Het is aan de (her)verzekeraar of verzekeringsgroep (hierna: instelling) zelf om de afweging te maken of zij gebruik willen maken van deze mogelijkheid. DNB geeft in overweging dat toepassing van infasering leidt tot extra complexiteit en operationele lasten. Denk bijvoorbeeld aan de impact op het beleid omtrent hedging, maar ook op het rapporteren op meerdere grondslagen.
Instellingen kunnen de impact van wijzigingen van de rentecurve al voor inwerkingtreding van de herziene Solvency-regelgeving (deels) mitigeren door aanpassing van het hedgebeleid, wat de noodzaak tot infaseren verkleint.
Hieronder volgen drie Q&A’s over het verkrijgen van de goedkeuring van DNB voor toepassing van het mechanisme voor geleidelijke invoering van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur. De volgende drie vragen worden beantwoord:
Wanneer moet een instelling uiterlijk een aanvraag hebben ingediend voor goedkeuring van het infaseermechanisme?
Welke informatie moet een instelling aanleveren als zij een verzoek doet tot goedkeuring van het infaseermechanisme?
Wanneer verleent DNB goedkeuring voor toepassing van het mechanisme voor geleidelijke invoering van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur?
Q&A 1: Wanneer moet een instelling uiterlijk een aanvraag hebben ingediend voor goedkeuring van het infaseermechanisme?
Uiterlijk op 4 december 2026 dient de instelling het verzoek in. DNB hanteert een beoordelingstermijn van acht weken. De instelling dient de aanvraag in via het Digitaal Loket Toezicht.
Q&A 2: Welke informatie moet een instelling aanleveren als zij een verzoek doet tot goedkeuring van het infaseermechanisme?
DNB verwacht dat de instelling een onderbouwing aanlevert waarom zij gebruik wil maken van de infaseermogelijkheid. Deze onderbouwing legt uit waarom dit een verstoring van het verzekeringsbedrijf voorkomt, in lijn met overweging 44 van de gewijzigde Richtlijn solvabiliteit II. Daarnaast geeft de instelling aan wat het verwachte verloop van de SII-ratio is, zonder en met infasering gedurende de overgangsperiode.
De instelling levert tevens het plan voor geleidelijke invoering aan zoals bedoeld in artikel 308 sexies Richtlijn solvabiliteit II, als:
sprake is van een SII-ratio onder de 100% als gevolg van de SII-review zonder toepassing van de infaseermogelijkheid; en
de instelling verwacht binnen de vijfjaarsperiode weer te herstellen tot boven de 100%
Q&A 3: Wanneer verleent DNB goedkeuring voor toepassing van het mechanisme voor geleidelijke invoering van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur?
Als een instelling de juiste informatie aanlevert bij haar verzoek, verleent DNB in beginsel toestemming, tenzij:
de SII-ratio zonder toepassing van het infaseermechanisme als gevolg van de wijzigingen uit de SII-review per invoeringsdatum stijgt; of
de SII-ratio zonder toepassing van het infaseermechanisme als gevolg van de wijzigingen uit de SII-review per invoeringsdatum onder de 100% ligt1, én de instelling niet voldoet aan de vereisten die volgen uit artikel 308 sexies van de gewijzigde Richtlijn solvabiliteit II inzake overgangsmaatregelen, waaronder de eis om binnen de infaseerperiode te herstellen tot boven de 100%.
Ook als sprake is van een van bovenstaande gevallen – en DNB in beginsel geen toestemming zou verlenen – kan een instelling tóch goedkeuring verkrijgen van DNB. De instelling zal dan in haar aanvraag moeten onderbouwen waarom zij van mening is dat infasering toch passend is. DNB zal deze onderbouwing gebruiken in haar besluit.