Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

Ons laatste nieuws direct in uw mail ontvangen? 
Dat kan met de DNB Nieuwsservice.

Meld u aan

Doel van de Europese Centrale Bank (ECB) is prijsstabiliteit oftewel een inflatie van 2%. Dat wil de ECB bereiken met haar monetaire beleid, waaronder de rente. Daarbij houdt de centrale bank rekening met economische ontwikkelingen. Een overzicht van de kernpunten van het monetaire beleid.

Inflatiedoel van 2%

Hoofddoel van de Europese Centrale Bank (ECB) is prijsstabiliteit: een inflatie van 2% in alle landen met de euro. Onze economie werkt namelijk het beste als de prijzen stabiel zijn. Een te lage inflatie is net zo ongewenst als een te hoge inflatie. Maar de inflatie kan wel tijdelijk iets boven of onder de 2% zijn. Bijvoorbeeld bij economische schokken, zoals we die nu ervaren in de coronacrisis. Tijdelijke afwijkingen van het inflatiedoel zijn niet erg. De ECB kijkt namelijk naar de prijsontwikkeling op de middellange termijn. Deze tijdshorizon biedt de centrale bank meer flexibiliteit. Zij kan daardoor rekening houden met de bijeffecten van monetaire maatregelen. En met de oorzaken van een hogere of juist lagere inflatie dan de doelstelling.

Gereedschapskist met instrumenten

De ECB heeft geen directe invloed op stijgende en dalende prijzen. Maar de centrale bank kan met haar monetaire beleid de inflatie wel indirect beïnvloeden. Voor het monetaire beleid beschikt de ECB over een gereedschapskist met allerlei instrumenten. De zogenoemde beleidsrente is een belangrijk instrument. Die rente bepaalt de rentetarieven voor banken om geld bij de ECB te lenen of aan te houden. Daarnaast beschikt de ECB over andere instrumenten om de inflatie te beïnvloeden. In de afgelopen jaren heeft de ECB ook nieuwe instrumenten aan de gereedschapskist toegevoegd om prijsstabiliteit te handhaven. Dit met het oog op de enorme veranderingen in de economie. Denk aan de speciale aankoopprogramma’s.

Besluiten over de rente

Besluiten over de rente en het monetaire beleid neemt de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB). In deze raad zitten Klaas Knot van DNB, de presidenten van de andere centrale banken van het eurogebied en de directie van de ECB.

Rente aanpassen

Als de inflatie te lang hoger óf lager is dan 2% op de middellange termijn kan de ECB de beleidsrente aanpassen.

  • Te hoog Als de inflatie langdurig te hoog is, dan kan de ECB de rente verhogen. Daarmee wil de centrale bank de inflatie drukken en zo prijsstabiliteit bereiken. Gedachte is dat bij een hoge rente mensen minder geld lenen en uitgeven en bedrijven minder investeren en dat daardoor de inflatie omlaag gaat.
  • Te laag Als de inflatie langdurig te laag is, kan de rente maar beperkt negatief worden. Een sterk negatieve rente heeft namelijk schadelijke economische gevolgen, bijvoorbeeld omdat het de financiële positie van banken en pensioenfondsen onder druk zet. Dus als de beleidsrentes al laag zijn, dan kan de centrale bank die niet veel verder verlagen. In zo’n situatie is ruim monetair beleid nodig door de inzet van andere monetaire instrumenten. Denk aan de opzet van aankoopprogramma’s om extra geld in de economie te laten circuleren. Lees meer over ruim monetair beleid en aankoopprogramma’s. 

Renteverhoging

Begin 2022 lag de inflatie in het eurogebied rond de 5%. Dat is ruim boven het doel van 2%. De ECB houdt de inflatieontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Als de centrale bank verwacht dat de inflatie ook op middellange termijn boven het inflatiedoel van 2% uitkomt, is er aanleiding om de rente te verhogen.

