Antwoord:
Ja, het Solvency II raamwerk maakt onderscheid tussen centrale overheden (zoals de Nederlandse Staat) en regionale overheden en lokale autoriteiten (zoals provincies en gemeenten). Dit onderscheid – in combinatie met het onderscheid tussen directe en indirecte blootstellingen – is belangrijk voor de berekening van het kapitaalvereiste onder de standaardformule. Hieronder geeft DNB antwoord op een aantal veelvoorkomende vragen.
Toelichting:
Hoe dienen directe blootstellingen aan regionale overheden en lokale autoriteiten volgens de standaardformule behandeld te worden in de spread risicomodule?
Directe blootstellingen aan regionale overheden en lokale autoriteiten worden onder Solvency II gelijkgesteld aan blootstellingen aan de centrale overheid, zoals vastgelegd in artikel 85 Gedelegeerde Verordening solvabiliteit II. Dit houdt in dat het kapitaalvereiste voor blootstellingen aan regionale overheden en lokale autoriteiten gelijk is aan die voor blootstellingen aan de centrale overheid. Deze gelijkstelling geldt uitsluitend voor directe blootstellingen aan regionale overheden en lokale autoriteiten.
De lijst van regionale overheden en lokale autoriteiten per lidstaat is opgenomen in de uitvoeringsverordening (EU) 2015/2011 tot vaststelling van de technische uitvoeringsnormen. Voor Nederland is bepaald dat directe blootstellingen aan provincies, gemeenten en waterschappen gelijk worden gesteld aan blootstellingen aan de Nederlandse centrale overheid.
Hoe dienen indirecte blootstellingen aan centrale overheden, regionale overheden en lokale autoriteiten - oftewel garanties – volgens de standaardformule behandeld te worden in de spread risicomodule?
Bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste mogen verzekeraars rekening houden met garanties indien deze voldoen aan de criteria zoals vastgelegd in artikel 215 Gedelegeerde Verordening solvabiliteit II.
Met inachtneming hiervan geldt dat blootstellingen die volledig, onvoorwaardelijk en onherroepelijk gegarandeerd zijn door centrale overheden, of een andere in de regelgeving genoemde publieke partij, een risicofactor van nul procent krijgen in de spread risicomodule, mits aan de garantievoorwaarden wordt voldaan (artikel 180, tweede lid Gedelegeerde Verordening solvabiliteit II).
Hoe dienen leningen die gegarandeerd zijn door zogenoemde waarborgfondsen behandeld te worden volgens de standaardformule?
Leningen die gegarandeerd zijn door zogenoemde waarborgfondsen vallen in beginsel in de spread risicomodule (mogelijk ook in de concentratie risicomodule). Bij de berekening van de kapitaalseis dienen verzekeraars, zoals hierboven beschreven, na te gaan of voldaan is aan de vereisten die gelden voor garanties (artikel 215 van de Gedelegeerde Verordening solvabiliteit II). Hierbij geldt dat de nul procent risicofactor uitsluitend van toepassing is voor leningen die uiteindelijk volledig, onvoorwaardelijk en onherroepelijk gegarandeerd zijn door de centrale of regionale overheid en dat aan alle voorwaarden van artikel 215 Gedelegeerde Verordening solvabiliteit II wordt voldaan. Verzekeraars dienen hierbij aan te kunnen tonen dat de garantie die waarborgfondsen afgeven inderdaad voldoet aan deze vereisten.