Op grond van het Prudent-Person beginsel (artikel 132 van de Solvency II Richtlijn) horen verzekeraars te beleggen in het belang van de polishouder en te onderbouwen dat de beleggingsportefeuille conform dit beginsel is ingericht. Zij zijn daarbij, op basis van artikel 132, tweede lid, Richtlijn Solvency II, verplicht om te allen tijde de risico’s van hun beleggingen adequaat te kunnen identificeren, meten, monitoren en beheersen. DNB ziet hier in het toezicht op toe en kijkt onder meer naar de onderbouwing dat de beleggingsportefeuille past binnen de risk appetite en risicobeheersings-capaciteit van de verzekeraar, dat voldoende kennis en expertise over beleggingen aanwezig is en dat de Solvency Capital Requirement (SCR) passend is.
DNB heeft in toezichtonderzoeken vastgesteld dat risico's die samenhangen met beleggingen in private assets – bijvoorbeeld als gevolg van waarderingsonzekerheid – in voorkomende gevallen niet volledig kunnen worden gemitigeerd. Dergelijke risico’s nemen toe naarmate de allocatie naar private assets toeneemt, wat impliceert dat er ook een zekere grens bestaat aan wat redelijkerwijs te onderbouwen is aan blootstelling aan private assets. Deze grens verschilt per verzekeraar en hangt onder meer af van in welke specifieke private assets wordt belegd. In hun strategische beleggingsbeleid dienen verzekeraars daarom ook rekening te houden met de risico’s van private assets die ook na versterkt risicobeheer blijven bestaan.
DNB hanteert ook bij private beleggingen een risicogebaseerde toezichtaanpak. Deze aanpak bestaat uit het uitvoeren van aanvullende analyses en verdiepende onderzoeken tot (periodieke) on-site inspecties, afhankelijk van de omvang van de exposure op private assets. Indien DNB vaststelt dat de verzekeraar de risico’s die gepaard gaan met het beleggen in private assets onvoldoende beheerst of dat onvoldoende wordt onderbouwd dat aan het Prudent-Person beginsel wordt voldaan, is het aan de verzekeraar passende maatregelen te nemen zodat geconstateerde tekortkomingen weg worden genomen. In het geval maatregelen onvoldoende effectief blijken te zijn of risico's naar het oordeel van DNB onvoldoende worden beheerst kan DNB indien nodig formele toezichtmaatregelen nemen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het geven van een aanwijzing om de allocatie naar private assets, of van subcategorieën daarvan, af te bouwen tot een prudent niveau.
Met deze uiting benadrukt DNB dat een beleggingsportefeuille moet zijn ingericht in het belang van polishouders. Hoe hoger de blootstelling aan private assets, hoe indringender DNB kijkt naar de risicobeheersing en daarnaast naar de onderbouwing dat de allocatie in het belang van de polishouders is, waarbij DNB ervan uitgaat dat er een zekere grens is waarboven een verzekeraar niet meer aannemelijk kan maken dat de allocatie in het belang van polishouders is.