Antwoord:
Ja, een overdragend fonds kan bij een collectieve waardeoverdracht bij liquidatie een deel van het vermogen uit de SR dan wel de RDR of een deel van de operationele reserve aanwenden ten behoeve van de voor pensioenuitkering bestemde vermogens of kapitalen die de over te dragen deelnemers krijgen bij het ontvangende fonds. Daardoor is een overdragend fonds bijvoorbeeld in staat om de omvang van deze reserves te laten aansluiten bij die van het ontvangende pensioenfonds.
Toelichting:
De SR, de RDR en de operationele reserve van een pensioenfonds worden bij liquidatie overgedragen aan het ontvangende fonds. Hetzelfde geldt bij de beëindiging van een collectiviteitkring van een algemeen pensioenfonds.
Een relevant verschil tussen bijvoorbeeld de SR, de RDR of de operationele reserve van het overdragende fonds en het ontvangende fonds kan echter materiële impact hebben op de betrokken pensioendeelnemers. Zie ook de Q&A over het melden van een CWO bij DNB na invaren. Het overdragende fonds kan deze materiële impact mogelijk verkleinen door niet de hele SR, RDR of operationele reserve over te dragen maar een deel daarvan. Het resterende deel kan het overdragende fonds aanwenden ten behoeve van de voor pensioenuitkering bestemde vermogens of kapitalen die de over te dragen deelnemers krijgen bij het ontvangende pensioenfonds.
Het overdragende fonds kan deze mogelijkheid hebben omdat een fonds bij liquidatie de opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten moet overdragen aan een andere pensioenuitvoerder (artikel 84 Pw). Na vaststelling van de overdrachtswaarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten kan een overschot (batig saldo) resteren. Uit artikel 126 Pw kan worden afgeleid dat daarvan sprake is als het vermogen van het pensioenfonds hoger is dan de voorziening pensioenverplichtingen (de technische voorzieningen met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen).
Technische voorzieningen zien op verplichtingen uit reeds opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten. De SR of RDR zijn geen onderdeel van de reeds opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten. Dit geldt ook voor de operationele reserve die bij invaren is gevormd. De middelen in de SR dan wel de RDR of de operationele reserve maken daarom geen deel uit van de voorziening pensioenverplichtingen en behoren in geval van liquidatie tot het batig saldo.
In de statuten van een pensioenfonds is bepaald dat vereffenaars het batig saldo bij liquidatie besteden in lijn met het doel van het pensioenfonds. Dat maakt het mogelijk om de SR dan wel de RDR en de operationele reserve – als onderdeel van het batig saldo – over te dragen aan het ontvangende fonds, waarna zij deel gaan uitmaken van de SR dan wel RDR respectievelijk de operationele reserve van het ontvangende fonds. Ook maakt dat het mogelijk om een deel van de SR dan wel de RDR of de operationele reserve van het overdragende fonds aan te wenden ten behoeve van de voor pensioenuitkering bestemde vermogens of kapitalen die de over te dragen deelnemers krijgen bij het ontvangende pensioenfonds. Dit laatste sluit aan bij de praktijk waarbij eigen vermogen bij liquidatie kan worden aangewend voor de inkoop van directe of toekomstige toeslagen ten behoeve van de over te dragen deelnemers.