Marktmacht niet toegenomen ondanks vertraging dynamiek
Bij een lage marktdynamiek bestaat het risico dat gevestigde bedrijven steeds meer marktmacht opbouwen. Dat kan uiteindelijk schadelijk zijn voor productiviteit en economische groei, omdat nieuwe spelers moeilijker kunnen toetreden en prikkels tot innovatie afnemen. De zwakkere bedrijfsdynamiek heeft in Nederland niet geleid tot een sterke stijging van de marktmacht. Twee indicatoren daarvoor zijn marktconcentratie en markups (verhouding tussen verkoopprijs en kosten om een extra product of dienst te maken). De marktconcentratie is de afgelopen vijftien jaar beperkt gestegen, en bevindt zich internationaal bezien niet op een hoog niveau. Ook laten de markups geen duidelijke opwaartse trend zien.
Een hogere marktconcentratie kan overigens naast negatieve ook positieve effecten hebben. Kleine bedrijven hebben in Nederland een hogere markup en een lagere productiviteit dan grotere bedrijven. Door concurrentie kan marktaandeel van deze minder productieve bedrijven verschuiven naar grotere bedrijven die profiteren van schaalvoordelen. Momenteel zien we dit proces vooral in sectoren die internationaal concurreren. Het is wel van belang om te voorkomen dat deze ontwikkeling doorschiet en leidt tot het ontstaan van te dominante marktposities, die op termijn de concurrentiedruk en innovatie kunnen ondermijnen.
Juiste randvoorwaarden belangrijk…
De overheid kan de productiviteitsgroei bevorderen door de randvoorwaarden voor een gezonde dynamiek in het bedrijfsleven te versterken. Europa speelt daarbij een belangrijke rol. Voor Nederland is dit vooral relevant in de dienstensector, die een groot aandeel heeft in de economie en waar de bedrijfsdynamiek het sterkst achterblijft. De grootste baten van verdere Europese marktintegratie liggen daarbij waarschijnlijk bij bedrijven met schaalpotentieel en mogelijkheden om over de grens te opereren. Bedrijven lopen nu nog vaak aan tegen verschillen in nationale regelgeving, waardoor grensoverschrijdend zakendoen binnen de EU lastig blijft. Een verdere integratie van de Europese interne markt en de ontwikkeling van een Europese kapitaalmarktunie kunnen bedrijven meer schaal- en groeikansen bieden en de concurrentie bevorderen. Daarnaast is het zinvol om te onderzoeken of het Nederlandse insolventierecht bijdraagt aan het lage aantal bedrijven dat stopt.
…maar pas op met ongerichte steun
Tegelijkertijd is er terughoudendheid geboden bij vergaand overheidsingrijpen. Reeds bestaande innovatie- en ondernemersregelingen kunnen de bedrijfsdynamiek bevorderen, in zoverre deze gericht zijn op het verhelpen van duidelijke marktfalen, zoals kennisspillovers bij onderzoeksactiviteiten of informatie-asymmetrie bij kredietverstrekking. Veel overheidsmaatregelen leiden echter juist tot een minder efficiënte inzet van productiefactoren en beperken daarmee de productiviteitsgroei. Denk hierbij aan fiscale voordelen voor zelfstandigen zonder personeel of voor kleine bedrijven die keuzes op de arbeidsmarkt verstoren en doorgroei ontmoedigen.
Ongerichte steunmaatregelen kunnen in specifieke gevallen nodig zijn, maar hebben doorgaans eveneens een negatief effect op de dynamiek. Zeker bij langdurige verstrekking bestaat het risico dat laagproductieve bedrijven in stand worden gehouden. De coronasteun illustreert dit spanningsveld: hoewel steun in die crisissituatie te rechtvaardigen was, is de misallocatie van arbeid en kapitaal sterk toegenomen. Bovendien is deze nog niet terug op het niveau van vóór de pandemie (Figuur 3).