonderzoek zoals voorgeschreven in artikel 3 Wwft. De natuurlijke persoon die optreedt als vertegenwoordiger dient ook te worden geïdentificeerd en zijn identiteit geverifieerd. Verificatie dient te geschieden door middel van twee onafhankelijke en betrouwbare bronnen.

Ultimate Beneficial Owner (UBO)

Een Rekeninginformatiedienstverlener verricht zodanig cliëntenonderzoek dat dit de instelling in staat stelt om de UBO van de cliënt te identificeren. Verder treft de Rekeninginformatiedienstverlener redelijke maatregelen om deze identiteit te verifiëren, en indien de cliënt een rechtspersoon is, redelijke maatregelen om inzicht te krijgen in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt. Identificatie is vormvrij, maar kan bijvoorbeeld geschieden middels een zogenaamde UBO-verklaring of een structuurtekening. Verificatie van de UBO kan risico-gebaseerd plaatsvinden. Een en ander mag er niet toe leiden dat verificatie van de identiteit van de UBO achterwege blijft.