Vooruitblik

Centrale banken geven een vooruitblik op het monetaire beleid. Dat noemen ze forward guidance. Daarmee managen ze de verwachtingen over het toekomstige monetaire beleid, waaronder de rente. De ECB legt uit welk monetair beleid te verwachten valt bij welke inflatieontwikkeling. En daar kunnen beleggers en investeerders rekening mee houden. Zo komen zij niet voor verrassingen te staan die weer tot schokken kunnen leiden op de financiële markten.

Inflatiemaatstaf inclusief kosten eigen woning

De ECB gebruikt als inflatiemaatstaf de Europese geharmoniseerde prijsindex: de Harmonised Index of Consumer Prices (HICP). Daarin zitten allerlei producten die we consumeren. De ECB is van plan om de kosten van het eigenwoningbezit ook mee te tellen. Denk aan kosten van renovatie en onderhoud van de eigen woning en verzekeringspremies. En ook de kosten van de aankoop van nieuwbouwwoningen of voormalige huurwoningen, zoals overdrachtsbelasting en makelaars- en notariskosten. Maar niet de huizenprijzen, omdat vermogensprijzen niet worden meegenomen in de inflatiemaatstaf. De ECB wil de zogenoemde OOHPI-huizenprijsindex gebruiken voor de kosten van eigenwoningbezit. Dat vraagt om nog wat aanpassingen en voorwerk. Lees meer over hoe de ECB de kosten van de eigen woning gaat meetellen.

Analyses voor monetaire besluitvorming

Voor weloverwogen monetaire besluiten is uiteraard een goed beeld van de economische en financiële omstandigheden en vooruitzichten nodig. De centrale bank gebruikt een analytisch raamwerk om informatie over ontwikkelingen in de economie en financiële markten systematisch te beoordelen en consistent over deze informatie te communiceren. De ECB gaat dit raamwerk vernieuwen en verbreden. Doel is om economische en monetaire analyses meer in samenhang te kunnen beoordelen. Ook komt er meer aandacht voor ontwikkelingen op de langere termijn en voor financiële stabiliteit. En de baten en ongewenste bijeffecten van de beleidsmaatregelen worden nadrukkelijker afgewogen. Lees meer over de vernieuwing van het analytisch raamwerk.

ECB monetair beleid en klimaatverandering

Klimaatverandering en klimaatbeleid kunnen effect hebben op de inflatie en daarmee raken ze aan de doelstelling van de ECB voor prijsstabiliteit. De ECB gaat de klimaatverandering op meerdere manieren meenemen in het monetair beleid. Zo gaat de ECB:

  • rekening houden met klimaatrisico’s in haar activiteiten op de financiële markten. Denk aan de aankoopprogramma’s, zoals het Corporate Sector Purchase Progamme (CSPP). De uitstootintensieve bedrijven hebben een relatief groot aandeel in het CSPP omdat ze veel gebruikmaken van schuldfinanciering. De ECB onderzoekt óf en hoe de aankopen binnen CSPP zijn aan te passen op basis van klimaatcriteria.
  • klimaatrapportages als randvoorwaarde stellen voor de deelname van financiële instellingen aan monetaire operaties en de aankoopbaarheid en beleenbaarheid van private activa.
  • klimaatoverwegingen meenemen in het eigen risicobeheer. Klimaatverandering kan namelijk leiden tot afwaarderingen van aangekochte obligaties in de monetaire portefeuilles en kan daarmee de balansen van centrale banken raken.
  • publiceren over de klimaatrisico’s waaraan de ECB zelf blootstaat.
  • de mogelijkheden verkennen om klimaatrisico’s mee te nemen in het onderpandraamwerk, bijvoorbeeld via de toepassing van afslagen op de waardering van onderpand. De kredietkwaliteit van dat onderpand kan namelijk verslechteren als gevolg van klimaatschade of transitierisico’s.

Lees meer over de aandacht van de ECB voor klimaatverandering bij de uitvoering van haar monetaire strategie.