In mijn vorige blog vergeleek ik de voorbereidingen die pensioenfondsen treffen voordat ze overgaan op het nieuwe pensioenstelsel met mijn favoriete hobby: surfen. Bij dit ‘invaren’ draait het om timing en balans, net als bij het kiezen van de juiste golf. Op 1 januari 2026 hebben 24 pensioenfondsen de voor hun perfecte golf gepakt en zijn ze overgegaan op het nieuwe stelsel. Hiermee voegden ze zich bij de zes fondsen die dit al eerder deden. Een belangrijk moment, waar lang en zorgvuldig naar is toegewerkt. En waardoor inmiddels meer dan de helft van het totaal aantal pensioendeelnemers met een deel of met hun hele pensioen onder het nieuwe stelsel valt.
Een nieuw begin
Waarom heb ik het nu dan weer over surfen? Wie het wel eens heeft gedaan, weet: zodra je staat, voelt dat als een hele prestatie, maar het is ook weer een nieuw begin. Want de momenten ná het pakken van de golf bepalen hoe soepel het vervolg verloopt. En of je al snel weer knullig kopje onder gaat.
De pensioenfondsen die in januari zijn ingevaren, werken in de weken en maanden erna aan het afronden van de overgang. Ze maken onder meer de uitkeringen en persoonlijke pensioenvermogens definitief. Dit kan nadat de dekkingsgraad aan het einde van het jaar bekend was, en de cijfers en berekeningen zijn gecontroleerd. Ook worden de IT-systemen gecheckt. Nieuwe besluiten nemen de fondsen hierbij niet, het gaat vooral om het bewaken van een zorgvuldige uitvoering. En omdat je het verdelen van het collectieve pensioenvermogen naar persoonlijke pensioenvermogens maar één keer goed kan doen, is die zorgvuldigheid cruciaal.
Naast de berekeningen van het verwachte pensioenbedrag voor mensen die nog opbouwen en een aanpassing voor de lopende uitkering voor mensen die al met pensioen zijn, hoef je als deelnemer niet veel te merken van al dit werk dat ná het pakken van de golf wordt verricht. Maar onder het wateroppervlak gebeurt er dus veel. En net als bij surfen, zit het belangrijkste werk in de kleine correcties verscholen – niet in de grote bewegingen.
Toetsmoment
Voor ons toezicht op de pensioentransitie betekent deze nieuwe fase ook een nieuwe focus. In de periode voorafgaand aan het invaren ligt deze vooral op de keuzes die onomkeerbaar zijn zoals de verdeling van het fondsvermogen. Na het invaren verschuift het accent. Het draait dan niet langer om de vraag wat er is besloten, maar of het ook daadwerkelijk is uitgevoerd zoals het bedoeld was.
Bij deze fase hoort ook een nieuw toetsmoment, dat met veel ambtelijke creativiteit ‘toetsmoment 2’ is gedoopt (het eerste toetsmoment is het beoordelen van de invaarmelding). Pensioenfondsen laten hierbij zien, en dat doen ze samen met hun accountant en actuaris, dat de berekeningen rond het invaren correct en volledig zijn uitgevoerd. Kortom, dat de data klopt. DNB volgt dit nauwgezet: zo zorgen we ervoor dat de overgang naar het nieuwe stelsel niet alleen technisch is geslaagd, maar ook inhoudelijk zorgvuldig is afgerond. Daar mogen pensioendeelnemers op vertrouwen.
De volgende golf
Net als de geoefende surfer al snel weer de horizon afspeurt naar de volgende golf, zijn wij op dit moment druk in gesprek met de fondsen die dit jaar of het jaar daarop willen invaren. Het voordeel is dat we hierbij veel kunnen leren van de ervaringen die met de al ingevaren fondsen zijn opgedaan. Maar ook dan blijft het een complexe klus, die vraagt om grote zorgvuldigheid. Wat er precies allemaal bij het beoordelen van zo’n invaarmelding komt kijken – daarover meer in de volgende pensioenblog.