Waarschuwing: oplichters actief! Oplichters bellen, e-mailen of appen uit naam van DNB. Ook zien we online video's of afbeeldingen – bijvoorbeeld van onze huidige of vorige president - die echt lijken, maar dat absoluut niet zijn. Trap hier niet in! DNB vraagt je nooit om geld of vertrouwelijke gegevens. Lees meer

​​Good practice kapitaalbeleid verzekeraars

Good practice

1. Inleiding

DNB ziet het als een good practice dat kapitaalbeleid een centrale plek in het risicomanagement van een verzekeraar bekleedt omdat het bijdraagt aan het voorkomen van frequente onderschrijding van de wettelijke solvabiliteitseisen. In het kapitaalbeleid stelt een verzekeraar haar interne solvabiliteitsnorm(en) vast. Daarnaast geeft het kapitaalbeleid richting aan de samenstelling van het eigen vermogen en vreemd vermogen. Deze good practice geeft verzekeraars handreikingen en voorbeelden voor het opstellen van een adequaat kapitaalbeleid.

Gepubliceerd: 28 september 2026

Bekijk eerdere versies in het archief

Let op, deze uiting geldt vanaf 30 januari 2027 (na inwerkingtreding van de herziening van de solvabiliteit II-regelgeving)

In hoofdstuk 2 van deze good practice licht DNB allereerst het wettelijk kader en de plek van het kapitaalbeleid binnen de bredere risicomanagement context toe, waaronder de Own Risk and Solvency Assessment (ORSA) en het Voorbereidend Crisisplan (VCP). In hoofdstuk 3 worden praktische handreikingen en voorbeelden gegeven van hoe een verzekeraar invulling kan geven aan het kapitaalbeleid. Deze voorbeelden gelden voor iedere verzekeraar. Hoofdstuk 4 t/m 6 zijn gericht op specifieke deelsectoren: hoofdstuk 4 op verzekeraars met langlopende verplichtingen, hoofdstuk 5 op zorgverzekeraars en hoofdstuk 6 op verzekeringsgroepen.

2. Juridisch kader

2.1 Wet- en regelgeving

Op grond van artikel 41 Richtlijn solvabiliteit II en artikel 26.2 Besluit prudentiële regels Wft (Bpr) dienen verzekeraars te beschikken over een doeltreffend governance systeem dat voor een gezonde en prudente bedrijfsvoering zorgt.1 Ook dienen verzekeraars op grond van artikel 44 Richtlijn solvabiliteit II en artikel 26.2 Bpr te beschikken over een doeltreffend risicomanagementsysteem dat de risico’s bestrijkt waarmee rekening moet worden gehouden bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste. In de EIOPA-Richtsnoeren 36 en 37 voor het governancesysteem staat dat verzekeraars een kapitaal(beheer)beleid en een kapitaal(beheer)plan voor de middellange termijn moeten opstellen en aan welke voorwaarden dit moet voldoen.2

2.2 Verhouding VCP en ORSA

Het kapitaalbeleid hangt samen met het VCP en de ORSA.

VCP

Een door DNB bepaald aantal verzekeraars dient een VCP op te stellen.3 Het VCP zorgt ervoor dat een verzekeraar in financieel gezonde tijden nadenkt over de te nemen maatregelen voor de situatie waarin zijn financiële positie ernstig verslechtert. Het VCP bevat maatregelen die tot doel hebben de verzekeraar handvatten te geven bij te nemen acties in tijden van crisis. Het doel van het VCP is om oplossingen te onderzoeken en beschikbaar te hebben voor mogelijke crises en gaat in op de financiële, operationele en juridische haalbaarheid van deze oplossingen. In het VCP wordt een beschrijving gegeven van herstelmaatregelen, de mate van inzetbaarheid en indicatie van het financiële en operationele effect van de herstelmaatregelen, de uitwerking van crisisscenario’s die passen bij het risicoprofiel en triggers voor activering van het VCP zoals het doorbreken van de SCR of MCR.4

De inzichten uit het VCP worden gebruikt voor het bepalen van interne solvabiliteitsnormen in het kapitaalbeleid. Het VCP geeft een analyse van de effectiviteit en haalbaarheid van herstelmaatregelen in een crisissituatie. Op basis van deze analyse kan een verzekeraar tot de conclusie komen dat bepaalde maatregelen meer effect hebben of beter zijn te realiseren op het moment van doorbreking van de SCR of de MCR of bij een significante daling van de liquiditeitspositie.

