Waarschuwing: oplichters actief! Oplichters bellen of e-mailen u en doen alsof ze van De Nederlandsche Bank zijn. Ga hier niet op in! Wij bellen of e-mailen u nooit. En wij vragen u nooit om gegevens of om geld over te maken. Lees meer

Op weg naar het nieuwe pensioenstelsel

Sinds 1 juli 2023 hebben we in Nederland een nieuwe Pensioenwet.

Pensioen

Met de overgang naar het nieuwe stelsel verandert er een hoop voor pensioenfondsen én pensioendeelnemers. De overgang is een grote, ingewikkelde klus voor de pensioenfondsen. Ze moeten zorgen dat het opgebouwde pensioengeld evenwichtig verdeeld wordt tussen de verschillende generaties: tussen ouderen, jongeren en alles er tussenin.

De pensioenfondsen die overstappen naar het nieuwe stelsel, moeten uiterlijk 1 januari 2028 voldoen aan de nieuwe regels. Op 1 juli 2026 hadden in totaal 38 pensioenfondsen en vier pensioenkringen dit gedaan. Ze zijn ‘ingevaren’, zoals dat heet. De komende tijd zullen naar verwachting nog ruim 100 fondsen invaren.

Verschil tussen oude en nieuwe stelsel

Een belangrijk verschil met het oude stelsel is dat er geen belofte meer is over de hoogte van het pensioen en dat pensioenen niet meer uit een collectieve pot met geld worden betaald. In plaats daarvan bouwen werknemers in het nieuwe stelsel pensioen op via een premieregeling. De ingelegde premie wordt belegd en belandt in een persoonlijk pensioenvermogen.

Werknemers kunnen zien hoe hoog de inleg in hun pensioen is en hoe hun persoonlijke pensioenvermogen zich ontwikkelt. Als het goed gaat met de economie, dan kunnen de pensioenen wat meer omhoog. Maar gaat het economisch slechter, dan kunnen de pensioenen ook omlaag. Werkgevers en werknemers kunnen besluiten om geld voor tegenvallende resultaten apart te zetten. Op deze manier kunnen fondsen de mate van schommelingen in de pensioenen beperken.

Afnemend risico voor oudere pensioendeelnemers

Het pensioen van een jongere werknemer heeft meer tijd om tegenvallers in de beleggingen op te vangen dan dat van oudere werknemers. Daarom kan in het nieuwe stelsel voor jongeren risicovoller belegd worden in de hoop op een hoger rendement. Naarmate deelnemers ouder worden, wordt het beleggingsbeleid meestal voorzichtiger. De risicohouding van deelnemers is hierbij een belangrijk uitgangspunt om het beleggingsbeleid vast te stellen.

Meer informatie over jouw pensioen

Alles over het nieuwe stelsel vind je op de website pensioenduidelijkheid.nl.

Je werkgever is samen met de pensioenuitvoerder verplicht informatie te geven over jouw pensioenregeling. Wil je checken hoeveel je hebt opgebouwd? Log dan in op mijn pensioenoverzicht.nl.  Let wel: je pensioenbedrag staat niet vast. Het is een inschatting en biedt geen garantie.

Waarom nieuw pensioenstelsel?

Het nieuwe pensioenstelsel past beter bij deze tijd. Het zorgt voor minder discussie tussen jong en oud en sluit beter aan op de huidige arbeidsmarkt.

Zwakke punten oude stelsel:

  • Pensioenfondsen doen een belofte over de hoogte van het pensioen. Maar als beleggingen tegenvallen, wordt die belofte niet altijd gehaald. Dat schaadt het vertrouwen.

  • Er is één gezamenlijke pot met geld. Dit leidt tot discussie over wie welk deel krijgt, bijvoorbeeld tussen jongeren en ouderen.

  • Jong en oud lopen nu vaak dezelfde risico’s bij beleggen. Dat is niet logisch, want jongeren kunnen meer risico nemen dan ouderen.

  • Het systeem past niet goed bij hoe we nu werken. Mensen wisselen vaker van baan of worden zelfstandig. Daardoor bouwen zij soms minder pensioen op dan verwacht.

Het nieuwe stelsel probeert deze problemen op te lossen en het pensioen eerlijker en duidelijker te maken.

Wat is de rol van DNB?

DNB houdt toezicht op de pensioenfondsen en kijkt daarbij naar de volgende dingen:

  • Financiële positie
    Houdt een pensioenfonds zich aan de wettelijke financiële spelregels? Bijvoorbeeld op het gebied van de beleggingen, de premie en het verhogen of verlagen van de pensioenen?

  • Bedrijfsvoering
    Is de inrichting van de administratie op orde? Heeft een pensioenfonds de risico’s die bestaan bij de uitvoering van een pensioenregeling goed in kaart, en bestaat er beleid om deze risico’s te beheersen?

  • Bestuurders
    Zijn de bestuurders geschikt voor hun functie en staat hun betrouwbaarheid buiten twijfel? Ze mogen alleen bestuurder worden na goedkeuring van DNB.

