Wees alert op oplichters. Criminelen willen u laten geloven dat De Nederlandsche Bank u contacteert of u een dienst aanbeveelt. Dit gebeurt via online media, per telefoon of e-mail. Negeer dit. DNB neemt nooit zelf contact met u op. Lees meer

Stijgende energieprijzen, wat betekenen ze voor prijzen en lonen?

Achtergrond

De energieprijzen lopen sinds februari op. Maar leidt dat ook tot hogere inflatie en lonen? De energiecrisis van 2022 laat zien dat zo'n energieschok meestal niet direct, maar geleidelijk doorwerkt in de rest van de economie. Eerst reageren bedrijven op hogere kosten, wat leidt tot hogere prijzen, daarna volgen lonen vaak met enige vertraging.

Gepubliceerd: 27 augustus 2026

Voor een Geldmaat-geldautomaat lopen winkelende bezoekers over een stoep in een winkelstraat. Op de voorgrond rijdt een kinderwagen met een kind erin, terwijl een grote boodschappentas aan de wagen hangt. Rechts loopt een persoon met een winkeltas en een mobiele telefoon. Op de donkere gevel zijn de gele Geldmaat-automaat en teksten over geld opnemen en zakelijk storten zichtbaar.

Sinds de oorlog in Iran zijn de energieprijzen fors gestegen. Dat roept de vraag op in hoeverre dit uiteindelijk ook leidt tot hogere inflatie. Om dat te begrijpen kunnen we kijken naar de energiecrisis van 2022, toen energieprijzen en vooral gasprijzen een stuk harder stegen dan nu.

Wanneer energieprijzen stijgen, nemen de kosten voor veel bedrijven direct toe. Denk aan hogere kosten voor transport en productie. Bedrijven reageren vaak relatief snel door hun verkoopprijzen te verhogen. Dit betekent overigens niet per se dat bedrijfswinsten ook meteen toenemen – dat hangt af van de mate waarin bedrijven hun kosten kunnen doorberekenen aan hun afnemers.

Lonen stijgen doorgaans minder snel. Veel werknemers vallen onder een cao, en loonafspraken worden één keer per jaar of zelfs minder vaak aangepast. Daardoor stijgen verkoopprijzen in eerste instantie sneller dan lonen.

Hogere lonen volgen later

De figuur hieronder laat zien hoe de loonkosten van bedrijven, de brutowinst van bedrijven en het saldo van belastingen en subsidies bijdragen aan de veranderingen in de zogeheten ‘bbp-deflator’. Dit is een maatstaf voor de prijsontwikkeling van alles wat in Nederland wordt geproduceerd. Die jaarlijkse verandering van de ‘deflator’ geeft een beeld van de inflatie die binnenlands wordt gecreëerd.

Tijdens de inflatiegolf van 2022 was goed zichtbaar dat prijzen sneller reageerden dan lonen. In de eerste fase was de bijdrage van brutowinsten aan de binnenlandse prijsontwikkeling sterker dan die van lonen. Terwijl de energiekosten direct opliepen en bedrijven hun prijzen verhoogden, duurde het enige tijd voordat werknemers via cao-onderhandelingen hogere lonen konden afdwingen.

Na verloop van tijd volgt vaak een fase waarin lonen zich alsnog aanpassen. Werknemers proberen het koopkrachtverlies goed te maken via hogere loonafspraken. Daardoor neemt de bijdrage van lonen aan de prijsontwikkeling toe, terwijl de bijdrage van brutowinsten juist afneemt. Ook in 2022 en daarna zagen we deze verschuiving: waar brutowinsten aanvankelijk een relatief grote bijdrage leverden aan de stijging van de bbp-deflator, werd de bijdrage van lonen later groter.

Zien we dat opnieuw gebeuren?

Vooralsnog niet. Hoewel energieprijzen sinds februari opnieuw zijn gestegen, laten de recente cijfers voor de bbp-deflator van het eerste kwartaal van 2026 toch nog een lichte daling zien. Ook de consumentenprijzen zijn vooralsnog een stuk minder hard gestegen dan na de energieprijsschok in 2022. De bijdrage van brutowinsten en lonen is bovendien nauwelijks veranderd ten opzichte van het kwartaal ervoor. Dat is niet verrassend: de ervaring uit 2022 laat zien dat dergelijke effecten vaak pas met vertraging zichtbaar worden.

Wanneer stopt het?

Als de lonen stijgen, dan stijgen ook de kosten van bedrijven. Die kunnen dat weer doorberekenen in hun prijzen. Zo kunnen lonen en prijzen elkaar versterken. Economen spreken dan van een loon-prijsspiraal. Uit een eerdere analyse van DNB blijkt echter dat die wisselwerking beperkt is. Hogere prijzen leiden op termijn wel tot hogere lonen, maar hogere lonen worden een stuk minder doorberekend in prijzen. Daardoor wordt het effect niet eindeloos versterkt, maar dooft het uit.

Voor centrale banken is vooral van belang of hogere prijzen zich verspreiden naar steeds meer producten en diensten en of inflatieverwachtingen op langere termijn oplopen. Zolang huishoudens en bedrijven erop vertrouwen dat inflatie uiteindelijk terugkeert naar de doelstelling, blijft het risico op hardnekkig hoge inflatie beperkt.

Inflatie in beeld

Dit nieuwsbericht maakt deel uit van de serie Inflatie in beeld. In deze reeks artikelen gaan we in op verschillende aspecten van inflatie en de ontwikkeling daarvan.

Lees de eerder verschenen artikelen hier

Ontdek gerelateerde artikelen