In het VCP wordt met name aandacht besteed aan de analyse van de operationele en juridische haalbaarheid en financiële impact van herstelmaatregelen in tijden van crisis. Daarnaast waarborgt een verzekeraar in het VCP dat de maatregelen zonder wezenlijke belemmeringen kunnen worden uitgevoerd.

ORSA

Op basis van inzichten uit het VCP kan een impuls worden gegeven aan de kwaliteit van scenario’s die in de ORSA worden opgenomen. De ORSA bevat een toekomstgerichte beoordeling van de eigen risico’s om inzicht te verschaffen in de hoogte van het benodigde kapitaal van de verzekeraar. Bij dit kapitaalniveau komt de continuïteit van de verzekeraar of verzekeringsgroep niet in gevaar, gelet op het risicoprofiel, de risicotoleranties en de bedrijfsstrategie van de verzekeraar. Uitgangspunt hierbij is dat alle materiële risico’s via een scenarioanalyse worden gekwantificeerd. Een verzekeraar voegt het kapitaalbeleid als bijlage bij de ORSA, tenzij dit al volledig daarin is geïntegreerd.

2.3 Proportionaliteit

Kleine en middelgrote verzekeraars kunnen bij het opstellen van het kapitaalbeleid het proportionaliteitsbeginsel toepassen. Dit houdt in dat afhankelijk van de aard, omvang en complexiteit van de risico’s versoepelingen en vereenvoudigingen in de opzet en documentatie van het kapitaalbeleid kunnen worden toegestaan.

3. Invulling kapitaalbeleid

3.1 Beleid ter voorkoming van onderschrijding wettelijke solvabiliteitseisen

In het kapitaalbeleid stelt een verzekeraar eigen veiligheidsmarges vast boven de wettelijke solvabiliteitseisen. Dit verkleint de kans op niet-naleving van de wettelijke solvabiliteitseisen. Vanwege verschillen in de risico’s, complexiteit en omvang kunnen de veiligheidsmarges tussen verzekeraars verschillend zijn. De veiligheidsmarge is gebaseerd op door de verzekeraar vastgestelde, objectieve en gekwantificeerde maatstaven.

Good practice

Een verzekeraar definieert één of enkele ‘interne streefnormen’. Deze verzekeraar kan deze veiligheidsmarge goed aan alle relevante stakeholders uitleggen doordat zij deze marge heeft gebaseerd op objectieve en gekwantificeerde maatstaven. Bij het vaststellen van de eigen veiligheidsmarge heeft de verzekeraar meerdere invalshoeken betrokken, waaronder:

  • haar risicobereidheid op de middellange termijn, waarbij de verzekeraar haar businessplannen en de marktomstandigheden in acht neemt;

  • de volatiliteit van de solvabiliteitsratio, zowel onder normale omstandigheden als in stresssituaties;

  • eventueel aanwezige materiële risico’s die niet adequaat tot uiting komen in de solvabiliteitseis (bijvoorbeeld de ultimate forward rate en de passendheid van de standaardformule);

  • de verwachtingen van aandeelhouders en polishouders, rating agencies en overige stakeholders (bijvoorbeeld t.a.v. het uit te keren dividend).

Ook houdt deze verzekeraar rekening met het palet aan maatregelen dat is vastgesteld in het VCP, om indien nodig, tijdig te herstellen en/of bij te sturen.

3.2 Beleid samenstelling eigen/vreemd vermogen

In het kapitaalbeleid geeft de verzekeraar vorm aan de samenstelling van het eigen vermogen en vreemd vermogen.

Eigen vermogen

Een verzekeraar omschrijft het beleid ten aanzien van de samenstelling van het eigen vermogen, zowel voor de huidige situatie als voor mogelijk nieuw aan te trekken vermogen. Verzekeraars houden daarbij rekening met hun businessplan en de daarbij behorende ontwikkelingen van de solvabiliteitsbehoefte en voorschriften bijvoorbeeld ten aanzien van tiering.

Vreemd vermogen

Een verzekeraar stelt in het kapitaalbeleid vast welke mate van leverage zij wenst te gebruiken (indien van toepassing), alsmede met welk doel en welke duur. Daarnaast stelt de verzekeraar vast welk limiet zij voor de leverage ratio hanteert. Indien een verzekeraar ‘ge-grandfatherde’ leningen gebruikt, licht zij toe hoe zij deze leningen afbouwt of vervangt door schuld die volledig aan Solvency II voldoet.5

Verzekeraars die geen leverage gebruiken en ook niet van plan zijn hier in de toekomst gebruik van te maken kunnen volstaan met de opmerking dat zij geen leverage gebruiken en dit ook niet overwegen of noodzakelijk achten in de toekomst.

