Invaarbeoordeling zes maanden vóór invaren afronden
Voor een soepel verloop van de eindfase is sturing op de voortgang en tijdige afronding van het invaarproces nodig. DNB zal daarom in deze fase nadrukkelijk aansturen op afronding van de resterende invaarbeoordelingen uiterlijk zes maanden vóór de beoogde invaardatum.
In het bijzonder is de inzet van DNB dat fondsen die gepland hebben om per 1 januari 2028 in te varen uiterlijk per 1 juli 2027 de beslissing over hun invaarmelding ontvangen. Hiermee beoogt DNB onwenselijke tijdsdruk voor fondsen richting het naderen van de einddatum van de wettelijke transitieperiode te voorkomen.
Voor invaarmeldingen die eerder dan twaalf maanden voor invaren zijn ingediend, blijft daarnaast het streven om de beoordeling binnen zes maanden na ontvangst van de invaarmelding af te ronden.
Wat kunnen fondsen van DNB verwachten?
Een voortvarend beoordelingsproces start met een invaarmelding van goede kwaliteit. Door gebruik te maken van DNB-guidance over invaren, de ervaring van andere fondsen, uitvoeringsorganisaties en adviseurs, kan worden voorkomen dat onnodig tijd verloren gaat doordat tijdens de beoordeling bevindingen naar voren komen die bij eerder invarende fondsen al vaker zijn geconstateerd.
De ervaring leert dat het doorlopen van de invaarbeoordeling voor pensioenfondsen een intensief proces is. Om het beoordelingsproces soepel te laten verlopen is van belang dat fondsen erop voorbereid zijn dat zij tijdens de beoordeling eventuele bevindingen snel en effectief kunnen adresseren. Bijvoorbeeld door voorbereid te zijn op een eventueel nader beroep op uitvoeringsorganisaties en adviseurs en eventuele nadere afstemming met fondsorganen en/of sociale partners. De inzet van DNB is dat zowel DNB als het fonds zich committeren aan een tijdslijn waarbinnen de beoordeling tijdig kan worden afgerond.
Specifiek kunnen fondsen het volgende van DNB verwachten:
Indienen 12 maanden voor invaren:
In de eindfase is het extra van belang dat fondsen hun invaarmelding uiterlijk twaalf maanden voor de beoogde invaardatum indienen. Haalt een fonds deze timing niet, dan vergroot dit het risico op tijdsdruk voor het fonds om te bepalen hoe het met eventuele tekortkomingen om zou moeten gaan, alvorens DNB tot een beslissing over de invaarmelding moet komen.
Plausibiliteit van de transitie-effecten op orde:
Een ontoereikende plausibiliteit van transitie-effecten staat een inhoudelijke beoordeling van de transitie-besluitvorming in de weg. Op basis van de gepubliceerde guidance en de ervaring bij uitvoeringsorganisaties en adviseurs is in de meeste gevallen niet nodig om aan dit onderwerp tijdens de DNB-beoordeling nog veel tijd en overleg te besteden. DNB zal in de eindfase zo veel mogelijk (i) de plausibiliteit direct na indiening van de melding beoordelen en (ii) daarbij gestandaardiseerde bevindingen hanteren.
Beperken van het aantal iteraties bij de inhoudelijke beoordeling:
DNB zal in beginsel per onderwerp één beoordeling op de invaarmelding geven, op basis waarvan het fonds eventuele tekortkomingen kan adresseren. Tijdens de beoordeling zal DNB expliciet sturen op het zo beperkt mogelijk houden van het aantal iteraties met het fonds alvorens DNB tot besluitvorming over gaat.
Tot slot
Een soepel verloop van de eindfase van de transitie is in het belang van alle betrokken partijen. De Pensioenfederatie en DNB organiseren op 7 september 2026 een rondetafelbijeenkomst waarop zowel enkele fondsen die al een invaarbeschikking hebben ontvangen als DNB concrete handvatten zullen aanreiken. Daarnaast is er ruimte om met elkaar over dit onderwerp in gesprek te gaan. Deze bijeenkomst is bedoeld voor alle fondsen die ná 1 januari 2027 beogen in te varen.
Selectie van relevante DNB-guidance