Dalende inflatie, maar toch hogere prijzen: hoe zit dat?
De inflatie daalt, maar de prijzen blijven stijgen. Hoe kan dat? Je zou kunnen denken dat lagere inflatie betekent dat alles goedkoper wordt. Dat klopt niet. Inflatie en prijsniveau zijn twee heel verschillende dingen.
Inflatie, deflatie en prijzen uitgelegd
Met het woord ‘prijs’ geven we aan wat iets kost. Inflatie is hoe veel prijzen zijn veranderd ten opzichte van een eerder moment. Dat wordt uitgedrukt in een percentage. Inflatie gaat dus niet over de hoogte van de prijs zelf, maar over de gemiddelde stijging of daling van prijzen in een land. Als de inflatie daalt, betekent het niet dat de prijzen dalen. Ze stijgen alleen minder snel.
Alleen als de inflatie voor een product of dienst negatief is, dus minder dan 0%, dan dalen de prijzen wel. Dit noemen we deflatie. Waarom deflatie onwenselijk is voor de economie, lees je verderop in dit artikel
Maar neem nu bijvoorbeeld de prijs van een brood. Als een brood vorig jaar 2,50 euro kostte en nu 2,70 euro, is het brood 8% in prijs gestegen. De inflatie van de prijs is dit jaar dus 8%. Als datzelfde brood volgend jaar 2,75 euro kost, is de inflatie in dat jaar 2%. Dit zie je terug in figuur (X). De inflatie daalt van 8% naar 2%, maar het brood kost wel meer. De prijs stijgt nog steeds, maar alleen minder hard dan eerder.
© DNB
Het gemiddelde zegt niet alles
Bij DNB kijken we vooral naar het gemiddelde inflatiecijfer. Dat is de gemiddelde prijsverandering van alle goederen en diensten in Nederland. Deze wordt gemeten door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Als het gemiddelde inflatiecijfer daalt, stijgen de gemiddelde prijzen minder hard. Dit zegt overigens niet zoveel over individuele producten en diensten. De gemiddelde inflatie over alle producten en diensten in Nederland kan dalen, terwijl de inflatie over sommige producten en diensten juist hoger of lager ligt dan het gemiddelde. Denk aan koffie. De gemiddelde inflatie daalt, maar de inflatie over koffie is de afgelopen maanden behoorlijk gestegen en de koffieprijs stijgt dus juist harder dan een jaar geleden. Kortom, het gemiddelde geeft geen volledig beeld van prijsveranderingen van individuele producten.
Waarom is dit belangrijk?
Centrale banken zoals DNB streven naar prijsstabiliteit. Daarvoor heb je een niet te hoge, stabiele inflatie nodig rond de 2%. Het doel is dat prijzen iets stijgen, maar niet te snel.
Wat zijn de nadelen van deflatie?
Deflatie, dalende prijzen dus, klinkt wel aantrekkelijk, maar kan heel schadelijk zijn. Want als mensen verwachten dat prijzen dalen, stellen ze hun aankopen liever nog even uit. Dat is slecht voor de economie. Bedrijven zien hun omzet krimpen en worden terughoudend met investeringen.
Een beetje inflatie is gunstig. Het stimuleert mensen om bijvoorbeeld die nieuwe wasmachine nu te kopen en niet pas over een jaar. Want over een jaar zal de prijs van diezelfde wasmachine waarschijnlijk hoger zijn. Bovendien kunnen bedrijven investeringen doen en lonen mee laten groeien met inflatie. Kortom, een beetje inflatie werkt als smeermiddel voor de economie.
DNB maakt gebruik van cookies
Om de gebruiksvriendelijkheid van onze website te optimaliseren, maken wij gebruik van cookies.
Lees meer over de cookies die wij gebruiken en de gegevens die we daarmee verzamelen in onze cookie-policy.