DNB beoordeelt ook het ‘invaren’

Om over te stappen naar het nieuwe stelsel moeten pensioenfondsen de gemeenschappelijke ‘pensioenspaarpotten’ overhevelen naar individuele spaarpotten. Dit ingewikkelde proces noemen we ‘invaren’. Het is van cruciaal belang dat berekeningen, datakwaliteit en IT goed op orde zijn zodat alle pensioenaanspraken correct in het nieuwe stelsel terechtkomen. DNB beoordeelt de zogenoemde invaarmelding. Hierbij kijkt DNB of de overgang ‘transparant, beheerst en zorgvuldig’ gebeurt en of alle deelnemers zich evenwichtig vertegenwoordigd kunnen voelen.

Wat houdt dat in?  

Om belangen goed tegen elkaar af te wegen, gelden duidelijke regels. Pensioenfondsen moeten de financiële effecten goed doorrekenen en deze cijfers gebruiken bij hun besluiten. Ook zijn er regels voor de zogeheten transitie-instrumenten die ze gebruiken bij het verdelen van het vermogen. Denk aan de gekozen rekenmethode, hoe de eventuele buffer wordt gevuld en welke compensatie deelnemers krijgen voor het afschaffen van de doorsneesystematiek (waarbij iedere ingelegde euro voor dezelfde pensioenopbouw zorgt, ongeacht de leeftijd van deelnemers).

Daarnaast houdt DNB toezicht op een zorgvuldige overgang. Fondsen
moeten risico’s, zoals fouten in data of problemen met IT-systemen, tijdig in beeld brengen en beheersen. Tot slot controleert DNB of het besluitvormingsproces binnen het fonds zorgvuldig is verlopen.

Zienswijze bij invaarmelding

Het pensioenfonds moet de informatie over het invaren in de vorm van een implementatieplan vermelden op de website zodat alle deelnemers er kennis van kunnen nemen. Pensioendeelnemers hebben vervolgens onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid hun zienswijze in te brengen voordat DNB een besluit neemt over een invaarmelding van een pensioenfonds. DNB verzamelt en gebruikt de informatie uit de ingediende zienswijze(n) bij haar besluitvorming. Het indienen van een zienswijze kan alleen onder bepaalde voorwaarden. Hier kun je lezen hoe je zo’n zienswijze indient.

Zienswijze bij overbruggingsplan

Als een pensioenfonds in de aanloop naar het invaren gebruik wil maken van transitieregels voor het verhogen en verlagen van pensioen, dan moet het fonds jaarlijks een overbruggingsplan indienen bij DNB. Daarin beschrijft het fonds onder meer de financiële situatie tot het moment van invaren. Fondsen die op 1 januari 2028 invaren kunnen uiterlijk 1 april 2027 een overbruggingsplan indienen. Ook hierover kunnen deelnemers onder bepaalde voorwaarden een zienswijze indienen. Zie hier informatie over het indienen van zo’n zienswijze.

Zodra pensioenfondsen zijn ingevaren, blijft DNB erop toezien dat hun administratie op orde is.

De drie pijlers van zowel het oude als het nieuwe stelsel

1.      AOW

Het eerste deel van het pensioen is het basisinkomen van de overheid volgens de Algemene Ouderdomswet (AOW). Iedereen die in Nederland woont of werkt bouwt dit deel van het pensioen op. De overheid past de hoogte van de AOW elk jaar aan op basis van de ontwikkeling van het minimumloon.
De AOW-leeftijd stijgt mee met de levensverwachting van gepensioneerden in Nederland. Met de huidige levensverwachting krijgt iedereen die na februari 1957 is geboren op zijn of haar 67
AOW. Waarschijnlijk stijgt de levensverwachting verder en daarmee stijgt ook de AOW-leeftijd. Een stijging van de AOW-leeftijd wordt vijf jaar voor ingang bekend gemaakt. In 2028 wordt de AOW-leeftijd verhoogd naar 67 jaar en drie maanden. 

2.       Pensioen via het werk

De meeste werkenden bouwen verplicht aanvullend pensioen op via hun werkgever. Zowel de werkgever als de werknemer betalen pensioenpremie aan een pensioenuitvoerder, meestal aan een pensioenfonds. Pensioenfondsen beleggen het geld van de premies in bijvoorbeeld aandelen, vastgoed of obligaties. Hierdoor kan het vermogen groeien om later het pensioen te kunnen uitbetalen. In het nieuwe pensioenstelsel wordt het ingelegde geld duidelijker gekoppeld aan de pensioendeelnemer. Werkenden bouwen pensioen op via een premieregeling en dat geld wordt vervolgens belegd. Daarbij blijft pensioen via het werk een levenslange uitkering, omdat het langlevenrisico tussen deelnemers wordt gedeeld.

3.       Vrijwillig persoonlijk pensioen

Naast de AOW en het verplichte pensioen via de werkgever kan iedereen zelf voor extra pensioen zorgen. Bijvoorbeeld met een levensverzekering of door banksparen. Voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en andere ondernemers is dit een belangrijke pijler. Zij bouwen niet via een werkgever pensioen op.

 

Ontdek gerelateerde artikelen