De Nederlandse economie groeit in 2026 naar verwachting met 0,8%. Dat is 1 procentpunt lager dan in 2025. Een belangrijke oorzaak is de onrust in de wereld. Geopolitieke spanningen remmen de wereldhandel, waardoor de export onder druk staat. De uitvoer van producten van eigen bodem verliest daarnaast marktaandeel vanwege de hogere loon- en energiekosten in ons land.
Bedrijven en consumenten worden voorzichtiger. Ondernemers stellen investeringen uit door onzekerheid, hogere energiekosten en oplopende rentes, consumenten houden de hand op de knip en sparen meer. Onzekerheid over de economie en de oorlog beïnvloeden het consumentenvertrouwen negatief. Daarnaast drukken hogere energieprijzen het besteedbaar inkomen. Pas in 2027 en 2028 trekt de consumptie weer aan, ervan uitgaande dat de energieprijzen dalen en de onzekerheid afneemt.
De overheid zorgt dit jaar nog wel voor economische groei door meer uit te geven, onder meer aan zorg en defensie.
Vanaf 2027 herstelt de economie zich geleidelijk. De groei loopt dan op naar 1,2% en later naar 1,3%. Dat herstel hangt samen met dalende energieprijzen en meer vertrouwen, terwijl ook de wereldhandel aantrekt.
3. Begrotingstekort komt dit jaar met 3,3% boven Europese norm
Het begrotingstekort stijgt in 2026 naar 3,3% van het bruto binnenlands product en overschrijdt daarmee de Europese norm van 3%. Een belangrijke oorzaak is een eenmalige uitgave van 8,2 miljard euro voor de hervorming van het militair pensioenstelsel. Daarnaast zijn onze verwachtingen voor de economische groei verslechterd.
Het tekort daalt weer naar ongeveer 2,6% in 2027 en 2,3% in 2028. Toch blijft de budgettaire ruimte beperkt. Op langere termijn verslechteren de overheidsfinanciën verder, mede door voornemens uit het regeerakkoord. De geplande extra uitgaven aan onder meer defensie, klimaat, stikstof en woningbouw buiten de kabinetsperiode zijn niet volledig gedekt.
De overheidsschuld blijft gedurende deze kabinetsperiode ruim onder de Europese grens van 60%, maar loopt daarna naar verwachting fors op. Om de noodzakelijk publieke investeringen en de financierbaarheid van de overheidsuitgaven in balans te houden, moeten keuzes worden gemaakt.
4. Huizenprijzen stijgen gematigd met 3-4% per jaar
De prijzen van koopwoningen stijgen de komende jaren met 3% tot 4% per jaar. Dat is duidelijk minder dan in eerdere jaren. De prijsstijging wordt afgeremd door hogere hypotheekrentes en een lager consumentenvertrouwen. De stijgende rente drukt de leencapaciteit van huishoudens. Omdat ook de lonen stijgen, blijft de leencapaciteit toch toenemen. De huizenprijs stijgt ongeveer net zoveel als de leencapaciteit, waardoor de betaalbaarheid niet verbetert.
Het aanbod van woningen verandert naar verwachting ook. Aan de ene kant komen er minder nieuwbouwwoningen bij door minder vergunningen, grotere onzekerheid en hogere rente. Tegelijkertijd verkopen beleggers meer huurwoningen (uitponden), wat zorgt voor iets ruimer aanbod op de koopmarkt, maar voor minder aanbod van huurwoningen. De betaalbaarheid van koopwoningen blijft relatief laag.
5. Loongroei vlakt af naar 4,0%
De loonstijging bij bedrijven komt in 2026 uit op 4,0%. Dat is lager dan in eerdere jaren. De arbeidsmarkt is iets minder krap dan in voorgaande jaren. In 2027 en 2028 neemt de loongroei verder af.
De werkloosheid stijgt naar 4,2% in 2027 en naar 4,3% in 2028, maar dat is nog steeds betrekkelijk laag. De stijging komt vooral doordat het aantal banen minder snel groeit dan het aantal mensen dat wil werken. Van grootschalig baanverlies is geen sprake.
Wel neemt de spanning op de arbeidsmarkt af. Het aantal vacatures per werkloze daalt licht. Dat betekent dat het voor werkzoekenden iets lastiger wordt om snel een baan te vinden.
Conclusie: herstel na groeivertraging, maar met onzekerheid
De groei van de Nederlandse economie vertraagt dit jaar. De oorlog in het Midden-Oosten en de ontwikkeling van de energieprijzen blijven bepalend voor het vooruitzicht in de komende periode.
In de raming dalen de energieprijzen vanaf 2027 weer. Daardoor nemen het vertrouwen en de bestedingen toe. Maar als energie langer duur blijft, kunnen groei en inflatie verder onder druk komen te staan, wat in twee scenario’s inzichtelijk is gemaakt.
De komende jaren vragen om balans. Overheid, bedrijven en huishoudens moeten omgaan met hogere kosten en meer onzekerheid, terwijl investeringen nu en in de toekomst nodig blijven om de economie te verduurzamen en de arbeidsproductiviteitsgroei te verhogen. Dat maakt de economische vooruitzichten gematigd, maar niet somber.