Waarschuwing: oplichters actief! Oplichters bellen u op met een telefoonnummer van DNB en zeggen dat ze bij DNB werken. Wij bellen u nooit. Ga hier nooit op in. Lees meer

Kapitaal en arbeid zitten nog te vaak vast bij minder productieve bedrijven

Achtergrond

Door de vergrijzing zal economische groei de komende decennia vooral moeten komen van productiviteitsgroei. Gezonde bedrijfsdynamiek en concurrentie dragen daaraan bij. Een nieuwe DNB-analyse laat zien dat op beide punten nog winst valt te behalen. De bedrijfsdynamiek in Nederland is laag en wordt gedomineerd door kleine bedrijven die nauwelijks groeien. Ook blijft relatief veel kapitaal en arbeid “vastzitten” bij minder productieve bedrijven. De overheid kan dit verminderen door goede voorwaarden te scheppen voor concurrentie en vernieuwing. Ongerichte steun, evenals een deel van de fiscale regelingen, werkt verstorend op deze marktprocessen.

Gepubliceerd: 07 mei 2026

Werknemers lopen door een industrieel installatiesysteem

Hogere productiviteitsgroei wenselijk voor toekomstige welvaart

Door de vergrijzing neemt de groei van het arbeidsaanbod af, waardoor economische groei in toenemende mate zal moeten komen uit productiviteitsgroei. De Nederlandse productiviteitsgroei vertoont de afgelopen decennia echter ook een dalende trend, net als in veel andere westerse landen. Voor de toekomstige welvaart is het van belang deze trend te keren.

Lage bedrijfsdynamiek remt productiviteitsgroei

Het aantal oprichtingen en opheffingen in Nederland daalt en bevindt zich op een laag niveau vergeleken met andere Europese landen (Figuur 1). Doordat er weinig nieuwe bedrijven toetreden en uittreden, verschuiven kapitaal en arbeid minder snel naar de meest productieve bedrijven. Het zogeheten proces van creatieve destructie vertraagt: minder efficiënte bedrijven blijven bestaan, terwijl beter presterende concurrenten of nieuwe toetreders hen onvoldoende verdringen. Hierdoor blijven schaarse productiefactoren vastzitten in activiteiten waarin zij minder opleveren dan mogelijk is.

Veel kleine ondernemingen blijven klein

Het Nederlandse bedrijvenlandschap wordt sterk gedomineerd door zeer kleine bedrijven die lang blijven bestaan, maar nauwelijks doorgroeien. Binnen deze groep is de uittreding relatief laag: weinig bedrijven stoppen of verdwijnen. Hierdoor kent Nederland een grote groep kleine, laagproductieve bedrijven. Dit patroon is al langere tijd zichtbaar en hangt samen met onder meer de sterke focus op diensten, fiscale voordelen voor kleine bedrijven en de inrichting van de arbeidsmarkt, zoals de ontslagbescherming.

Tegelijkertijd zien we dat grotere bedrijven in de jaren na hun oprichting wél sterk doorgroeien.  Er worden weliswaar weinig bedrijven met werknemers opgericht, maar de bedrijven die dat wél worden, groeien relatief hard. Figuur 2 laat zien dat Nederland tot de koplopers behoort als het gaat om doorgroei van startende bedrijven met werknemers. Dit wijst erop dat het Nederlandse ondernemingsklimaat doorgroei niet in de weg staat, maar dat het probleem vooral zit bij het grote aandeel startende bedrijven zonder personeel en een beperkte groeiambitie.

Marktmacht niet toegenomen ondanks vertraging dynamiek

Bij een lage marktdynamiek bestaat het risico dat gevestigde bedrijven steeds meer marktmacht opbouwen. Dat kan uiteindelijk schadelijk zijn voor productiviteit en economische groei, omdat nieuwe spelers moeilijker kunnen toetreden en prikkels tot innovatie afnemen. De zwakkere bedrijfsdynamiek heeft in Nederland niet geleid tot een sterke stijging van de marktmacht. Twee indicatoren daarvoor zijn marktconcentratie en markups (verhouding tussen verkoopprijs en kosten om een extra product of dienst te maken). De marktconcentratie is de afgelopen vijftien jaar beperkt gestegen, en bevindt zich internationaal bezien niet op een hoog niveau. Ook laten de markups geen duidelijke opwaartse trend zien.

Een hogere marktconcentratie kan overigens naast negatieve ook positieve effecten hebben. Kleine bedrijven hebben in Nederland een hogere markup en een lagere productiviteit dan grotere bedrijven. Door concurrentie kan marktaandeel van deze minder productieve bedrijven verschuiven naar grotere bedrijven die profiteren van schaalvoordelen. Momenteel zien we dit proces vooral in sectoren die internationaal concurreren. Het is wel van belang om te voorkomen dat deze ontwikkeling doorschiet en leidt tot het ontstaan van te dominante marktposities, die op termijn de concurrentiedruk en innovatie kunnen ondermijnen.

Juiste randvoorwaarden belangrijk…

 De overheid kan de productiviteitsgroei bevorderen door de randvoorwaarden voor een gezonde dynamiek in het bedrijfsleven te versterken. Europa speelt daarbij een belangrijke rol. Voor Nederland is dit vooral relevant in de dienstensector, die een groot aandeel heeft in de economie en waar de bedrijfsdynamiek het sterkst achterblijft. De grootste baten van verdere Europese marktintegratie liggen daarbij waarschijnlijk bij bedrijven met schaalpotentieel en mogelijkheden om over de grens te opereren. Bedrijven lopen nu nog vaak aan tegen verschillen in nationale regelgeving, waardoor grensoverschrijdend zakendoen binnen de EU lastig blijft. Een verdere integratie van de Europese interne markt en de ontwikkeling van een Europese kapitaalmarktunie kunnen bedrijven meer schaal- en groeikansen bieden en de concurrentie bevorderen. Daarnaast is het zinvol om te onderzoeken of het Nederlandse insolventierecht bijdraagt aan het lage aantal bedrijven dat stopt.

…maar pas op met ongerichte steun

Tegelijkertijd is er terughoudendheid geboden bij vergaand overheidsingrijpen. Reeds bestaande innovatie- en ondernemersregelingen kunnen de bedrijfsdynamiek bevorderen, in zoverre deze gericht zijn op het verhelpen van duidelijke marktfalen, zoals kennisspillovers bij onderzoeksactiviteiten of informatie-asymmetrie bij kredietverstrekking. Veel overheidsmaatregelen leiden echter juist tot een minder efficiënte inzet van productiefactoren en beperken daarmee de productiviteitsgroei. Denk hierbij aan fiscale voordelen voor zelfstandigen zonder personeel of voor kleine bedrijven die keuzes op de arbeidsmarkt verstoren en doorgroei ontmoedigen.

Ongerichte steunmaatregelen kunnen in specifieke gevallen nodig zijn, maar hebben doorgaans eveneens een negatief effect op de dynamiek. Zeker bij langdurige verstrekking bestaat het risico dat laagproductieve bedrijven in stand worden gehouden. De coronasteun illustreert dit spanningsveld: hoewel steun in die crisissituatie te rechtvaardigen was, is de misallocatie van arbeid en kapitaal sterk toegenomen. Bovendien is deze nog niet terug op het niveau van vóór de pandemie (Figuur 3).

Gezonde markten, gezonde groei: dynamiek, marktmacht en allocatie van middelen in het Nederlandse bedrijfsleven

2,5MB PDF
Download Gezonde markten, gezonde groei: dynamiek, marktmacht en allocatie van middelen in het Nederlandse bedrijfsleven

Ontdek gerelateerde artikelen