Monetair beleid: geen exacte wetenschap
Monetair beleid is in de kern niet ingewikkeld. Centrale banken hebben één hoofdinstrument: de beleidsrente. Die is bepalend voor de rente die banken rekenen aan huishoudens en bedrijven. Door het sturen van de beleidsrente, proberen centraal bankiers de inflatie te beheersen en de economie stabiel te houden.
Het vaststellen van een passende rente vraagt om een gedegen analyse van economische en financiële factoren. Over het juiste renteniveau kan discussie bestaan. Het kan daarbij verleidelijk zijn om, door de rente te verlagen, op korte termijn de economische groei aan te jagen. Zeker voor een politicus die streeft naar herverkiezing. Maar op langere termijn volgt de rekening: hogere inflatie.
Sinds de hoge inflatie van de jaren ’70, zijn steeds meer centrale banken onafhankelijk geworden. Het doel: voorkomen dat de verleiding om de rente op de korte termijn te verlagen steeds weer leidt tot te hoge inflatie op een later moment. De politiek stelt het mandaat van de centrale bank vast en benoemt de bestuurders, maar bemoeit zich niet met het rentebeleid. Onafhankelijkheid betekent ook dat bestuurders niet zomaar kunnen worden ontslagen.
Waarom onafhankelijkheid
Er zijn natuurlijk meer beleidsterreinen waar de korte en langere termijn kunnen botsen, denk aan het begrotingsbeleid. Maar in het monetaire beleid is deze afruil extra scherp, omdat dat staat of valt met het vertrouwen van het publiek. Als huishoudens en bedrijven erop rekenen dat de inflatie laag blijft, dan is dat vaak ook zo, en hoeft de centrale bank niet hard in te grijpen.
Verdwijnt dat vertrouwen, dan zullen vakbonden hun looneisen opvoeren en bedrijven hun prijzen sneller verhogen. Zo ontstaan zelfversterkende effecten, die alleen met scherpe renteverhogingen ongedaan gemaakt kunnen worden. De Amerikaanse centraal bankier Paul Volcker is beroemd geworden om zijn harde ingrepen, die na een periode van hoge inflatie het vertrouwen in de Amerikaanse centrale bank (Fed) herstelden. Maar dit ging wel gepaard met een stevige economische recessie en oplopende werkloosheid.
Naast vertrouwen vereist monetair beleid ook geduld: het werkt met vertraging. En de echte voordelen van een stabiel, voorspelbaar beleid zijn pas op langere termijn merkbaar. Juist omdat monetair beleid draait om vertrouwen en een langetermijnvisie, is politieke bemoeienis riskant.
Onderzoek laat dan ook zien dat onafhankelijkheid van de centrale bank de geloofwaardigheid van het monetaire beleid vergroot en resulteert in lagere inflatie, zonder dat dit ten koste gaat van de economische groei. Het is een van de meest robuuste resultaten uit de economische wetenschap: landen met een onafhankelijke centrale bank kennen gemiddeld een lagere inflatie en stabielere inflatieverwachtingen. Het omgekeerde is ook waar. De Duitse econoom Thomas Drechsel laat zien dat, in de periode 1933 – 2016, politieke druk op de Fed heeft geleid tot hogere inflatie en hogere inflatieverwachtingen, zonder positieve effecten op de economische groei,
Trump versus Powell
In de VS ligt de inflatie momenteel nog boven de doelstelling, maar zwakt de arbeidsmarkt af. Dit brengt een dilemma mee voor de Fed, die een mandaat heeft om zowel de inflatie te beheersen als de werkgelegenheid op peil te houden. Een lagere rente zou helpen om de arbeidsmarkt wat te ondersteunen. Maar bij een te snelle verlaging kan de inflatie langdurig hoog blijven. Hier een balans in vinden is de hoofdtaak van een moderne centrale bank.
Trump heeft hier weinig geduld mee, en oefent zware druk uit de rente te verlagen, wat de economie zou stimuleren en het voor de overheid goedkoper maakt om te lenen. De regering probeerde al een Fed-bestuurder, Lisa Cook, te ontslaan. Over deze zaak buigt het Amerikaanse Hooggerechtshof zich momenteel. Nu dreigen aanklachten tegen voorzitter Jerome Powell. Dit leidt tot nervositeit op financiële markten: kunnen zij nog rekenen op de Fed als hoeder van stabiliteit? En het raakt aan een fundament van het moderne economische beleid: monetair beleid mag geen verlengstuk van verkiezingscampagnes worden.
Uiteindelijk riskeert Trump zichzelf hiermee in de voet te schieten. Hoge prijsstijgingen onder het presidentschap van Biden waren een belangrijk campagnethema voor Trump. En rust op financiële markten is ook voor het realiseren van zijn politieke wensen van groot belang. Toen eerder dit jaar marktstress ontstond rondom Trump’s aankondigingen van handelstarieven, gingen deze tarieven snel omlaag.