Update FATF-waarschuwingslijsten november 2026
05 november 2026
Nieuwsbericht toezicht
Update FATF-waarschuwingslijsten november 2026
Lees meer Update FATF-waarschuwingslijsten november 2026Welke eisen worden vanuit governance perspectief gesteld aan de opdrachtaanvaarding door een pensioenfonds van een premieovereenkomst in de opbouwfase of de uitvoering van een variabele uitkering voortvloeiend uit een premieovereenkomst of kapitaalovereenkomst, als bedoeld in artikel 52 en 52a Pensioenwet (hierna: premieovereenkomst)?
Gepubliceerd: 06 februari 2017
Er dient in elk geval sprake te zijn van een adequaat besluitvormingsproces om te besluiten of een opdracht tot het uitvoeren van pensioenregeling in de vorm van een premieovereenkomst, overeengekomen door vertegenwoordigers van werkgevers of werkgeversverenigingen en werknemers of werknemersverenigingen, aanvaard kan worden. Dit geldt op grond van artikel 102a en 143 Pensioenwet (Pw) en met het oog op artikel 52 en 52a Pw1.
Hierbij is onder meer van belang dat het pensioenfonds zich ervan overtuigt dat er sprake is van een premieovereenkomst waarvan de uitvoering aansluit op de doelstellingen en uitgangspunten van het pensioenfonds. Hieronder valt uiteraard ook dat de premieovereenkomst zodanig dient te zijn vormgegeven dat bij de uitvoering een beheerste en integere bedrijfsvoering (en daarmee risico-identificatie en risicobeheersing) gewaarborgd blijft. Tevens dient het pensioenfonds zich, in het kader van het deelnemersbelang en de algemene zorgplicht2, ervan te vergewissen dat er sprake is van een passende premieovereenkomst voor de doelgroep. De doelgroep is in dit kader de groep (toekomstige) deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en hun nabestaanden in de premieovereenkomst. Dit vereist een adequaat besluitvormingsproces.
In elk geval verwacht DNB dat de volgende aspecten vanuit governance perspectief worden opgenomen in het besluitvormingsproces tot opdrachtaanvaarding3:
DNB wijst in dit verband ook op de eisen die aan verzekeraars en premiepensioeninstellingen (PPI) worden gesteld uit hoofde van gedragstoezicht, meer specifiek artikel 32 Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (Bgfo) als uitwerking van artikel 4:14 en 4:15 Wet op het financieel toezicht. Deze vereisten zijn vooral geschreven vanuit het perspectief van consumentenbescherming. Zie de leidraad Wet verbeterde premieregeling die de AFM heeft gepubliceerd: https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/nieuws/2016/dec/verbeterde-premieregeling.
Deze eisen zijn niet rechtstreeks van toepassing op pensioenfondsen, maar zij kunnen er bij het opstellen van toetsingskaders met het oog op het deelnemersbelang hun voordeel mee doen.
Het kan zijn dat het pensioenfonds ook betrokken is bij de vormgeving van de premieovereenkomst, bijvoorbeeld in de situatie dat sociale partners in eerste instantie een premieovereenkomst meer op hoofdlijnen overeenkomen en het pensioenfonds behulpzaam is bij het meer in detail vorm geven van de uiteindelijke premieovereenkomst. Ook dan geldt bovenstaande voor het besluitvormingsproces bij het pensioenfonds om tot daadwerkelijke aanvaarding en vervolgens ook uitvoering over te gaan. Bij de betrokkenheid bij de vormgeving kan het van belang zijn dat binnen het besluitvormingsproces van het pensioenfonds voldoende ruimte is om opties te verkennen. Anderzijds dienen ook voldoende checks and balances en controle-momenten in het besluitvormingsproces van het fonds te worden ingebouwd. Na of bij de aanvaarding van de regeling door het fonds, zal het fonds het pensioenreglement vaststellen waarin de rechten van de deelnemers in detail worden vastgelegd.
In onderstaande figuur is de rolverdeling tussen werkgever, pensioenuitvoerder en werknemer/deelnemer grafisch weergegeven.
[1] Voor beroepspensioenfondsen geldt dit op grond van artikel 109a en 138 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en met oog op artikel 63 en 63a van deze wet.
[2] Zie de toelichting op artikel 36 Besluit uitvoering Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling voor de toedeling van taken aan de toezichthouders aangepast in verband met de Wet verbeterde premieregeling.
[3] Uiteraard verwacht DNB dan ook dat het proces adequaat wordt doorlopen en vastgelegd.
[4] Zie Tweede kamerstukken, vergaderjaar 2015-2016, 34 344 nr. 3 (p. 2 en 11), 34 255 nr.3 (p. 5, 7, 8 en 9) en 34 255 nr. 11 (p. 1 en2). Zie in dit verband ook de Europese Pensioenrichtlijn: “(14) Het is van belang ervoor te zorgen dat ouderen en gehandicapten niet het gevaar lopen in armoede te geraken en dat zij van een behoorlijke levensstandaard kunnen genieten. (…)”.
05 november 2026
Nieuwsbericht toezicht
Update FATF-waarschuwingslijsten november 2026
Lees meer Update FATF-waarschuwingslijsten november 2026
05 november 2026
28 oktober 2026
Nieuwsbericht toezicht
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft een nieuwe Q&A gepubliceerd over het aanwenden van het vermogen bij een collectieve waardeoverdracht (CWO) bij liquidatie onder de Wet toekomst pensioenen.
Lees meer Nieuwe Q&A over het aanwenden van het vermogen bij een CWO bij liquidatie onder de Wtp
28 oktober 2026
27 oktober 2026
Nieuws
De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel zet door, een groeiend aantal pensioenfondsen is inmiddels ingevaren. Van de pensioenfondsen die nog niet ingevaren zijn, is de dekkingsgraad in het derde kwartaal van 2026 gestegen ten opzichte van het tweede kwartaal.
Lees meer Nieuwsbericht transitie en dekkingsgraad pensioenfondsen 3e kwartaal 2026
27 oktober 2026
26 oktober 2026
Nieuwsbericht toezicht
Per 23 oktober 2026 wordt voortaan in alle aanvraagformulieren voor personentoetsingen gevraagd om de facturatiegegevens ten behoeve van de legesfactuur op te geven.
Lees meer Uitvraag gegevens voor leges facturatie bij toetsingsaanvragen
26 oktober 2026
Om de gebruiksvriendelijkheid van onze website te optimaliseren, maken wij gebruik van cookies.
Lees meer over de cookies die wij gebruiken en de gegevens die we daarmee verzamelen in onze cookie-policy.