Update FATF-waarschuwingslijsten juni 2026
23 juni 2026
Nieuwsbericht toezicht
FATF heeft een update van haar ‘grijze’ en ‘zwarte’ lijsten gepubliceerd.
Lees meer Update FATF-waarschuwingslijsten juni 2026Welke onderbouwing verwacht DNB bij een voornemen tot collectieve waardeoverdracht (CWO) tussen pensioenfondsen die een solidaire premieregeling (SPR) dan wel een flexibele premieregeling (FPR) met alleen een variabele uitkering uitvoeren?
Gepubliceerd: 29 mei 2026
DNB verwacht van pensioenfondsen en/of collectiviteitskringen dat zij bij de melding van het voornemen tot een CWO na invaren onderstaande stappen adequaat kunnen onderbouwen.1 Dit geldt voor CWO’s tussen pensioenfondsen en/of collectiviteitskringen die een solidaire premieregeling (SPR) dan wel een flexibele premieregeling (FPR) met alleen een variabele uitkering uitvoeren. Voor de leesbaarheid wordt hierna steeds gesproken over een CWO tussen fondsen.
In bepaalde gevallen hoeven Stappen 2 tot en met 4 niet te worden doorlopen.
Om de impact van de CWO te bepalen, dienen fondsen allereerst een vergelijking te maken tussen de betrokken fondsen, waarbij in ieder geval de regeling, de populatie en de risicohouding zijn betrokken. Hieronder volgt een (niet-limitatieve) lijst van elementen die kunnen verschillen en daarmee kunnen leiden tot herverdeling tussen deelnemersgroepen en impact op hun pensioenperspectief.
Als de betrokken fondsen uit de gemaakte vergelijking overtuigend hebben onderbouwd dat er geen materiële verschillen bestaan én de impact op het inkooptarief beperkt is (zoals door de fondsen zelf te onderbouwen), hoeven de Stappen 2 tot en met 4 niet te worden doorlopen. Dat is het geval als:
De CWO heeft in die gevallen geen materiële impact. Het is aan de betrokken fondsen om dit aan te tonen. DNB oordeelt vervolgens op basis van het onderbouwde verzoek of Stappen 2 tot en met 4 moeten worden doorlopen.
Indien fondsen op de CWO hebben voorgesorteerd bij de vormgeving van de regelingen, is de kans groter dat er geen materiële verschillen bestaan op een moment vlak na invaren. Naarmate de tijd na het invaren vordert, zullen in de regel grotere verschillen ontstaan tussen verschillende regelingen en zullen de betrokken partijen naar verwachting ook Stappen 2 tot en met 4 moeten doorlopen. Overigens kunnen er ook bij vrijwel identieke regelingen en risicohoudingen materiële verschillen zijn als gevolg van verschillen in bestandsopbouw en sterftekansen.
Indien na het doorlopen van Stap 1 blijkt dat materiële verschillen bestaan, verwacht DNB dat de impact daarvan berekend en inzichtelijk wordt gemaakt voor de relevante deelnemersgroepen. Deze impact moet aantoonbaar worden meegewogen bij de besluitvorming en de daaraan ten grondslag liggende evenwichtige belangenafweging.
De effecten van de CWO kunnen in ieder geval berekend worden door het inzichtelijk maken van de netto-profijt-effecten en de pensioenverwachting – op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
Door deze maatstaven te hanteren, kan de impact op pensioenuitkeringen in verschillende scenario’s, en de impact ten aanzien van herverdeling in termen van netto profijt tussen leeftijdscohorten en deelnemersgroepen, inzichtelijk worden gemaakt.
Als uit Stap 2 naar voren komt dat de CWO materiële impact heeft op de relevante deelnemersgroepen, moeten de betrokken fondsen onderbouwen welke verschillen ten grondslag liggen aan de geconstateerde impact, bijvoorbeeld aan de hand van de eerdergenoemde elementen in Stap 1.
Indien sprake is van materiële herverdelende effecten dan wel impact op het pensioenperspectief, en duidelijk is door welke verschillen deze impact wordt veroorzaakt, moeten de betrokken pensioenfondsen de evenwichtigheid van de voorgenomen CWO onderbouwen (artikel 105 Pensioenwet).
Dit evenwichtigheidsoordeel heeft in beginsel betrekking op zowel de over te dragen groep pensioendeelnemers, alsook (indien relevant) voor de achterblijvende populatie en de populatie van het ontvangende pensioenfonds. Het evenwichtigheidsoordeel dient het fondsbestuur in samenspel met de overige relevante fondsorganen te vellen.
