Waarschuwing: oplichters actief! Oplichters bellen of e-mailen u en doen alsof ze van De Nederlandsche Bank zijn. Ga hier niet op in! Wij bellen of e-mailen u nooit. En wij vragen u nooit om gegevens of om geld over te maken. Lees meer

Overheidsfinanciën

De Nederlandse overheid staat er momenteel financieel goed voor, maar de komende jaren ligt het begrotingstekort dicht in de buurt van de Europese grens van 3%. Daardoor heeft de overheid weinig ruimte om schokken op te vangen, terwijl dat juist belangrijk is in een onzekere wereld. Op de lange termijn zorgen vergrijzing, extra defensie-uitgaven en hogere rentekosten voor extra druk op de overheidsfinanciën.

.

Europese afspraken over schuld en tekort

Bij de invoering van de euro in 1999 hebben de deelnemende Europese landen afspraken gemaakt om hun overheidsfinanciën in het gareel te houden. Het begrotingstekort, het tekort dat ontstaat wanneer de overheid meer geld uitgeeft dan dat zij ontvangt, mag niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product (bbp). Het bbp is de totale waarde van alle goederen en diensten die in een jaar binnen een land worden geproduceerd. 
 
Ook is afgesproken dat de overheidsschuld niet boven de 60% van het bbp mag uitkomen. Deze Europese begrotingsregels zijn cruciaal voor de financiële en economische stabiliteit in Nederland en het eurogebied. Ze helpen om inflatie en begrotingstekorten onder controle te houden.

De uitgangspositie is goed

In 2025 was het begrotingstekort 1,6% van het bbp, wat betekent dat de overheid 19 miljard euro meer uitgaf dan zij ontving. De overheidsschuld was in 2025 44,4% van het bbp, wat bijna het laagste niveau is in 45 jaar. Hoewel er dus tekorten zijn, is de Nederlandse uitgangspositie wel goed, zowel in vergelijking met het verleden als met andere landen.

Maar het begrotingstekort loopt dit jaar op

Twee keer per jaar publiceert DNB een raming met vooruitzichten voor de Nederlandse economie. Volgens de raming van juni 2026 stijgt het overheidstekort in 2026 verder naar 3,3% van het bbp, waarmee de Europese 3%-grens tijdelijk wordt overschreden. Dit komt deels door een grote, eenmalige uitgave van 8,2 miljard euro voor de hervorming van het militaire pensioenstelsel.

Maar daarnaast nemen ook de structurele uitgaven van de overheid toe, bijvoorbeeld voor zorg, sociale zekerheid en personeel. Ook in de jaren na 2026 blijft het begrotingstekort dicht in de buurt van de Europese grens van 3%.

In de raming van juni 2026 zijn het regeerakkoord van het kabinet-Jetten en het recente energiesteunpakket meegenomen. Aangezien het kabinet geen meerderheid heeft, is het minder zeker of alle plannen worden uitgevoerd. We nemen alle plannen mee, tenzij deze op parlementaire weerstand stuiten. 

Op de langere termijn stijgt de overheidsschuld, mede door het regeerakkoord

Door de vergrijzing nemen de kosten voor AOW en zorg toe, en blijven de rentekosten stijgen. Daarbovenop stijgt op lange termijn door het regeerakkoord de overheidsschuld verder. Dit komt doordat extra uitgaven aan woningbouw, klimaat en stikstof na de kabinetsperiode niet volledig zijn gedekt. Ook blijft de ambitie om de defensie-uitgaven te verhogen tot boven de huidige 2% bbp. Hierdoor loopt de schuld vanaf 2034 op tot boven de 60% van het bbp. De blauwe waaier laat de onzekerheid in deze ontwikkelingen zien.

Het Nederlandse aandeel in de EU-schuld

De schuld van Europese instellingen is de afgelopen jaren ook sterk gestegen. In 2024 was deze circa 875 miljard euro. Dit is formeel schuld van EU-instellingen die niet meetelt in de Nederlandse nationale rekeningen. Maar EU-lidstaten dragen hier wel gezamenlijk verantwoordelijkheid voor. Als deze EU-schuld zou worden toegerekend aan lidstaten op basis van hun bruto nationaal inkomen, zou Nederland hierin een aandeel hebben van 17,6 miljard euro. Als dit in de nationale schuld was meegenomen, lag de schuld in 2024 van 1,6% van het bbp hoger.

Hoe groot is het Nederlandse aandeel in de EU-schuld?

Daarom zijn buffers belangrijk

Juist in geopolitiek onzekere tijden is het belangrijk dat de overheid financiële buffers heeft om schokken op te vangen. Het opbouwen van buffers in goede tijden en het interen op die reserves als het economisch minder gaat, voorkomt dat de overheid een oververhitte economie verder aanjaagt door veel geld uit te geven, of een zwakke economie schaadt met bezuinigingen. Dit heet trendmatig begrotingsbeleid.

Bij dit beleid worden uitgaven aan het begin van een kabinetsperiode vastgezet. Belastinginkomsten mogen meebewegen met de economie. Bij een tegenvallende economie loopt het overheidstekort op, doordat er minder belastinginkomsten binnenkomen en er tegelijkertijd niet bezuinigd wordt. En in goede tijden worden de extra inkomsten niet meteen voor meer uitgaven gebruikt. Hierdoor loopt het overheidstekort terug. Zo blijft het begrotingsbeleid stabiel en voorspelbaar. 

Dit kan alleen als er voldoende reserves zijn opgebouwd, waardoor Nederland ook met dit trendmatig begrotingsbeleid onder de Europese tekort- en schuldnormen blijft. Omdat het begrotingstekort de komende jaren dicht bij de de Europese grens van 3% ligt, zijn die reserves beperkt.

Bezuinigen of lasten verzwaren?

Om te voorkomen dat de overheidsfinanciën verslechteren, adviseren diverse ministeries, planbureau's en DNB, verenigd in de Studiegroep Begrotingsruimte het huidige kabinet om het tekort terug te brengen tot circa 2% van het bbp en de schuld onder de 60% van het bbp te houden. Hiermee bewaart Nederland voldoende afstand tot de 3%-grens. Dit voorkomt dat de overheid bij tegenvallers direct moet bezuinigen en dat rekeningen worden doorgeschoven naar toekomstige generaties.

Dit betekent: minder uitgaven of hogere belastingen. Maar investeringen die de economie sterker maken, zoals onderwijs of infrastructuur, blijven wel hard nodig. Politici zullen lastige keuzes moeten maken om met de beperkte begrotingsruimte voldoende geld vrij te maken voor investeringen. In een recent position paper benoemt DNB diverse opties om dit te doen.

Position paper DNB: Budgettaire koerscorrectie noodzakelijk voor gezonde overheidsfinanciën

Waarom pleit DNB voor gezonde overheidsfinanciën? 

Gezonde overheidsfinanciën en goede buffers bieden het kabinet de gelegenheid economische schokken op te vangen. Dat draagt bij aan duurzame welvaart. Hoge overheidsschulden kunnen leiden tot financiële instabiliteit. Daarnaast kan het begrotingsbeleid van de overheid de maatregelen van de Europese Centrale Bank (ECB) om de prijzen stabiel te houden, ondersteunen of juist ondermijnen.

Lees meer over waarom DNB zich bezighoudt met overheidsfinanciën

Ontdek gerelateerde artikelen