Good practice

Een verzekeraar heeft in het beleid de volgende informatie opgenomen:

  • De instrumenten die de verzekeraar gebruikt om leverage te creëren en in hoeverre die instrumenten meetellen bij het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het kapitaalvereiste. Zo omschrijft de verzekeraar bijvoorbeeld de intragroepleningen en/of faciliteiten die zij gebruikt ter creatie van leverage, alsmede de beperkingen en voorwaarden die daaraan worden gesteld.

  • De wijze waarop de leverage wordt bepaald en de daarbij behorende bandbreedte van de leverage ratio;

  • De limieten die worden gesteld aan de leverage ratio. De verzekeraar neemt daarbij de risicobereidheid van de verzekeraar, de gewenste externe rating alsmede andere relevante factoren in beschouwing.

Kapitaalonttrekkingen

In het kapitaalbeleid stelt de verzekeraar vast in welke gevallen kapitaalonttrekkingen (zoals dividenduitkeringen, aflossing van kapitaalinstrumenten, premierestituties en winstdelingen) prudent zijn. Het dividendbeleid houdt rekening met richtsnoeren 36 en 37 van EIOPA’s Richtsnoeren voor het governancesysteem.

De verzekeraar beschrijft de vorm, omvang, timing en frequentie van mogelijke kapitaalonttrekkingen in het kapitaalbeleid. Daarnaast stelt de verzekeraar de methode vast om de omvang van de onttrekking te bepalen, bijvoorbeeld als percentage van het resultaat. Als er (wettelijke) beperkingen gelden aan de onttrekkingen zijn die beschreven (bijvoorbeeld vanwege afspraken met toezichthouders of voorschriften aan een verklaring van geen bezwaar).

Good practice

Een verzekeraar stelt in het kapitaalbeleid vast welke indicatoren en solvabiliteitsniveaus gebruikt zijn om te beoordelen of een kapitaalonttrekking prudent is. Zij betrekt daarbij de solvabiliteitsratio na onttrekking en analyseert hoe deze ratio zich verhoudt tot de door verzekeraar gehanteerde interne streefnormen en de niveaus waarop kapitaalversterkende maatregelen nodig zijn. Ook houdt de verzekeraar rekening met de door haar gewekte korte- en langetermijnverwachtingen van de mogelijke begunstigden die de kapitaalonttrekkingen ontvangen (aandeelhouders, leden, etc.) De dividendplanning houdt rekening met de algehele (middellange termijn) strategie van de verzekeraar. Verder houdt de dividendplanning rekening met relevante actualiteiten (bijvoorbeeld inflatie en veranderingen in wet- en regelgeving).

3.3 Governance

Een verzekeraar beschrijft in het kapitaalbeleid de governance rondom het kapitaalbeleid en gaat hierbij in op het besluitvormingsproces dat gevolgd wordt bij kapitaalonttrekkingen.

Good practice

Het beleidsbepalende orgaan van een verzekeraar keurt het kapitaalbeleid goed. Het toezichthoudende orgaan van de verzekeraar stemt in met het kapitaalbeleid. Ook heeft de verzekeraar bij de vaststelling van het kapitaalbeleid instemming gekregen van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

3.4 Evaluatie kapitaalbeleid

Het kapitaalbeleid vormt een onderdeel van het governancesysteem van de verzekeraar. Verzekeraars evalueren het governancesysteem, en dus ook het kapitaalbeleid, periodiek en passen dit aan waar nodig.

Good practice

Een verzekeraar heroverweegt of herijkt het kapitaalbeleid minimaal eens per jaar, of eerder indien daartoe aanleiding is, bijvoorbeeld indien sprake is van een acquisitie, verandering van strategie of risicobeleid.

4. Verzekeraars met langlopende verplichtingen

Een verzekeraar met langlopende verplichtingen (looptijd langer dan 20 jaar) houdt in zijn kapitaalbeleid expliciet rekening met de impact op het kapitaal van wijzigingen in de grondslagen, ook economische, waaronder in ieder geval de impact op de solvabiliteitspositie van de extrapolatie van de rentetermijnstructuur, eventuele LTG-maatregelen en de uitloop hiervan. Specifiek houdt een verzekeraar rekening met deze kapitaal effecten bij de onderbouwing van de interne veiligheidsmarge en het dividendbeleid.