DNB beoordeelt de onderbouwing van de voorgenomen CWO. Bij de beoordeling of fondsen hebben voldaan aan de verplichting tot evenwichtige belangenafweging betrekt DNB onder meer welke doelstellingen de betrokken fondsen beogen te bewerkstelligen met de CWO.
Als een pensioenfonds voornemens is om meerdere opeenvolgende CWO’s uit te voeren, vraagt DNB om dit reeds bij de eerste voorgenomen CWO te melden en steeds bij alle daaropvolgende CWO’s. Deze werkwijze doet zich in de praktijk met name voor bij CWO’s binnen een algemeen pensioenfonds.
DNB beoordeelt in beginsel iedere CWO op zichzelf, op basis van de op dat moment voorliggende aanvraag en de daarbij aangeleverde informatie. Tegelijk beziet DNB – indien sprake is van een reeks geplande CWO’s – ook het geheel aan voorgenomen waardeoverdrachten. Achterliggende reden hiervoor is dat opeenvolgende, op zichzelf beperkte herverdelingen in samenhang kunnen leiden tot een meer materiële herverdeling.
Indien bijvoorbeeld opeenvolgende CWO’s zijn gepland waarbij vijf collectiviteitkringen zijn betrokken, beoordeelt DNB de aanvragen in volgorde waarin zij worden ingediend. Daarnaast kan DNB in dit stadium verzoeken om inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn van de daaropvolgende nog niet-aangevraagde CWO’s.
Deze Q&A heeft uitsluitend betrekking op CWO’s tussen pensioenfondsen/collectiviteitkringen die een SPR dan wel een FPR met alleen een variabele uitkering uitvoeren. Voor fondsen die niet invaren blijven de eerdere beleidsuitingen over CWO’s onverminderd van kracht. Zie: Collectieve waardeoverdracht. Voor andere typen CWO’s is het verstandig om tijdig contact te zoeken met DNB over de benodigde onderbouwing van het CWO-besluit.
Deze Q&A heeft betrekking op de volgende wet- en regelgeving:
Q&A’s bieden nader inzicht in de beleidspraktijk van DNB doordat we daarin wettelijke toezichtregels interpreteren. Onder toezicht staande instellingen kunnen ook op andere wijze aan de wet- of regelgeving voldoen. Instellingen moeten daarbij wel gemotiveerd aan DNB kunnen aantonen dat zij met hun invulling voldoen aan de wet- of regelgeving. Voor een nadere toelichting op de status van de beleidsuitingen van DNB zie de Leeswijzer beleidsuitingen DNB op Open Boek Toezicht.
[1] Let op: het overdragende fonds zal de melding doen en alle informatie aanleveren bij DNB. Dat laat onverlet dat het overnemende fonds input moet aandragen voor de onderbouwing en de berekeningen.
23 juni 2026
Nieuwsbericht toezicht
FATF heeft een update van haar ‘grijze’ en ‘zwarte’ lijsten gepubliceerd.
Lees meer Update FATF-waarschuwingslijsten juni 2026
23 juni 2026
22 juni 2026
Nieuwsbericht toezicht
Deze week ontvangt u mogelijk een mail van DNB. Deze mail gaat over technische aanpassingen die nodig zijn om te kunnen blijven mailen met DNB.
Lees meer DNB-mail over technische aanpassingen
22 juni 2026
02 juni 2026
Nieuwsbericht toezicht
DNB heeft een nieuwe beleidsuiting gepubliceerd over het melden van een collectieve waardeoverdracht (CWO) bij DNB na invaren. In dit nieuwsbericht leest u over de nieuwe beleidsuiting.
Lees meer TRANSITIENIEUWS – Nieuwe Q&A over het melden van een collectieve waardeoverdracht bij DNB na invaren
02 juni 2026
05 mei 2026
Nieuwsbericht toezicht
Het Eurosysteem heeft beleidsvoorstellen gepubliceerd om het macroprudentiële toezicht op de sector voor niet bancaire financiële intermediatie (NBFI) te versterken. Met deze voorstellen wil het Eurosysteem beter zicht krijgen op risico’s voor de financiële stabiliteit en deze effectiever aanpakken.
Lees meer Eurosysteem presenteert voorstellen voor versterking macroprudentieel toezicht op niet bancaire financiële sector
05 mei 2026
Om de gebruiksvriendelijkheid van onze website te optimaliseren, maken wij gebruik van cookies.
Lees meer over de cookies die wij gebruiken en de gegevens die we daarmee verzamelen in onze cookie-policy.