Wanneer pensioenregelingen niet voor de wettelijke transitietermijn zijn omgezet kan dit verstrekkende (fiscale) gevolgen hebben voor alle betrokken partijen. Zo kunnen de aanspraken ingevolge die pensioenregeling fiscaal onzuiver worden, waardoor (alsnog) loonbelasting verschuldigd is over de totale opgebouwde pensioenaanspraak en daarboven kan eventueel revisierente verschuldigd zijn. Ook bestaat het risico voor werkgevers en werknemers dat er geen dekking meer is voor het risico op overlijden en arbeidsongeschiktheid en voor nieuwe pensioenopbouw vanaf 1 januari 2028 wanneer de uitvoeringsovereenkomst door pensioenuitvoerders wordt beëindigd als de pensioenregeling niet tijdig is aangepast.
DNB wijst erop dat werkgevers tijdig actie moeten ondernemen om ervoor te zorgen dat hun pensioenregeling uiterlijk per 1 januari 2028 voldoet aan de Wtp. Adviseurs, verzekeraars en ppi’s hebben daarbij een belangrijke rol om werkgevers tijdig te activeren en te ondersteunen. Een tijdige start van het transitietraject is essentieel voor een beheerste en tijdige transitie. Wanneer werkgevers hun pensioenregelingen niet tijdig aanpassen, kunnen uitvoeringspartijen hun deel van de transitieopgave niet tijdig uitvoeren. DNB roept alle betrokken partijen daarom op voortvarend invulling te geven aan de resterende omzettingsopgave, zodat alle pensioenregelingen uiterlijk op 1 januari 2028 zijn aangepast aan de Wtp.
Nog een derde van alle fondsen beoogt ná 1 januari 2027 in te varen
Per 1 januari 2027 zal naar verwachting twee derde van alle pensioenfondsen en APF-kringen zijn ingevaren. Tegelijkertijd zijn er nog ongeveer 55 pensioenfondsen en APF-kringen die ná 1 januari 2027 beogen in te varen. De meerderheid van deze groep heeft gekozen voor de uiterste transitiedatum van 1 januari 2028.