Good practice

Een verzekeraar maakt in het kapitaalbeleid inzichtelijk wat de gevoeligheid van de solvabiliteitsratio is voor de extrapolatie van de rentetermijnstructuur en LTG-maatregelen. In het hoofdstuk kapitaalbeheer van de Regulatory Supervisory Report (RSR) is een uitwerking opgenomen van de uitloop van het verschil tussen de solvabiliteitspositie conform economische grondslagen, de extrapolatie van de rentetermijnstructuur en eventuele LTG-maatregelen, en de solvabiliteitspositie conform Solvency II-regelgeving.

5. Zorgverzekeraars

Zorgverzekeraars kunnen het premiebeleid bij het kapitaalbeleid betrekken. Op deze manier wordt duidelijk of en op welke wijze het aanwezige kapitaal in de toekomst ingezet kan worden in de premiestelling. Omdat de vaststelling van kapitaalbuffers bij zorgverzekeraars in voorkomende gevallen van materiële invloed is op de hoogte van de premies, heeft de keuze voor een bepaalde interne streefnorm verdere reikwijdte dan alleen die van een risicoafweging binnen de zorgverzekeraar. Een verzekeraar kan - gelet op het verplichte karakter van de basisverzekering - daarom de hoogte van de veiligheidsmarge goed uitleggen.

Good practice

Een zorgverzekeraar beschrijft in haar kapitaalbeleid niet alleen de minimale omvang van de gekozen veiligheidsmarge, maar ook wat zij maximaal aanvaardbaar vindt. De zorgverzekeraar beargumenteert de omvang van de veiligheidsmarge en inzet van kapitaal bij de premiestelling.

6. Verzekeringsgroepen

Het kapitaalbeleid van verschillende verzekeraars binnen een groep en het beleid van de groep zelf zijn onderling consistent. De verzekeraarsgroep onderbouwt de veiligheidsmarge op groepsniveau en besteedt daarbij aandacht aan de onderlinge samenhang met de veiligheidsmarges van de deelnemende verzekeraars. De groep houdt voldoende veiligheidsmarge aan bij alle deelnemende verzekeraars.

Good practice

Een verzekeringsgroep houdt bij de bepaling van het kapitaalniveau, de veiligheidsmarge en de afweging van waar binnen de groep het kapitaal wordt aangehouden rekening met de specifieke risicoprofielen van de individuele verzekeraars en de mate van overdraagbaarheid van het kapitaal binnen de groep. Ook het diversificatievoordeel dat optreedt bij de berekening van de solvabiliteitsratio's is op een passende wijze meegenomen in de vaststelling van de veiligheidsmarges.

Daarnaast gaat de keuze voor een bepaalde veiligheidsmarge op het niveau van de verzekeraar gepaard met een daarbij passende aanvullende veiligheidsmarge op het niveau van de groep.

Disclaimer

Good practices bevatten suggesties of aanbevelingen voor onder toezicht staande instellingen. Het zijn voorbeelden van mogelijke toepassingen die naar het oordeel van DNB goede invulling geven aan de verplichtingen uit wet- en regelgeving. Good practices zijn indicatief van aard en instellingen zijn vrij om een andere toepassing te kiezen, zo lang men anderszins voldoet aan de wet- en regelgeving. Voor een nadere toelichting op de status van de beleidsuitingen van DNB zie de Leeswijzer beleidsuitingen DNB op Open Boek Toezicht.

Update

  • 30 januari 2027: Enkele tekstuele wijzigingen zijn doorgevoerd, o.a. in de inleiding om het karakter van deze beleidsuiting te benadrukken. Voorts is het punt inzake de maatschappelijke rol van de zorgverzekeraar verwijderd.

Voetnoten

[1] Voor verzekeringsgroepen is artikel 246 Richtlijn solvabiliteit II van belang, waarin (kort samengevat) staat dat de governancevereisten voor een verzekeraar mutatis mutandis van toepassing zijn op een verzekeringsgroep.

[2] Zie hier voor deze EIOPA Richtsnoeren. DNB betrekt deze richtsnoeren in haar toezicht.

[3] Zie artikel 3:17, tweede lid, sub c, onder 4 Wft en artikel 3:288i Wft, alsmede artikelen 26.5 t/m 26.9 Besluit prudentiële regels Wft.

[4] Details nader uitgewerkt door Europese regelgeving (RTS and Guidelines).

[5] Overgangsregeling SII: artikel 308ter lid 9 onder b Richtlijn solvabiliteit II (10 jaar vanaf 01/01/2016).

Ontdek gerelateerde artikelen